Les 3 - Bacteriën bouw en vorm

Bacteriën

Bouw en vorm van bacteriën

LJ2 OP1 — De cel theorie

1 / 28
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Bacteriën

Bouw en vorm van bacteriën

LJ2 OP1 — De cel theorie

Een paar vragen van de vorige lessen..

Slide tekst

Invuloefening

De celmembraan is een dun laagje van 8 tot 10 nm dik, dat alleen zichtbaar is met de elektronenmicroscoop. De belangrijkste functie van de celmembraan is het regelen van het transportvan stoffen tussen de celinhoud en de omgeving.

elektronenmicroscoop
transport
lichtmicroscoop
opvangen

Invuloefening

Het basisbestanddeel van de plantaardige celwand is cellulose. De kleine openingen in de celwand waardoor plantencellen stoffen met elkaar kunnen uitwisselen, heten plasmodesmata . Waar de wanden van twee cellen elkaar raken, ligt de middenlamel, die voornamelijk bestaat uit de stof pectine.

cellulose
plasmodesmata
middenlamel
pectine
chitine
cytoplasma





Binnenmembraan

Kernporie

Buitenmembraan

Nucleuolus (kernlichaampje)

Waar bestaat chromatine uit?

A

Eiwitten en DNA

B

Chromosomen en eiwitten

C

Ribosomen en DNA

D

Kernmembraan en nucleolus

AAN HET EIND VAN DEZE LES

Leerdoelen

  • Je kunt het verschil tussen een prokaryote en een eukaryote cel uitleggen.

  • Je weet waaruit de celwand van een bacterie is opgebouwd.

  • Je weet dat bacterieel DNA circulair is en los in het cytoplasma ligt.

  • Je kunt uitleggen wat een Gramkleuring is en hoe deze wordt uitgevoerd.

  • Je kent het verschil tussen grampositieve en gramnegatieve bacteriën (celwand).

  • Je kent de verschillende vormen van bacteriën en hun rangschikking.

Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)

2

1

ONDERWERP 1

Prokaryoot vs eukaryoot

Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)

3

In je eigen woorden: wat was het verschil tussen een eukaryoot en een prokaryoot?

ONDERWERP 1

Prokaryote en eukaryote cellen

  • prokaryoot = geen kernmembraan om DNA

  • eukaryoot = wél kernmembraan (kern)

  • bacterie = prokaryoot, 0,2–5 µm

4

2

ONDERWERP 2

De celwand van een bacterie

Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)

6

ONDERWERP 2

Opbouw van de celwand

  • celwand bacterie = peptidoglycaan (niet cellulose)

  • polysacharideketens + peptideketens = netwerk

  • bepaalt de vorm van de cel

  • aangrijpingspunt van veel antibiotica

7

De celwand van een bacterie bestaat voornamelijk uit...

A

Cellulose

B

Peptidoglycaan

C

Peptiden

D

Glycaan

3

ONDERWERP 3

Bacterieel DNA

Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)

9

ONDERWERP 3

Hoe ligt het DNA in een bacterie?

  • bacterieel DNA = circulair, één chromosoom

  • zit vast aan het celmembraan

  • ligt los in het cytoplasma, geen kern

  • (plasmiden: later, nu nog niet nodig)

10

4

ONDERWERP 4

De Gramkleuring

Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)

12

ONDERWERP 4

Wat is een Gramkleuring?

  • Gramkleuring = Hans Christian Gram, Deense bioloog, 19e eeuw

  • indeling van bacteriën o.b.v. reactie celwand op kleurstoffen

  • belangrijkste kleurtechniek in de microbiologie

  • resultaat: grampositief of gramnegatief

13

ONDERWERP 4

De 4 stappen van de Gramkleuring

  • stap 1: kristalviolet (alles kleurt paars)

  • stap 2: lugol (paars blijft vast)

  • stap 3: ontkleuren met ethanol → hier ontstaat het verschil

  • stap 4: tegenkleuring met safranine

  • resultaat: grampositief = paars, gramnegatief = rood

14

Zet de vier stappen van de gramkleuring op de juiste volgorde.

1

Kristalviolet

2

Safranine

3

Lugol

4

Ethanol

5

ONDERWERP 5

Grampositief vs gramnegatief

Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)

16

ONDERWERP 5

Waarom kleurt de ene bacterie paars, de andere rood?

  • grampositief = dikke peptidoglycaanlaag → houdt kleurstof vast → paars

  • gramnegatief = dunne peptidoglycaanlaag + buitenmembraan → kleurstof spoelt uit → rood

17

Sleep de beschrijving naar de juiste bacteriesoort.

Grampositief

Gramnegatief

Kleurt paars

Kleurt rood

Heeft een dikke celwand

Heeft een dunne celwand

Heeft maar één celmembraan

Heeft twee celmembranen

6

ONDERWERP 6

Vormen van bacteriën

Bacteriën — § 12.3 — docentversie (steekwoorden)

19

ONDERWERP 6

De verschillende vormen van bacteriën

20

ONDERWERP 6

Rangschikking van bacteriën

  • diplococcen = coccen in paren

  • streptococcen = coccen in ketens

  • stafylococcen = coccen in clusters (‘druiventros’)

  • streptobacillen = staafjes in ketens

21

Coccen die in lange ketens gerangschikt liggen, noemen we…

A

Streptococcen

B

Staphylococcen

C

Diplococcen

D

Streptobacillen

TERUGBLIK

Samenvatting

  • Je kunt het verschil tussen een prokaryote en een eukaryote cel uitleggen.

  • Je weet waaruit de celwand van een bacterie is opgebouwd.

  • Je weet dat bacterieel DNA circulair is en los in het cytoplasma ligt.

  • Je kunt uitleggen wat een Gramkleuring is en hoe deze wordt uitgevoerd.

  • Je kent het verschil tussen grampositieve en gramnegatieve bacteriën (celwand).

  • Je kent de verschillende vormen van bacteriën en hun rangschikking.

24

Vragen?