Biotische & Abiotische factoren, Biodiversiteit en Samenhang
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1,2
In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
D1: Buiten in de natuur
Biotische & Abiotische factoren, Biodiversiteit en Samenhang
Slide 1 - Tekstslide
Op de agenda
Leerdoelen
Terugblik
Biotische & Abiotische factoren
Biodiversiteit
Indicatorsoorten
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen
D1.1 - Ik kan in mijn eigen woorden het verschil uitleggen tussen een biotische en een abiotische factor. D1.2 -Ik kan uitleggen waarom restanten van levende wezens (zoals dode bladeren of een koeienvlaai) ook tot de biotische factoren horen. D1.3 -Ik kan uitleggen wat de term biodiversiteit betekent. D1.4 -Ik kan (bijvoorbeeld met het voorbeeld van de Jenga-toren) uitleggen waarom een natuurgebied met een hoge biodiversiteit sterker en gezonder is. D1.5 -Ik kan met een zelfgekozen voorbeeld uitleggen hoe biotische en abiotische factoren elkaar constant beïnvloeden. D1.6 -Ik kan beschrijven wat een indicatorsoort is en uitleggen hoe biologen deze diertjes of plantjes gebruiken als 'thermometer' van de natuur. D1.7 -Ik kan met behulp van een zoekkaart (determinatietabel) de juiste naam van een onbekend plantje of waterdiertje achterhalen door te kijken naar uiterlijke kenmerken.
Slide 3 - Tekstslide
Terugblik
Cellen: De kleinste bouwstenen van het leven die je bekeek door de microscoop.
Levenskenmerken: Groei, ademhaling en voeding bepalen of iets "biotisch" is.
Herbarium: Een verzameling planten uit hun natuurlijke omgeving.
Slide 4 - Tekstslide
Biotische & Abiotische factoren
Biotisch Invloeden afkomstig van de levende natuur. Denk aan soortgenoten, vijanden (roofdieren), voedsel en parasieten.
Voorbeeld: Een konijn eet gras (biotisch)
Abiotisch Invloeden afkomstig van de niet-levende natuur. Deze
bepalen óf een organisme ergens kan overleven.
Voorbeeld: Temperatuur, zonlicht, wind en bodemsoort.
Sleep het voorbeeld naar de juiste categorie. Het gaat over het leven van een konijn.
<b>ABIOTISCH</b>
<b>BIOTISCH</b>
Water
Buizerd
Zonlicht
Dode bladeren
Andere konijnen
Lawaai van muziek
Slide 6 - Sleepvraag
Indicator-soorten
Soorten die gevoelig zijn voor (a)biotische
factoren.
Geven informatie over de omgeving en wie of wat er nog meer voorkomt
Bijvoorbeeld
Korstmossen: Zijn de 'thermometer' voor luchtkwaliteit.
Zie je veel verschillende soorten? Dan is de lucht
schoon!
IJsvogel:...waarom?
Slide 7 - Tekstslide
Zuurstofgevoeligheid: De volgende soorten zijn indicator voor of schoon, vies of matig schoon water. Sleep ze naar de juiste plek.
<b>Vies</b>
<b>Schoon</b>
<b>Matig</b>
Kokerjuffer
Waterpissebed
Muggenlarf
Slide 8 - Sleepvraag
De zoekkaart
Herhaling! Noteer alle stappen Bekijk je dier goed
Slide 9 - Tekstslide
Aan de slag
Stap 1 - neem website door bij D1 (leerdoelen in leerdocument!) Stap 2 - Individuele vragen (in je schrift) Stap 3 - neem D2 (workshop) en website zelf door (huiswerk)