Clase 1_P2 3HV Cap 6 Preposiciones, intro escribir frases

¡Bienvenidos a tu clase de español!
16
Hoy es martes
23 de noviembre de 2021
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

¡Bienvenidos a tu clase de español!
16
Hoy es martes
23 de noviembre de 2021

Slide 1 - Tekstslide

Prepárate para la clase
Maak je klaar voor de les...
timer
1:00
¡Importante!
  • Tu portátil aún está cerrado 
Je laptop is nog dicht.
  • Tu móvil está apagado en y tu bolsa o mochila, la cual está al suelo
Je mobiel is uit en in je tas en die staat op de grond.
  • Tienes tu cuaderno, portátil y bolígrafo
Schrift, laptop en pen heb je bij je.
  • ¡Haz caso y guarda el silencio!
 Let op! Oren open en wees stil!


Slide 2 - Tekstslide

El programa de hoy
1) periode 2 planner (5m)

2) Uitleg voorzetsels + werken (35m)

3) Laatste presentaties "Mi tienda de ropa"




Hoy es martes, 
el 23 de noviembre de 2021

Slide 3 - Tekstslide

Los objetivos de esta clase

1. Jullie leren een aantal belangrijke voorzetsels en je leert ze te gebruiken



De doelen voor deze les

Slide 4 - Tekstslide

Wat versta jij onder 'voorzetsels'?

Slide 5 - Woordweb

Voorzetsels in het Spaans

Slide 6 - Tekstslide

Voorzetsels in het Spaans

Slide 7 - Tekstslide

¿Qué vas a hacer?: Haces las tareas de pág 82-83
¿Qué necesitas?:  solo tu libro verde
¿Cómo?: Tú trabajas solo / sola ; Alleen, zelfstandig werken 

¿Cuánto tiempo?: 30 minutos. Repasamos las tareas después (Daarna nakijken)
Objetivo (doel): Je oefent met de voorzetsels

He terminado la tarea ¿y ahora?/ Klaar, en nu?
begin met leren voca 6.1  en ww roze blad 25-50.
Trabajo autónomo
-
Zelfstandig werk
Paso a paso: Stappenplan 

Slide 8 - Tekstslide

¿Cómo escribir frases en español?
Om Spaanse zinnen op de goede manier te schrijven, hou je rekening met de onderstaande vragen 

  1. Staan alle werkwoorden bij elkaar?
  2. Is per zin 1 werkwoord vervoegd?
  3. Staat de ontkenning vóór het vervoegde werkwoord?
  4. Staat het belangrijkste werkwoord in de juiste tijd? (dus tegenwoordige tijd, toekomende tijd, etc.)
  5. Staat dat werkwoord goed vervoegd bij de juiste persoonsvorm? ; yo soy, ellos hablan etc
  6. Staat de tijdsaanduiding* vóór of achteraan de zin?  (gisteren, vanochtend, in 1898, om half drie)
  7. Staat de plaatsbepaling** vóór of achteraan de zin? (hier/daar, in Madrid, bij de Kwakel, boven, achter)
  8. Zijn de bijvoeglijk-,bezittelijk voornaamwoord en lidwoord aan het zelfstandig naamwoord aangepast? vb. : Un libro rojo; Nuestra casa roja.
  9. Hebben de vraagwoorden accenten?  é , í, á ó, ú ?;  Denk ook aan de ¿? en de ¡!
  10. Heb je voor de bijzin de bovenstaande regels opnieuw toegepast?

Stappen om Spaanse zinnen te schrijven

Slide 9 - Tekstslide


1. De jurk en de tas zijn mooi.
2. Ik ga winkelen in de hoofdstad van Nederland.
3. Wij maken vandaag een wandeling naar de ontmoetingsplek.
4. Ik hou niet van dure dingen. 
5. Hoe laat is het? Het is vijf voor negen 's morgens.
6. Het is een reclame voor de modeshow
Zinnen schrijven
Schrijf je zinnen zelf!
Alle woordjes komen uit de stof van Cap 5
en het groene boekje.
Docenten herkennen Translate gebruik!

Slide 10 - Tekstslide

1. De jurk en de tas zijn mooi.     El vestido y el bolso son bonitos.
2. Ik ga winkelen in de hoofdstad van Nederland. 
Voy a ir de compras en la capital de Holanda.
3. Wij maken vandaag een wandeling naar de ontmoetingsplek.
(Hoy) Damos un paseo al punto de encuentro hoy.
4. Ik hou niet van dure dingen.     No me gustan las cosas caras.
5. Hoe laat is het? Het is vijf voor negen 's morgens.    
¿Qué hora es? Son las nueve menos cinco de la mañana.
6.Het is een reclame voor de modeshow.   Es un anuncio para la pasarela.
Zinnen schrijven, antwoorden

Slide 11 - Tekstslide

¿Hemos conseguido los objetivos de esta clase?

1. Jullie leren een aantal belangrijke voorzetsels en je leert ze te gebruiken

2. Jullie leren een eerste aanzet hoe je in het Spaans zinnen leert schrijven


Hebben we de doelen voor deze les gehaald?

Slide 12 - Tekstslide

'tu billete de salida'
beantwoord deze exit-ticket voor je de klas verlaat

Slide 13 - Tekstslide

APRENDE (LEER):  
VOCA 6.1 ( NL> ESP)
+ roze werkwoordenblad 25 t/m 50

HAZ (MAAK):
ejercicios over de voorzetsels
pág 82-83
Los deberes para la próxima clase
(het huiswerk voor de volgende les...)
¡Mucha suerte!; veel succes!

Slide 14 - Tekstslide

y... ¿Qué has aprendido hoy?
¿Hay preguntas? (Zijn er vragen?)

Slide 15 - Tekstslide