5.3 en 5.4

donderdag 6 februari 
6e en 7e lesuur
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeVoortgezet speciaal onderwijs

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

donderdag 6 februari 
6e en 7e lesuur

Slide 1 - Tekstslide

Ik kan met negatieve getallen werken
Ik ken de tekens voor groter en kleiner dan
Ik kan rekenen met temperatuur
Ik kan rekenen met negatieve getallen

Instructie 5.3 Vooruit en achteruit
Instructie 5.4 Optellen en aftrekken

Maken opdracht 21 t/m 25 en 27,29,31,33,40,41,42 en 43
Klaar? Laten zien en nakijken
Klaar? Maken opdracht E op blz. 198


Kan ik antwoord geven op het doel

Slide 2 - Tekstslide

Inhalen
Toetsen inhalen
  • Niek, Levi, Ben en Troy halen vandaag de toets van h3 in
    Pak de spullen die je nodig hebt voor de toets. 

Slide 3 - Tekstslide

5.1 en 5.2 herhalen
  • Groter of kleiner dan, gelijk aan?
16 ...... 9
 -4 ..... 3
0,5 .... 0,6
  • Temperatuurverschil
    Wat is de temperatuur bij de thermometers?
    Wat is de temperatuurverschil? 



Slide 4 - Tekstslide

5.3 Vooruit en achteruit
  • Optellen en aftrekken
    -6 + 4 = ?
    -6 - 2 = ?
  • Lopen over de getallenlijn (getallenlijn op het bord)
    Je staat bij -6 en moet 2 stappen terug doen`
    Waar komt ze uit? 
    Welke som hoort hier bij?

Slide 5 - Tekstslide

Aan de slag
Maken opdracht 22 t/m 25
en 27, 29, 31, 33, 40, 41, 42 en 43
op blz. 197 t/m 205

Klaar? Laten zien en nakijken
Aan het eind van de les zijn er een paar quiz vragen



timer
1:00

Slide 6 - Tekstslide

In Rome is het 12 °C en
in Oslo is het -5 °C
Wat is het verschil?
A
-17°C
B
17°C

Slide 7 - Quizvraag

In Rome is het 12 °C
In Moskou is het 18 graden kouder
Hoe warm is het in New York
A
30 °C
B
- 5 °C
C
5 °C
D
- 30 °C

Slide 8 - Quizvraag

Juf Naomi staat op -5 en ze mag 4 stappen vooruit op de getallenlijn.
Waar som hoort hierbij?
A
-5 + 4 = 1
B
-5 + 4 = 0
C
-5 + 4 = -1

Slide 9 - Quizvraag

Juf Naomi staat op -4 en ze moet 5 stappen achteruit op de getallenlijn.
Waar som hoort hier bij ?
A
-4 - 5 = -9
B
-4 - 5 = 9

Slide 10 - Quizvraag