klas 3h hoofdstuk 3 paragraaf 3.1

Hoofdstuk 3
Paragraaf 3.1
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3
Paragraaf 3.1

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
* Je kunt uitleggen wat een energiebron is
* Je kunt zes energiebronnen beschrijven
* Je kunt kenmerken van energiebronnen benoemen
* Je kunt de ideale energiebron beschrijven
* Je kunt vier kenmerken van de energietransitie benoemen
* Je kunt de zwaarte-energie berekenen
* Je kunt energieomzettingen weergeven in een energiestroomdiagram waarbij de hoeveelheid energie voor en na de omzetting niet verandert

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Energiebronnen
Leveranciers van een bruikbare soort energie noemen we: energiebronnen

Voorbeelden van energiebronnen zijn: fossiele brandstoffen, biomassa, wind, atoomsplijting, zon en aardwarmte


Slide 4 - Tekstslide

Energieomzetters
Energieomzetters kunnen de energie uit een energiebron gebruiken om er één of meerdere andere soort(en)  energie van te maken

Bijvoorbeeld:
Mixer: Ee → Ek + Q
Houtvuur: Echem → Es + Q

Voor en na de energieomzetting is de totale hoeveelheid energie gelijk. Dit noem je: De wet van behoud van energie.


Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Zwaarte-energie
Zwaarte-energie is energie die voorwerpen hebben die naar beneden kunnen vallen

Bijvoorbeeld: water in een waterkrachtcentrale. Als het water naar beneden valt, wordt de zwaarte-energie omgezet in bewegingsenergie en daarna in elektrische energie
Of: een bal die op het dak ligt. Als de bal naar beneden valt, wordt de zwaarte-energie omgezet in bewegingsenergie

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Ez = m * g * h

Ez = zwaarte-energie in Joule
m = massa in kg
g = gravitatieconstante: op aarde 9,8 N/kg
h = hoogte in meter

Slide 10 - Tekstslide

In een stuwmeer valt per dag 5 miljoen liter water naar beneden vanaf 30 meter hoogte. Hoeveel energie levert dit op? Gebruik E = m * g * h

Slide 11 - Open vraag

In een stuwmeer valt per dag 5 miljoen liter water naar beneden vanaf 30 meter hoogte. Hoeveel energie levert dit op? Gebruik E = m * g * h

5 miljoen liter water = 5 miljoen kg water
m = 5 000 000 kg
g = 9,8 N/kg
h = 30 m

Ez = m * g * h = 5 000 000 * 9,8 * 30 = 1 470 000 000 J = 1470 MJ

Slide 12 - Tekstslide

Huiswerk
Paragraaf 3.1 opg 1 t/m 9

Slide 13 - Tekstslide