H3 Les 3 - Grammatik

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 1
  • Thema:  Identiteit en relaties | School, werk en toekomst
  • Benodigde lesmaterialen: Neue Kontakte 
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10
Week 11 
Introduktion
Wortschatz+sprechen
Grammatik 
Geen les
Grammatik
Wortschatz+sprechen
Herfst-vakantie
Herhaling

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Profielkeuzeformulier
Hausaufgabenkontrolle! 
Aufgabe 4+5, Seite 218
  1. der / die Verletzte
  2. der Ausweis
  3. anrufen
  4. spenden
  5. der Krankenwagen
  6. die Nachrichten
  1. verlieren
  2. warnen
  3. los sein
  4. Meinung ... sinnvoll
  5. Drinnen ... draußen
  6. Das Interesse ... weil
Profielkeuzeformulier
Aufgabe 9, Seite 220
  1. Projekt
  2. passieren
  3. starten eine Aktion
  4. Umweltschutz
  5. einsetzen
  6. begeistert
  7. anrufen
  8. spenden

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
1. Ik kan persoonlijke voornaamwoorden gebruiken.
2. Ik kan regelmatige werkwoorden vervoegen in de tegenwoordige tijd.
3. Ik kan de werkwoorden 'sein, haben, werden' vervoegen. 


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grammatik

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hallo, ... heiße Nico
A
sie
B
du
C
ich
D
wir

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wie heißt ... ?
A
sie
B
du
C
ich
D
wir

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'ich'?
A
ik
B
wij
C
jij
D
U

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent 'du'?
A
ik
B
wij
C
jij
D
U

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke persoonlijk voornaamwoorden kennen we nog meer?

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Personal Pronomen

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik
Jij
Hij
Zij

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wij
Jullie
Zij

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

ich
er
du
sie
wir
ihr
Sie
jij
ik
wij
hij
zij
U
jullie

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De reguliere uitgangen
Het zwakke werkwoord krijgt normaal deze uitgangen:
ich               stam+ e
du                stam+ st
er,sie,es      stam +t
wir                stam +en
ihr                 stam+ t
sie, Sie         stam+ en


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'Gewone' zwakke werkwoorden
ich                    mache
du                     machst
er/sie/es           macht

wir                    machen
ihr                     macht
sie/Sie              machen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ihr (parken) zuerst das Auto.
A
parkt
B
parket
C
parkiert
D
parkst

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

er (kaufen)
A
kaufest
B
kauft
C
kaufet

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

(Gehen) du mit ins Kino?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vervoeg: ich.... (machen)

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vervoeg: das Mädchen.... (spielen)

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ich ___ (denken) an dich.

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Heiße
fliegst
spielt
antwortet
lieben
bestellen
ich 
du
er
wir
ihr
Sie

Slide 25 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sein
ich bin
du bist
er, sie, es ist
wir sind
ihr seid
sie sind
Sie sind

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

het werkwoord 'sein'
ich
du
e/s/e
wir
ihr
sie/Sie
bin
bist
ist
sind
seid
sind

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Haben
ich habe
du hast
er, sie, es hat
wir haben
ihr habt
sie haben
Sie haben

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

het werkwoord 'haben'
ich
du
e/s/e
wir
ihr
sie/Sie
habe
hast
hat
haben
habt
haben

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Werden
ich werde
du wirst
er, sie, es wird
wir werden
ihr werdet
sie werden
Sie werden

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

het werkwoord 'werden'
ich
du
e/s/e
wir
ihr
sie/Sie
werde
wirst
wird
werden
werdet
werden

Slide 31 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
timer
0:10

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Afsluiting
Leerdoelen:
Klascode: eywgl
Volgende les:

Huiswerk:
1. Ik kan persoonlijke voornaamwoorden gebruiken.
2. Ik kan regelmatige werkwoorden vervoegen in de tegenwoordige tijd.
2. Ik kan de werkwoorden 'sein, haben, werden' vervoegen. 
Geen les - zelfstandig werken
Machen
Grammatik Hand-outs
Lernen:
Wortschatz Identität und Beziehungen HV3 (Quizlet)


Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies