Handel met oost en handel met West

Doelen
-Je kunt de politieke en economische ontwikkeling van de Lage Landen beschrijven.
-Je weet welke standen er waren in de 17e eeuw.
-Je kunt de religieuze situatie in de lage landen beschrijven en verbinden met de wereld.
-Je kunt de rol van VOC en de WIC in de wereld beschrijven. 
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Doelen
-Je kunt de politieke en economische ontwikkeling van de Lage Landen beschrijven.
-Je weet welke standen er waren in de 17e eeuw.
-Je kunt de religieuze situatie in de lage landen beschrijven en verbinden met de wereld.
-Je kunt de rol van VOC en de WIC in de wereld beschrijven. 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

IN DE TIJD
1517 95 stellingen van Luther -> start reformatie
1566 Beeldenstorm
1568 Begin 80-jarige oorlog
1585 Definitieve blokkade van Antwerpen
1588 Republiek der 7 Verenigde Nederlanden zelfstandige natie
1602 Oprichting van de VOC    (1600 start barok in Italië)
1609 Begin van het twaalfjarig bestand
1648 Einde 80-jarige oorlog (1662 start bouw Versailles)
1672 Rampjaar

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

https://www.youtube.com/watch?v=9i_U4TsX9BM

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht woordweb
Maak klassikaal een aantal woordwebben op A3-vellen over de onderstaande onderwerpen. Je schrijft overal zo veel mogelijk op, associeer, durf! Foute antwoorden zijn niet erg.

Economie & handel
Politiek & staatsinrichting
Kunst & cultuur
Religie
Geschiedkundige gebeurtenissen
Maatschappij & dagelijks leven



Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RANGEN en STANDEN

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

RANGEN en STANDEN
- Patriciaat: zeer rijke, machtige  kooplieden, vaak bestuurders van de stad (regenten)

- Grote burgerij: iets minder rijk: artsen, juristen, kooplieden, geestelijken

- Middenstand: ondernemers, winkeliers , onderwijzers, ambtenaren, ambachtslieden

- Volksklasse: arbeiders, dienstpersoneel (grootste deel van de bevolking)

- Bedeelden: bejaarden, zieken, wezen (afhankelijk van liefdadigheid)





Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 1 - VRAAG 1
Aan het begin van de zeventiende eeuw ontstaat er in het noorden van de Nederlanden een economische bloeitijd. Amsterdam is daarvan het centrum. Dit gebeurt ondanks de opstand tegen de Spaanse vorst. Het conflict werkt zelfs in het voordeel van Amsterdam. Leg uit aan de hand van twee zaken.


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord vraag 1
• Tijdens het conflict wordt de haven van Antwerpen geblokkeerd, waardoor het brandpunt van de handel naar Amsterdam verschuift.

• De blokkade is de oorzaak voor het vertrek van veel Vlaamse (protestante) kooplui die met hun kapitaal en kennis naar Amsterdam verhuizen.

• De intolerante houding van de katholieke vorst zorgt voor vervolging van aanhangers van de
reformatie en verdrijft zo veel volk, waaronde kooplui, ambachtslieden en intellectuelen naar
het Noorden.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 1 - VRAAG 2
In 1588 tekenen de noordelijke zeven gewesten hun onafhankelijkheidsverklaring en vestigen daarmee de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Republiek is een federatie van zeven formeel soevereine staten: de Provinciën. Deze staatsvorm bevordert de tolerante houding van de Nederlanders ten opzichte van anderen.
Geef hiervoor een verklaring. 



Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord vraag 2

In de republiek heeft geen van de deelnemende provinciën de overhand. Men moet via geven en nemen tot een vergelijk komen in kwesties. Dat maakt dat men er een onderhandelingscultuur ontstaat en daarmee begrip voor het standpunt van anderen.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 1 - VRAAG 3
In zekere zin is het succes van de VOC, een voor die tijd nieuw soort handelsinstituut, ook te verklaren vanuit deze tolerantie.
Leg dit uit en betrek er het nieuwe concept achter de V.O.C. in je antwoord. 



Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord vraag 3
  •  De V.O.C. is samenwerkingsverband tussen verschillende handelshuizen. In plaats van elkaar te beconcurreren, gaat men samenwerken en gebruikt men zijn energie en middelen constructief. Ook dat eist begrip voor het standpunt van anderen.

• De VOC geeft als eerste instituut aandelen uit (die iedereen kon kopen) en zorgt zo voor veel investeringskapitaal en spreiding van de risico’s.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 1 - VRAAG 4
Men is in Nederland lange tijd erg trots op de verrichtingen van de VOC. Tegenwoordig wordt de term ‘VOC-­‐mentaliteit’ echter door velen met gemengde gevoelens bezien.
 Geef hiervoor een verklaring.


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord vraag 4
 De VOC haalde haar winsten voor een groot deel uit de onderdrukking en uitbuiting van de inheemse bevolking in overzeese gebieden. De VOC­‐mentaliteit wordt tegenwoordig geassocieerd met onterechte/met verkeerde middelen verkregen winsten.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 1 - VRAAG 5

Een vergelijkbaar handelsinstituut dat ongeveer in dezelfde periode ontstaat, de WIC, roept tegenwoordig nog meer afkeer op.
Leg uit waarom. 



Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord vraag 5
• De WIC haalde haar winsten naast de kaapvaart (piraterij) ook uit de grootschalige slavenhandel.
• De slavenhandel ontwrichtte Afrikaanse samenlevingen, die daar nu nog last van hebben.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 2 - VRAAG 1
In vrijwel alle landen van Europa zijn in de zeventiende eeuw twee verschillende instituten die hoofdzakelijk opdrachten verstrekken aan kunstenaars. In Nederland kent men een afwijkende situatie in die periode wat consequenties heeft voor de ontwikkeling van de kunsten.

Welke instituten zijn de traditionele opdrachtgevers in de rest van Europa en in welke twee zaken wijkt de situatie Nederland af?




Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ANTWOORD VRAAG 1

• In vrijwel alle landen in Europa zijn de staatskerk en het (koninklijk) hof de grootste verstrekkers van opdrachten oor kunstenaars.

• In Nederland is er geen koninklijk hof dat opdrachten verstrekt, maar een republiek.

• In Nederland is er wel een staatskerk, maar die is calvinistisch en wars van alle uiterlijk vertoon. Deze kerk verschaft dan ook geen opdrachten aan kunstenaars.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

BLOK 2 - VRAAG 2
De zeventiende eeuw wordt niet voor niets de Gouden Eeuw genoemd. In Nederland ontstaat in deze periode een ongekende welvaart waarvan alle bevolkingsgroepen profiteren. De welvaart onder de burgerij leidt tot een culturele bloei waarvan vooral de schilderkunst profiteert.
Leg dit uit en noem twee gevolgen voor de schilderkunst van het feit dat de opdrachten nu vanuit de burgerij komen.


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord vraag 2

  •  Omdat de schilderijen in gewone huizen moeten worden gehangen (en niet in paleizen) wordt het formaat kleiner.

  •  Omdat burgers de kopers zijn, liggen de onderwerpen en thema’s vooral dicht bij het dagelijks leven en wereldlijke zaken (zoals landschappen, stillevens, interieurtjes en dergelijke).

  • Er ontstaan ook modes en trends in schilderstijlen, zoals het fijnschilderen.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen met Beeldaspecten
voorstelling versus vormgeving

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diego Velasquez: De overgave van Breda
(1634-1635)

Slide 23 - Tekstslide

Bekijk de afbeelding goed. Wat kunnen we al zeggen over de voorstelling?
Wat kunnen we al zeggen over de vormgeving?
Diego Velasquez: De overgave van Breda
(1634-1635)
Op het schilderij zien we de overname van Breda door de Spaanse troepen. De Spanjaarden zijn Breda binnengevallen en nemen de macht over.

Het schilderij is propagandistisch.
Dit zie je aan de voorstelling. Hoe typeert de schilder de Spaanse en de Nederlandse troepen als winnaars en verliezers? Waar zie je dat aan?

Slide 24 - Tekstslide

Antwoord
•De Nederlandse troepen staan rommeli en chaotisch door elkaar.
•Achter de Nederlandse troepen stijgt rook op/staan zaken in brand.
•De Spaanse troepen vormen een gesloten blok met een vaandel boven hen
•De Spaans lansen staan keurig in het gelid.
Het schilderij is propagandistisch.
Dit zie je aan de voorstelling. Hoe typeert de schilder de Spaanse en de Nederlandse troepen als winnaars en verliezers? Waar zie je dat aan?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ook in de vormgeving wordt de nadruk gelegd op de overgave van de stad Breda. Welke aspecten van de vormgeving (zie vorige dia) worden hiervoor ingezet en hoe doet Velasquez dat?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Als beschouwer wordt je door Velasquez direct bij het tafereel op het schilderij betrokken.
Door welke aspecten op het gebied van voorstelling en vormgeving doet hij dit?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Bekijk aandachtig deze video over het leven van de rijken in Nederland in de 17e eeuw. 
Maak aantekeningen, met name over de standenmaatschappij, de typisch Nederlandse denkwijzen en de cultuur.





https://www.npostart.nl/de-gouden-eeuw/22-01-2013/NPS_1210658

Huiswerk voor donderdag: deze docu afkijken + aantekeningen maken (die bespreken we in de les)

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies