2BL1 Unit 1 - Lesson 5

What are we going to do today?
  • What have you learned last lesson?
  • Today's goal
  • Check homework
  • Grammar
  • Individual work
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

What are we going to do today?
  • What have you learned last lesson?
  • Today's goal
  • Check homework
  • Grammar
  • Individual work

Slide 1 - Tekstslide

What have you learned last lesson?

Slide 2 - Open vraag

Today's goal
Today's goal is to make questions and negatives (=ontkennende zinnen) learn the 'Present Simple'.

Slide 3 - Tekstslide

Wanneer gebruik je de Present Simple?

Slide 4 - Open vraag

Hoe maak je de Present simple?

Slide 5 - Open vraag

Vul de Present Simple in:
They ..... (hike) every weekend.

Slide 6 - Open vraag

Vul de Present Simple in:
They .... (to read) a lot of books.

Slide 7 - Open vraag

Vul de Present Simple in:
She .... (to eats) an apple every day.

Slide 8 - Open vraag

Present Simple
  • Gebruik: wanneer iets altijd, vaak of nooit gebeurt.
  • Hoe: SHIT-Happens regel
  • She, he en it - krijgen achter het werkwoord een -s
  • I like
    you like
    he likes
    she likes
    it likes
    we like
    you like
    they like

Slide 9 - Tekstslide

Present Simple - vraagzinnen 
  • Normale zin in de Present Simple:
  • - She plays the piano on Sundays

  • Dezelfde zin maar dan in de vragende vorm:
  • - Does she play the piano on Sundays?
  • - Do you play the piano on Sundays?
  • Let op: Als je does gebruikt vervalt de 's' achter het ww

Slide 10 - Tekstslide

Vraagzinnen met 'to be' en 'to have got'

Bij 'to be' en 'to have got' hoef je GEEN do/does erbij te halen in een vraagzin:
She is a nice girl.
Is she a nice girl?
She has got a nice phone.
Has she got a nice phone?

Slide 11 - Tekstslide

Present Simple - Ontkennende zinnen
Hoe maak je een ontkennende zin met de Present Simple?:
She likes boxing.
Deze stappen neem je door:
  • Kijk om wie het gaat in de zin?
  • Bij he / she / it  zet je doesn't achter she/he/it
  • Bij de rest (I/you/we/you/they)  zet je don't achter I/you/we/you/they.
  • Haal de -s in het werkwoord uit de originele zin weg als deze erin staat.
  • Wat wordt het dan? She doesn't like boxing.

Slide 12 - Tekstslide

Vul de Present Simple in:
........ you ...... (to cycle) to school every day?

Slide 13 - Open vraag

Vul de Present Simple in:
...... (to be) you at the golf club?

Slide 14 - Open vraag

Vul de Present Simple in:
We .... (to have got) four TVs at home.

Slide 15 - Open vraag

Vul de Present Simple in:
Sarah .... (to have got) time for holidays.

Slide 16 - Open vraag

Individual work
Maken ONLINE: 
- 1.5 opdracht 6 t/m 11
Heb je je huiswerk van de vorige lessen af?

Slide 17 - Tekstslide

Homework
Maken ONLINE: 
- 1.5 opdracht 6 t/m 11

Slide 18 - Tekstslide