Basis cursus psychiatrie

1 / 43
volgende
Slide 1: Video
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Voorstellen

Slide 2 - Tekstslide

Wat is psychiatrie?
timer
1:00

Slide 3 - Open vraag

Wat is psychiatrie?
Psychiatrie is een medisch specialisme dat zich bezighoudt met de preventie, diagnostiek en behandeling (therapie) van psychische ziektebeelden. De term psychiatrie
is een samenvoeging van het Griekse psyche, wat ziel of geest betekent, en iatros wat arts betekent

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Beknopte geschiedenis van de psychiatrie
  • Middeleeuwen: Magie, heksen, alles wat afwijkt op een hoop
  • 17e eeuw: Krankzinnigheid, opsluiten in gestichten 
  • 18e eeuw: Opbouw van de huidige geneeskunst
  • 19e eeuw: Start psychiatrische ziekenhuizen
  • 20e eeuw: Freud, medicatie, rechten
  • 21e eeuw: Kosten/effect, genetica

Slide 6 - Tekstslide

Stromingen binnen de psychologie
  1. Biologische benadering
  2. Behavioristische benadering
  3. Cognitieve benadering
  4. Psychodynamische benadering
  5. Humanistische benadering

Slide 7 - Tekstslide

Biologische benadering
Gaat uit van fysiologie en genen die de grondslag vormen van gedrag. stroming onderkent de rollen die bijvoorbeeld omgeving speelt op ons gedrag (behavioristische benadering) maar gaat in de basis uit voortschrijdend inzicht in fysiologische processen. Psychofarmaca spelen belangrijke rol bij de behandeling

Slide 8 - Tekstslide

behavioristische benadering
Gaat uit van de wisselwerking tussen de mens en zijn omgeving. Zoekt naar begrip voor gedrag: waarom doet iemand wat ie doet?

Slide 9 - Tekstslide

Cognitieve benadering
De cognitieve benadering houdt zich bezig met het denken en de daarmee samenhangende mentale processen

Slide 10 - Tekstslide

Psychodynamische benadering
Heeft met Freud een van de meest bekende grondleggers. 
In de psychodynamische benaderingen staat motivatie centraal. Het richt zich op innerlijke processen (o.a. motivatie) en ervaringen in het verleden in de persoonlijkheidsvorming (en ook het gedrag). Door zich op de persoonlijkheid en de motivatie te richten, onderscheidt ze zich van de andere benaderingen. Hierbij richt het zich op opvattingen over het zelf en over het bewustzijn. Zo richt ze zich op de hele persoon, op het gedrag en op de mentale processen.

Slide 11 - Tekstslide

Humanistische benadering
Ook de humanistische benadering wil mensen in geestelijke nood helpen. Hierbij kijkt de humanistische benadering vooral naar persoonlijke betekenissen om inzicht te krijgen in ons gedrag.

Slide 12 - Tekstslide

De biologische benadering focust op?
A
Fysiologie en genen
B
Id, ego en super ego
C
De omgeving
D
Denken

Slide 13 - Quizvraag

De behavioristische benadering focust op?
A
Id, ego en super ego
B
Het denken
C
De omgeving
D
Persoonlijke betekenissen

Slide 14 - Quizvraag

De cognitieve benadering gaat uit van?
A
De omgeving
B
Fysiologie en genen
C
Persoonlijke inzichten
D
Het denken

Slide 15 - Quizvraag

Psychodynamische benadering focust op?
A
Het denken
B
De omgeving
C
Id, ego en super ego
D
Persoonlijke betekenis

Slide 16 - Quizvraag

Humanistische benadering
A
Persoonlijke betekenis
B
De omgeving
C
Het denken
D
Fysiologie en genen

Slide 17 - Quizvraag

Opdracht eigen indrukken
Doe deze opdracht in 2 of 3 tallen
Zorg ervoor dat iemand in steekwoorden aantekeningen maakt, zodat jullie straks misschien iets kunnen melden in de groep. Zorg ervoor dat iedereen aan het woord
komt.

Slide 18 - Tekstslide

Opdracht eigen indrukken
Wissel uit:
A. Probeer allemaal van een situatie met een psychiatrische patiënt die veel indruk
op je maakte, de feiten te geven, niet jouw gevoel.

B. van ieder wat haar/zijn ingebrachte situatie voor indruk op je maakte. Wat voor
gevoel had je daarbij?

C. Hoe ben je met die indrukken/emoties omgegaan? Heb je er met anderen over
gesproken?

D. Ben je tevreden met c, dus hoe je ermee omgegaan bent?
timer
15:00

Slide 19 - Tekstslide

DSM

Slide 20 - Woordweb

DSM
Nog niet zo lang geleden werd er met diagnostische termen niet altijd hetzelfde bedoeld. In de psychiatrie was dat nog meer het geval dan in de rest van de geneeskunde. In Amerika had bijvoorbeeld het woord ‘schizofrenie’ een veel ruimere betekenis dan in Europa. In Frankrijk werden termen gebruikt die in Duitsland niet gangbaar waren, en andersom. Het spreekt vanzelf dat dit misverstanden in de hand werkte, en dat het vrijwel onmogelijk was elkaars gegevens te gebruiken

Slide 21 - Tekstslide

DSM
De DSM-V is een overzichtelijke en volledige Iijst van alle psychische stoornissen, met als bijzonderheid dat voor elke toestand voorwaarden (criteria) worden gegeven. Aan die criteria moet voldaan zijn om van de betreffende stoornis te mogen spreken.

Slide 22 - Tekstslide

DSM
De volgende categorieën worden gehanteerd:
  • As I Klinische stoornissen en andere aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn
  • As II Persoonlijkheidsstoornissen en zwakzinnigheid
  • As III Somatische aandoeningen
  • As IV Psychosociale en omgevingsproblemen
  • As V Algehele beoordeling van het functioneren

Slide 23 - Tekstslide

Lunch!

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Psychotische stoornissen

Slide 26 - Woordweb

Psychose gevoeligheid en schizofrenie
Bij psychose is sprake van een veranderde beleving van de werkelijkheid die waarnemen, denken en emoties beïnvloedt. De belangrijkste symptomen zijn wanen, hallucinaties, problemen met samenhangend spreken, gedesorganiseerd gedrag en motivatieproblemen. (GGZ Standaarden)

Slide 27 - Tekstslide

Wat zijn hallucinaties?
Je ziet bijvoorbeeld dingen die er niet zijn. Maar je kunt ook dingen ruiken, proeven, voelen of horen terwijl die er niet zijn. Zoals stemmen, die je vertellen dat je iets moet doen. Dat kunnen hele nare dingen zijn, zoals anderen of jezelf pijn doen.
(hersenstichting)

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Wat zijn wanen?
Wanneer je wanen hebt  kun je dingen heel zeker weten, terwijl die niet kloppen. Je hebt dan last van wanen. Dat de geheime dienst achter je aan zit bijvoorbeeld. Of dat je zelf een spion bent die op een missie is. Je ziet dan ook steeds dingen waardoor die dingen volgens jou wel kloppen. Een streepjescode op een pak melk is dan bijvoorbeeld ineens een verborgen boodschap van je opdrachtgevers. (hersenstichting)

Slide 30 - Tekstslide

Prevalentie
Ongeveer 8 procent van de volwassen algemene bevolking heeft wel eens psychotische ervaringen gehad, bij 4 procent gaat het om psychotische symptomen in combinatie met subjectief lijden en behoefte aan hulp, 2 tot 3 procent voldoet ooit in het leven aan de criteria voor een psychotische stoornis en 0,6-0,7% krijgt ooit de diagnose schizofrenie. Het totale aantal patiënten die in behandeling zijn voor een psychotische stoornis in Nederland is niet precies bekend, maar wordt geschat tussen 120.000 en 150.000 mensen.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Oorzaken
Psychotische stoornissen worden veroorzaakt door een complex samenspel van erfelijke factoren en omgevingsfactoren. Of en in welke mate genetische gevoeligheid tot psychose leidt wordt mede bepaald door omgevingsfactoren. De invloed daarvan zal per persoon verschillen, want mensen verschillen in genetische gevoeligheid en reageren verschillend op hun omgeving.

Slide 33 - Tekstslide

Symptomen
Bij een psychotische stoornis heeft de patiënt altijd 1 of meer psychotische symptomen  en daarnaast kan sprake zijn van symptomen uit 3 andere symptoomclusters:

  1. psychotische symptomen - wanen, hallucinaties, onsamenhangende spraak, gedesorganiseerd gedrag of catatonie;
  2. negatieve symptomen - spraakarmoede, motivatieproblemen, initiatiefverlies, vervlakking van het gevoelsleven;
  3. cognitieve symptomen - onder andere stoornissen in informatieverwerking, concentratie, (werk)geheugen, planning en probleemoplossend vermogen;
  4. affectieve symptomen - angst, somberheid, manie.

Slide 34 - Tekstslide

Behandeling
  • Antipsychotica
  •  Antidepressiva
  • Cognitieve gedragstherapie
  • Psycho-educatie
  • VR-therapie

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Video

Wat weet je over de 5 benaderingen in de psychologie?

Slide 37 - Open vraag

Wat weet je over de DSM?

Slide 38 - Open vraag

Wat weet je over psychose gevoeligheid?

Slide 39 - Open vraag

Wat is een waan?

Slide 40 - Open vraag

Wat is een hallucinatie?

Slide 41 - Open vraag

Wat kan je doen voor iemand in een psychose?

Slide 42 - Open vraag

Hoe vonden jullie dag 1?

Slide 43 - Woordweb