Oefenen voor PTO-3

Op tafel: 
Boek + Laptop
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1,2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Op tafel: 
Boek + Laptop

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag

Oefenen in Lessonup met 49 + 50
Wat voor PTO-3?

Houd je Kern-boek erbij zodat je eventueel iets kunt opzoeken








Slide 2 - Tekstslide

Voor PTO-3
Je leert de  hoofdstukken 
41, 42, 45, 46, 49, 50, 53, 54, 56
Je leert de schooltaalwoorden in Quizlet => de link staat in Teams 

Slide 3 - Tekstslide

blz. 102 t/m 104
Dat waren twee lessen (hst 49 en 50) over tekstverbanden: je leert hoe je signaalwoorden gebruikt om verbanden in een tekst te herkennen 




Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen
R: Ik weet wat signaalwoorden zijn voor de tekstverbanden tijd, opsomming, oorzaak-gevolg en tegenstelling 
T1: Ik kan de signaalwoorden voor tijd, opsomming, oorzaak-gevolg en tegenstelling  herkennen in een tekst 
T2: Ik aan passend signaalwoord voor tijd, opsomming, oorzaak-gevolg en tegenstelling  invullen in een zin 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Wat is het signaalwoord + welk tekstverband :
Nadat ik heb gesport, eet ik een bakje kwark.

Slide 7 - Open vraag

Wat is het signaalwoord + welk tekstverband :
Daarna ga ik pas douchen.

Slide 8 - Open vraag

Welk woord past hier (tekstverband tijd):

Eerst kregen we snoep, toen kregen we koek en .........kregen we taart.
A
hoewel
B
tenslotte
C
voordat
D
nadat

Slide 9 - Quizvraag

Welk woord past hier (tekstverband opsomming):

Ik houd van peer, sinaasappel en ..... van banaan
A
en
B
maar
C
ook
D
hoewel

Slide 10 - Quizvraag

Welk woord past hier (tekstverband tegenstelling):
.... ik goed had geleerd, heb ik de toets niet gehaald.
A
Ten eerste
B
Maar
C
Toch
D
Hoewel

Slide 11 - Quizvraag

Welk woord past hier (tekstverband tegenstelling):
Ik houd niet van de winter, ........ vind ik kaarsjes in huis wel gezellig.
A
Ten eerste
B
Maar
C
Toch
D
Hoewel

Slide 12 - Quizvraag

Welk woord past hier (tekstverband tegenstelling):
Enerzijds houd ik van vlees, .....eet ik het liever niet.
A
Ten eerste
B
Maar
C
Toch
D
Anderzijds

Slide 13 - Quizvraag

Maak zelf een korte tekst (2-3 regels) met het signaalwoord 'bovendien'

Slide 14 - Open vraag

Maak zelf een korte tekst (2-3 regels) met het signaalwoord 'hoewel'

Slide 15 - Open vraag

Leren =>

Slide 16 - Tekstslide

Wat is het signaalwoord in dit stukje tekst en wat is de oorzaak en wat het gevolg?
"Doordat veel mensen te weinig bewegen, neemt overgewicht toe."

Slide 17 - Open vraag

Wat is het signaalwoord in dit stukje tekst en wat is de oorzaak en wat het gevolg?
"Er werd veel geld ingezameld door het meedoen aan de sponsorloop van Ronald MacDonald."

Slide 18 - Open vraag

Maak de zin af met een signaalwoord voor oorzaak-gevolg.
Toen Amy 14 jaar was kreeg zij een fiets-ongeluk. .....zit zij nu in een rolstoel.
A
Door
B
Daardoor
C
Doordat
D
Zodat

Slide 19 - Quizvraag

Maak de zin af met een signaalwoord voor oorzaak-gevolg.
..... zij heel meer getraind heeft dan haar tegenstanders, heeft zij de wedstrijd gewonnen.
A
Omdat
B
Zodat
C
Ten gevolge van
D
Oorzaak

Slide 20 - Quizvraag

Maak de zin af met een signaalwoord voor oorzaak-gevolg.
Het is Ramadan. ...... staan veel leerlingen vroeg op om nog even wat te eten en drinken.
A
Daardoor
B
Omdat
C
Doordat
D
Waardoor

Slide 21 - Quizvraag

Maak de zin af met een signaalwoord voor oorzaak-gevolg.
Het is Ramadan. ..... zijn leerlingen sneller moe in de les.
A
Daardoor
B
Als gevolg daarvan
C
Doordat
D
Waardoor

Slide 22 - Quizvraag

Maak zelf een korte tekst (2-3 regels) met het signaalwoord 'zodat'

Slide 23 - Open vraag

Maak zelf een korte tekst (2-3 regels) met het signaalwoord 'hierdoor'

Slide 24 - Open vraag

Tips
Lees de vraag goed door. 
Lees de vraag helemaal door. 
Neem de tijd. 
Als je een vraag niet weet: niet in paniek raken: gewoon aan de volgende beginnen.




Slide 25 - Tekstslide

Nog even oefenen
Per twee leerlingen een hoofdstuk
41, 42, 45, 46, 49, 50, 53, 54, 56
Je maakt een proefwerk vraag + antwoord (R of T1)
Je levert deze in bij de docent

Slide 26 - Tekstslide

Succes!
SUCCES!

Slide 27 - Tekstslide