2e les na de herfstvakantie voorzetsels 3e en 4e naamval

Herzlich willkommen!
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Herzlich willkommen!

Slide 1 - Tekstslide

Was machen wir heute?
Grammatik: persoonlijk voornaamwoord in de 3e en 4e naamval
Aufgaben machen

Slide 2 - Tekstslide

Lernziel
Je kunt het persoonlijk voornaamwoord in de derde en de 4e naamval gebruiken

Slide 3 - Tekstslide

Lernziele
Je kent de vaste voorzetsels met de 3e en 4e naamval.
Je kunt het juiste persoonlijke voornaamwoord na een vast voorzetsel gebruiken.
Je kunt teksten over ongewone sporten begrijpen.
Je kent de betekenis van de woorden van de Lernliste D-N: H Lesen

Slide 4 - Tekstslide




Het persoonlijk vnw in de 3e en 4e naamval 

Slide 5 - Tekstslide

Naamvallen
1e naamval (nominativ) --> onderwerp
Wie/Wat + gezegde
Ich gehe zum Arzt. Wie gaat? --> ik > ich
3e naamval (dativ) --> meewerkend voorwerp
Aan/Voor wie + gezegde + onderwerp
Der Arzt gibt mir Tabletten.
Aan wie geeft de dokter tabletten? aan mij> mir
4e naamval (akkusativ) --> lijdend voorwerp
Wie/Wat + gezegde + onderwerp
Der Arzt operiert mich.
Wie/wat opereert de dokter? mij > mich

Slide 6 - Tekstslide

Voor uitleg, klik hier:
uitleg
1e nv
3e nv
4e nv
ik
ich
mij
mir
mich
jij
du
jou
dir
dich
hij
er
hem
ihm
ihn
zij
sie
haar
ihr
sie
wij
wir
ons
uns
uns
jullie
ihr
jullie
euch
euch
zij
sie
hun/hen
ihnen
sie
u
Sie
u
Ihnen
Sie
Neem de tabel over in je schrift!

Slide 7 - Tekstslide

Voor uitleg, klik hier:
Voorzetsels met de 3e naamval:

aus - uit
bei - bij
mit - met
nach - naar/na
seit - sinds
von - van
zu - naar

uitleg
Na deze voorzetsels gebruik je het persoonlijk voornaamwoord uit het rijtje van 'mir'!
liedje!

Slide 8 - Tekstslide

voorzetsels met de 4e naamval 
durch -    door
für -           voor
ohne -      zonder                                           
um -          om
gegen -   tegen
bis -          tot


Na deze voorzetsels gebruik je het persoonlijk voornaamwoord uit het rijtje van 'mich'!

Slide 9 - Tekstslide

(Haus)aufgaben machen

Aufgabe 16, Seite 68 (oefenen met de 4e naamval)
Aufgabe 17, Seite 68/69 ( oefenen met de 3e naamval)
Aufgabe 18, Seite 69 (oefenen met de 3e naamval)
Aufgabe 19, Seite 70 (oefenen met de 3e naamval)
Fertig? Slim Stampen

Slide 10 - Tekstslide

Regel entdecken
Macht Aufgabe 20, Seite 70

Slide 11 - Tekstslide

Voor uitleg, klik hier:
uitleg
Wohnst du in Rotterdam?

Ich bin 14 Jahre alt.

Warum habt ihr die Aufgabe nicht gemacht?
1e nv
3e nv
4e nv
ik
ich
mij
mir
mich
jij
du
jou
dir
dich
hij
er
hem
ihm
ihn
zij
sie
haar
ihr
sie
wij
wir
ons
uns
uns
jullie
ihr
jullie
euch
euch
zij
sie
hun/hen
ihnen
sie
u
Sie
u
Ihnen
Sie

Slide 12 - Tekstslide

Voor uitleg, klik hier:
uitleg
Hast du einen Stift für mich?

Mit dir ist die Party super toll!

Warum seid ihr gegen uns?
1e nv
3e nv
4e nv
ik
ich
mij
mir
mich
jij
du
jou
dir
dich
hij
er
hem
ihm
ihn
zij
sie
haar
ihr
sie
wij
wir
ons
uns
uns
jullie
ihr
jullie
euch
euch
zij
sie
hun/hen
ihnen
sie
u
Sie
u
Ihnen
Sie

Slide 13 - Tekstslide

(Haus)aufgaben machen
Aufgaben 21 und 22, Seite 71
Lesen: Aufgaben 45 und 46, Seiten 84-87
Schon Fertig? slim stampen

Slide 14 - Tekstslide

Was haben wir heute gelernt?

Slide 15 - Tekstslide

Nächste Stunde
Besprechen Hausaufgaben
Probeprüfung machen


Slide 16 - Tekstslide