8.4

Welkom terug klas 1
- hw controle en absentie
- herhaling opdr nakijken 
-8.4
-opdrachten maken 
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Welkom terug klas 1
- hw controle en absentie
- herhaling opdr nakijken 
-8.4
-opdrachten maken 

Slide 1 - Tekstslide

 8.1 Iedereen is anders


 
Iedereen is een individu, je bent een uniek persoon. 
Ook ben je een sociaal iemand. Je leeft tussen en met andere mensen. 

De grote groep mensen waarin je samen leeft noem je een cultuur.
Je woont bijv. in de Nederlandse cultuur. 
Binnen een cultuur heb je ook kleinere groepen met bepaalde gewoontes, stijl, regels: subcultuur.

Slide 2 - Tekstslide

Basisstof 2: Wat is gedrag 

Alles wat een mens of dier doet is gedrag. Bijv. kijken, lachen.
Gedrag van mensen en dieren lijken veel op elkaar. 

Slide 3 - Tekstslide

Basisstof 3: sociaal gedrag 
Gedrag waarbij je rekening houdt met anderen is sociaal gedrag. Dit gedrag leer je.  
Dieren die alleen leven noem je solitair
Rangorde: een groep met dominante en onderdanige dieren, waar iedereen zijn plek kent. Dominant = de baas. 

Slide 4 - Tekstslide

8.4: 
Met elkaar omgaan

Slide 5 - Tekstslide

OPDRACHT 1: QUIZ OVER PESTEN

Slide 6 - Tekstslide

Quiz! Noteer het juiste antwoord op een blaadje
Vraag 1: Hoeveel leerlingen worden er gemiddeld in elke klas NIET gepest?
 A) 25
 B) 15
 C) 10

Vraag 2: Hoeveel leerlingen pesten er gemiddeld in elke klas?
 A) 1
 B) 5
 C) 10


Slide 7 - Tekstslide

Quiz!
Vraag 3: Waar worden meer kinderen gepest? Op de basisschool of middelbare school?
 A) Op de basisschool
 B) Op de middelbare school
 C) Allebei evenveel

Vraag 4: Wie pesten er vaker, jongens of meisjes?
 A) Jongens
 B) Meisjes
 C) Allebei evenveel

Slide 8 - Tekstslide

Quiz!
Vraag 5: Wie worden er vaker gepest, jongens of meisjes?
 A) Jongens
 B) Meisjes
 C) Allebei evenveel


Vraag 6: Wie gebruiken er vaker fysiek geweld (slaan, schoppen, duwen) bij het pesten?
 A) Jongens
 B) Meisjes
 C) Allebei evenveel

Slide 9 - Tekstslide

Quiz!
Vraag 7: Wie pesten er vaker via internet, mobiel of social media?
 A) Jongens
 B) Meisjes
 C) Allebei evenveel


Vraag 8: Aan wie vertellen jongeren het het eerste als ze gepest worden?
 A) Aan hun ouders
 B) Aan hun mentor(en)
 C) Aan een vriend of vriendin

Slide 10 - Tekstslide

Quiz!
Vraag 9: Kan iemand die gepest wordt er in zijn eentje voor zorgen dat het pesten ophoudt?
 A) Ja
 B) Nee
 C) Het kan wel maar het is heel moeilijk

Slide 11 - Tekstslide

DE ANTWOORDEN
-> De antwoorden in blauw zijn goed.

Slide 12 - Tekstslide

Vraag 1: Hoeveel leerlingen worden er gemiddeld in elke klas NIET gepest?
 A) 25
 B) 15
 C) 10 (65% van de leerlingen geven aan in meer of mindere mate gepest te worden in een klas.)


Vraag 2: Hoeveel leerlingen pesten er gemiddeld in elke klas?
 A) 1
 B) 5
 C) 10 (75% van de leerlingen geeft aan minstens een beetje betrokken te zijn bij pesten, als pester of als meeloper.)








Slide 13 - Tekstslide

Vraag 3: Waar worden meer kinderen gepest? Op de basisschool of middelbare school?
 A) Op de basisschool
 B) Op de middelbare school
 C) Allebei evenveel


Vraag 4: Wie pesten er vaker, jongens of meisjes?
 A) Jongens
 B) Meisjes
 C) Allebei evenveel


Slide 14 - Tekstslide

Vraag 5: Wie worden er vaker gepest, jongens of meisjes?
 A) Jongens
 B) Meisjes
 C) Allebei evenveel


Vraag 6: Wie gebruiken er vaker fysiek geweld (slaan, schoppen, duwen)bij het pesten?
 A) Jongens
 B) Meisjes
 C) Allebei evenveel

Slide 15 - Tekstslide

Vraag 7: Wie pesten er vaker via internet, mobiel of social media?
 A) Jongens
 B) Meisjes
 C) Allebei evenveel


Vraag 8: Aan wie vertellen jongeren het het eerste als ze gepest worden?
 A) Aan hun ouders
 B) Aan hun mentor(en)
 C) Aan een vriend of vriendin

Slide 16 - Tekstslide

Vraag 9: Kan iemand die gepest wordt er in zijn eentje voor zorgen dat het pesten ophoudt?
 A) Ja
 B) Nee
 C) Het kan wel maar het is heel moeilijk

Slide 17 - Tekstslide

Wat viel jullie op aan de antwoorden?

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Aan het einde van de les kun je de volgende begrippen uitleggen: 

- pesten
- cyberpesten
- vertrouwingspersoon
- geheimhoudingsplicht 

Slide 20 - Tekstslide

Asociaal gedrag
Sociaal gedrag betekent dat je rekening houdt met andere leden van de groep. Doe je dat niet, dan noem je dat asociaal gedrag.
Pesten is een vorm van asociaal gedrag. 

Pesten kan te maken hebben met uiterlijke kenmerken, zoals een wijnvlek, postuur (dik of dun zijn), huidskleur, enzovoort. 

Daarnaast kunnen ook andere dingen aanleiding geven tot pestgedrag, bijvoorbeeld het hebben van een accent, het halen van goede of juist slechte cijfers, seksuele oriëntatie of verlegenheid.

Slide 21 - Tekstslide

Een grapje over iemand maken kan leuk zijn. Zolang iedereen het leuk vindt, kun je elkaar plagen. Als je elkaar plaagt, is er sprake van gelijkwaardigheid. 
Maar een grapje kan soms heel verkeerd overkomen. 


Bij pesten speelt iemand de baas en is degene die wordt gepest het slachtoffer.

Slide 22 - Tekstslide

Roddelen of kwaadspreken over iemand kan ook een vorm van pesten zijn. Het slachtoffer kan zich daarbij niet verdedigen. Stel jezelf daarom altijd deze vraag voordat je iets over iemand anders zegt: ‘Zou ik willen dat iemand dit over mij zegt?’

Pesten gebeurt niet alleen verbaal. Sommige pesters gebruiken lichamelijk geweld. Ze slaan of schoppen als ze iemand pesten.

Slide 23 - Tekstslide

Meelopen
Iemand die pest, doet dat vaak niet alleen. Pesters vormen vaak een groep. Door in een groep te pesten, voelen de pesters zich veilig. Als ze alleen zijn, durven ze vaak niet meer.  Ze vertonen groepsgedrag

Groepsgedrag betekent dat mensen zich in een groep anders gedragen dan ze in hun eentje zouden doen. Groepsgedrag remt zelfstandig nadenken. Meedoen zonder na te denken heet ook wel meelopen

Wanneer de meelopers besluiten niet meer mee te doen, staat de pester er alleen voor. De pester durft dan vaak niet meer te pesten. Wanneer je als klas ‘nee’ zegt tegen pesten, zal er niet meer zo veel worden gepest. Dan is de groep veel leuker.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Pesten





- asociaal gedrag 
- meelopen
- lichamelijk geweld

Cyperpesten





- Vervelend berichtje krijgen
- Internet

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Gevolgen van pesten


Gepeste jongeren voelen zich alleen.
Ze worden somber en onzeker.
Andere leerlingen voelen zich vaak ook onveilig.

Slide 28 - Tekstslide

week tegen pesten
Op veel middelbare scholen wordt de ‘Week Tegen Pesten’ gehouden. Dat is altijd aan het begin van het schooljaar. 

Elk jaar staat een ander thema centraal en de activiteiten in deze week verschillen per school. Daardoor kan elke school iets kiezen wat bij de school past.

Slide 29 - Tekstslide

Veiligheid op school 
- MENTOR

- VERTROUWINGSPERSOON

- GEHEIMHOUDINGSPLICHT

Slide 30 - Tekstslide

Wat kun je tegen pesten doen?

Gepeste leerling bij de groep halen;
Pestkoppen duidelijk maken dat ze niet leuk zijn;
Naar de mentor of vertrouwenspersoon gaan.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

PLAGEN
PESTEN
Je vindt het allebei leuk.
Als je vraagt om te stoppen gaat de ander gewoon door.
Een hele groep tegen één persoon.
Je voelt je niet veilig bij opmerkingen die gemaakt worden.
Als je vraagt om te stoppen, gebeurt dat ook.
Vervelende dingen zeggen over een ander en proberen andere leerlingen daaraan mee te laten doen. 
Je wordt genegeerd. Anderen vinden alles stom wat je zegt en dat en benoemen dat ook zo.

Slide 33 - Sleepvraag

pester
gepeste
meelopers
omstanders
buitenstaanders
ze weten wel wat er gebeurt, maar doen niet mee aan het pesten
Degene die pest.
Deze personen hebben niet in de gaten wat er gebeurt.
Ze doen mee met de pester(s).
Degene die gepest wordt.

Slide 34 - Sleepvraag

Slide 35 - Video

AAN HET WERK
Lees basisstof 8.4
KB= 8.4 opdr 1 tm 7 (4 overslaan)
BB= 8.4 opdr 1 tm 8

Klaar? verder met je samenvatting van gisteren.

Slide 36 - Tekstslide