Taboo Seksuele voorkeur

1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Seksuele voorkeur
Waaraan denk jij?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Video

Welke thema's kwamen volgens jou aan bod in de video?

Slide 5 - Open vraag

Wat is volgens jou de boodschap van de video?

Slide 6 - Open vraag

Slide 7 - Tekstslide

Wat betekent:
seksuele voorkeur
/
geaardheid
?

Slide 8 - Woordweb

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Wat betekent:
holebi
?

Slide 11 - Woordweb

Wat betekent:
hetero
?

Slide 12 - Woordweb

Slide 13 - Tekstslide

Wat betekent:
homo
?

Slide 14 - Woordweb

Slide 15 - Tekstslide

Wat betekent:
bi
?

Slide 16 - Woordweb

Slide 17 - Tekstslide

Wat betekent:
LGBTQIA+
?

Slide 18 - Woordweb

Slide 19 - Tekstslide

Lesbian: vrouw die zich romantisch en/of seksueel aangetrokken voelt tot andere vrouwen.
Gay: man die op mannen valt of algemene term gebruikt door LBQ-personen.
Bisexual: personen die op zowel hetzelfde als het andere geslacht vallen. Je hebt dan ook nog bi+. Dat is een koepelterm die aangeeft dat iemand op meer dan één genderidentiteit valt, maar niet beperkt tot man/vrouw.
Trans: trans kan staan voor transgender, mensen die zich niet thuis voelen in het lichaam waar ze in geboren zijn. Het kan ook staan voor transseksueel, die term werd vroeger gebruikt voor trans personen die kozen voor geslachtsbevestigende operaties, maar is volgens Cavaria verouderd taalgebruik met zelfs een negatieve bijklank omdat het niet inclusief is voor veel trans personen.
Queer: overkoepelende term voor iedereen die zich niet heteroseksueel voelt.
Intersex: intersekse personen hebben geslachtskenmerken van beide geslachten en vallen dus niet binnen de klassieke tweedeling man/vrouw.
Asexual: aseksueel wil zeggen dat iemand zich zelden of nooit seksueel aangetrokken voelt tot iemand.
+: de plus staat voor alle andere geslachten, seksuele oriëntaties en genderidentiteiten dan degenen die hierboven vermeld staan.
Lesbian: vrouw die zich romantisch en/of seksueel aangetrokken voelt tot andere vrouwen.

Gay: man die op mannen valt of algemene term gebruikt door LBQ-personen.

Bisexual: personen die op zowel hetzelfde als het andere geslacht vallen. Je hebt dan ook nog bi+. Dat is een koepelterm die aangeeft dat iemand op meer dan één genderidentiteit valt, maar niet beperkt tot man/vrouw.

Trans: trans kan staan voor transgender, mensen die zich niet thuis voelen in het lichaam waar ze in geboren zijn. Het kan ook staan voor transseksueel, die term werd vroeger gebruikt voor trans personen die kozen voor geslachtsbevestigende operaties, maar is volgens Cavaria verouderd taalgebruik met zelfs een negatieve bijklank omdat het niet inclusief is voor veel transpersonen.

Queer: overkoepelende term voor iedereen die zich niet heteroseksueel voelt.

Intersex: intersekse personen hebben geslachtskenmerken van beide geslachten en vallen dus niet binnen de klassieke tweedeling man/vrouw.

Asexual: aseksueel wil zeggen dat iemand zich zelden of nooit seksueel aangetrokken voelt tot iemand.

+: de plus staat voor alle andere geslachten, seksuele oriëntaties en genderidentiteiten dan degenen die hierboven vermeld staan.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Wat betekent:
experimenteren
?

Slide 22 - Woordweb

Wat betekent:
coming out
?

Slide 23 - Woordweb

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

UITERLIJK
Lander spreekt over die jongen "met zijn perfecte looks"
1. Hoe belangrijk is uiterlijk voor jou? 
2. Hoe belangrijk is uiterlijk in een relatie?
3. Volg jij de mode ivm uiterlijk (kleding, haarstijl,...) of blijf jij trouw aan jezelf en heb je een eigen stijl? 
4. Wat vind jij van personen die zich helemaal anders kleden, er helemaal anders uitzien? 

Slide 26 - Tekstslide

Homo-hetero-bi??
Valt Lander op jongens, op meisjes of op beide? 
1. Is het belangrijk voor jou om te weten op wie iemand valt? 
2. Hoe weet je of je op jongens of meisjes valt of misschien op beide? 

Slide 27 - Tekstslide

Experimenteren
Lander had seks met een jongen. Is hij dan homo? 
1. Wat versta jij onder experimenteren op seksueel vlak? 
2. Vind jij experimenteren ok? Met beide geslachten? 
3. Moet je experimenteren?
4. Is er een verschil tussen het experimenteergedrag van jongens en van meisjes? 
5. Vanaf wanneer mag je beginnen experimenteren? 

Slide 28 - Tekstslide

Experimenteren
6. Mag je blijven experimenteren? Of moet dit op een gegeven moment stoppen? 
7. Kan experimenteren gevaarlijk zijn? 


Slide 29 - Tekstslide

Myrthe is verbaasd. 
Myrthe wordt ook boos.
Wat vind jij van de reacties van haar? 

Slide 30 - Tekstslide

Begrip
Uiteindelijk reageert Myrthe erg begripvol t.o.v. Lander.
1. Begrijp jij haar reactie? 
2. Vind jij dat je (vroeger) seksueel experimenteergedrag kan bespreken in een relatie? 
3. Zoeken, twijfelen, experimenteren... Denk je dat het moeilijk is om hierover te praten met iemand?
4. Met wie zou jij zoiets kunnen bespreken? 
5. Wat als praten niet lukt, wat zou je dan kunnen doen? 

Slide 31 - Tekstslide

Coming out
1. Is dat nog iets van deze tijd? Alles kan toch? 
2. Zou een coming out aanvaardbaar zijn binnen jouw omgeving (vrienden, familie, school, cultuur)?
3. Hoe zou het zijn voor iemand die een coming out doet? Wat zou het moeilijk maken? Wat niet? 
4. Hoe zou jij het aanpakken om zoiets aan je omgeving te vertellen?
5. Hoe zou jij reageren als iemand het jou vertelt? 

Slide 32 - Tekstslide

Is verliefd zijn bij homo's/lesbiennes anders dan bij hetereo's? 

Slide 33 - Tekstslide

Maak jij soms grappen over holebi's?

Slide 34 - Tekstslide

Gebruik jij soms homo (of gelijkaardige woorden) als scheldwoord?

Slide 35 - Tekstslide

Tegenwoordig zijn meer mensen homo/lesbisch/bi dan vroeger.

Slide 36 - Tekstslide

Homoseksualiteit is typisch westers.

Slide 37 - Tekstslide

Het is goed dat er aparte fuiven en verenigingen bestaan voor holebi's.

Slide 38 - Tekstslide

Het is in de mode om te zeggen dat je biseksueel bent.

Slide 39 - Tekstslide

Mannen haten shoppen.

Slide 40 - Tekstslide

Vrouwen zijn waardeloze chauffeurs.

Slide 41 - Tekstslide

Vrouwen kunnen beter praten dan mannen.

Slide 42 - Tekstslide

Mannen kunnen het huishouden niet organiseren.

Slide 43 - Tekstslide

Homo's willen altijd opvallen en choqueren.

Slide 44 - Tekstslide