Steigerung der Adjektive

Die Steigerung
(Trappen van vergelijking) 

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Die Steigerung
(Trappen van vergelijking) 

Slide 1 - Tekstslide

Was wisst ihr noch?
Das Adjektiv

Slide 2 - Tekstslide

Aufgabe 7 besprechen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Basisregels
  • Hoe maak je de trappen van vergelijking in het Duits?

Volgens de basisregels maak je de trappen van vergelijking door:
  1. Stellende trap (positiv): basis van het bijvoeglijk naamwoord
       -> klein, schnell
    2. Vergrotende trap (komperativ): woord + er
       -> kleiner, scheller
    3. Overtreffende trap (superlativ): am + woord + sten
      -> am kleinsten, am schnellsten

Slide 5 - Tekstslide

Bijvoeglijk naamwoord op een t/d/s-klank

Slide 6 - Tekstslide

Umlaut en onregelmatige vormen = geen regel, leer ze uit je hoofd! 

Slide 7 - Tekstslide

Personen, dieren of dingen met elkaar vergelijken

Slide 8 - Tekstslide

Personen, dieren of dingen met elkaar vergelijken
Dus:

Nederlands                                 Duits
dan (groter dan) = een verschil >    größer als            Eine Katze ist größer als ein Maus.
als (net zo groot als) = geen verschil > so groß wie    Leyla ist genauso groß wie ich.



Slide 9 - Tekstslide

Meer weten? 
https://www.duits.de/vaklokaal/grammatica/trappen-van-vergelijking/ (uitleg)

http://talenlab.marnixcollege.nl/trappen-van-vergelijking/ (online oefeningen)

 






Slide 10 - Tekstslide

De trappen van vergelijking: warm
A
warm- wärmer- wärmst
B
warm- warmer- am warmsten
C
warm- wärmer- am wärmsten

Slide 11 - Quizvraag

De trappen van vergelijking: lieb
A
lieb - lieber - liebsten
B
lieb - lieber - am liebsten
C
lieb - lieber - liebest

Slide 12 - Quizvraag

De trappen van vergelijking: weit
A
weit - weiter - weitesten
B
weit - weiter - weitsten
C
weit - weiter - am weitesten
D
weit - weiter - weitest

Slide 13 - Quizvraag

Maak de trappen van vergelijking van:
klein

Slide 14 - Open vraag

Maak de trappen van vergelijking van: schnell

Slide 15 - Open vraag

Maak de trappen van vergelijking van:
viel

Slide 16 - Open vraag

Maak de trappen van vergelijking van:
groß

Slide 17 - Open vraag

Maak de trappen van vergelijking van:
alt

Slide 18 - Open vraag

Maak de trappen van vergelijking van:
interessant

Slide 19 - Open vraag

Hausaufgaben
Lektion 5.4 opdracht 1 t/m 9

Slide 20 - Tekstslide