Paragraaf 3 de Planeten

Paragraaf 3 
de Planeten
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 16 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Paragraaf 3 
de Planeten

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat ga je leren?
7.3.1 Je kunt uitleggen dat elke planeet zijn eigen omlooptijd en snelheid heeft.
7.3.2 Je kunt afstanden omrekenen van km naar AE en omgekeerd.
7.3.3 Je kunt de vier aardse planeten noemen met hun kenmerken.
7.3.4 Je kunt uitleggen wat bedoeld wordt met ‘een vacuüm’ en ‘de atmosfeer van een planeet’.
7.3.5 Je kunt de belangrijkste verschillen benoemen tussen de aardse planeten en de reuzenplaneten.
7.3.6 Je kunt een aantal manieren beschrijven waarop planeten onderzocht worden.
7.3.7 Je kunt uitleggen waardoor satellieten jarenlang rond de aarde kunnen blijven draaien. (PLUS)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Astronomische eenheid (AE)
Een speciale eenheid om makkelijk met de enorme afstanden in het zonnestelsel te rekenen.
1 AE = 150 000 000km

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als je de afstand tussen de zon en een planeet wil berekenen dan deel je het door AE. Hoeveel km is 1 AE?
A
14 000 000
B
150 000 000
C
140 000 000
D
15 000 000

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de juiste naam bij de juiste planeet
Mercurius
Venus
Aarde
Mars
Jupiter
Saturnus
Uranus
Neptunus

Slide 9 - Sleepvraag

De naam planeet is afkomstig van het Griekse woord voor zwerver. Wetenschappers in
de oudheid dachten dat planeten in feite ook sterren waren. Maar ze zagen dat ze
langzaam bewogen aan de nachthemel, daarom werden ze zwervers of dwaalsterren genoemd.

Dwergplaneten
Dwergplaneten lijken erg op planeten. Het grootste verschil is dat dwergplaneten hun
baan rondom de zon niet hebben weten schoon te vegen, daarvoor hadden ze door hun
kleine afmetingen waarschijnlijk te weinig zwaartekracht. Er bevinden zich vaak nog
vele andere objecten in de baan van dwergplaneten, soms ook andere dwergplaneten.
Banen van dwergplaneten kunnen behoorlijk afwijken van de schijf waarin de planeten
draaien. Hun afmetingen kunnen variëren van 500 tot 5000 kilometer. Er bevinden zich
voorbij Neptunus naar schatting enkele tientallen dwergplaneten. Astronomen kunnen
ze erg moeilijk zien, omdat ze klein zijn, ver weg staan en er weinig zonlicht op valt.

Planetoïden
Andere objecten die rond de zon draaien worden planetoïden genoemd. Planetoïden
zijn meestal niet rond. Hun zwaartekracht is niet groot genoeg om het object rond te
maken. De grootste planetoïden zijn meer dan 1000 kilometer in doorsnee. De kleinste
planetoïden zijn zo groot als stofdeeltjes. Hun baan is niet stabiel en regelmatig vallen
er planetoïden als vallende sterren op aarde. 

Volgens de wet van Titius-Bode zou er ook een planeet tussen Mars en Jupiter moeten
zijn. Die is er niet, maar in plaats daarvan bevindt er zich een planetoïdengordel met
op zijn minst tienduizenden planetoïden. Men denkt dat de sterke zwaartekracht van
Jupiter voorkomt dat de planetoïden samenklonteren tot een planeet.
Overige delen van het zonnestelsel
In een zone voorbij de laatste planeet Neptunus tot ongeveer tweemaal de afstand
Zon-Neptunus bevindt zich een tweede zone met vele planetoïden. Deze regio wordt
de Kuipergordel genoemd. Er zijn naar schatting ruim 100.000 objecten die groter zijn
dan 100 kilometer in doorsnee, waaronder ook enkele dwergplaneten, zoals Pluto.
Ver voorbij de Kuipergordel bevindt zich een gebied dat de Oortwolk wordt genoemd.
Astronomen vermoeden dat zich hier ontelbare komeetachtige objecten ophouden, ze
zijn echter zo ver weg dat ze (nog) niet waargenomen kunnen worden. De Oortwolk
strekt zich uit tot meer dan duizend maal de afstand Zon-Neptunus. Als andere sterren
ook zo’n wolk zouden hebben, dan is het goed mogelijk dat deze wolken elkaar aan de
buitenranden overlappen en dat ze objecten uitwisselen. Vermoed wordt dat de kometen die zich in deze wolk ophouden af en toe ons zonnestelsel kunnen binnendringen.

Hoe groter de     ....      van een planeet tot de zon, hoe      ....    

zijn omlooptijd en hoe    ....      zijn baansnelheid.

Een planeetbaan kun je (meestal) benaderen door een       ....     

baan met de zon in het         ....    .

De vereiste kracht die nodig is om de planeet in zijn baan te '

houden is de    ....    die wordt geleverd door de    ....    
gravitatiekracht
afstand
cirkelvormige
middelpunt
groter
kleiner
middelpuntzoekende kracht

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aardse planeten
Samen met de Aarde zijn Mercurius, Venus en Mars de aardse planeten. Ze hebben een hard rostachtig oppervlak en de binnenkant bestaat uit gesteente en metalen. Dit kan vast of vloeibaar zijn. De aarde is als enige voor het grootste deel bedekt met water.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Planeet verkenners
Op Venus en Mars zijn al verkenners geland die onderzoeken wat de omstandigheden daar zijn.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Heelal
In het heelal zelf bestaat het overgrote deel uit niks. Echt helemaal niks. Geen lucht of andere gasdeeltjes. We noemen dat een vacuüm.
https://scientias.nl/james-webb-maakt-adembenemende-opname-van-de-altijd-fotogenieke-zuilen-der-schepping/

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Atmosfeer
De atmosfeer is het mengsel van gassen dat de buitenste laag van de planeet vormt. Ze horen dus bij de planeet. 
Elke planeet heeft zijn eigen combinatie van gassen. 
Aarde, Mars en Venus hebben dus een andere atmosfeer.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke atmosfeer bestaat voor het grootste gedeelte uit stikstof?
A
Mars
B
Venus
C
Aarde
D
Jupiter

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke atmosfeer bevat net als Aarde zuurstof, al is het maar een klein beetje?
A
Mars
B
Venus
C
Aarde
D
Jupiter

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Atmosfeer
Dampkring
Wel zuurstof
Geen zuurstof
Vacuüm

Slide 24 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De atmosfeer zorgt voor __________ die we nodig hebben om te ademen.
De atmosfeer zorgt voor bescherming tegen gevaarlijke __________ en __________.
De atmosfeer zorgt ervoor dat er __________ op de aarde blijft.
meteorieten
warmte van de zon
zonnestraling
zuurstof

Slide 25 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Korst
mantel
buitenkern
binnenkern
atmosfeer

Slide 26 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Reuzenplaneten
Ze zijn veel groter dan de aardse planeten en staan verder van de zon af. Ze bestaan voor een groot deel uit gassen. Onder de buitenste laag wolken is er geen vaste grond om een ruimteverkenner op te laten landen. 
De reuzenplaneten zijn Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welk van onderstaande begrippen is van toepassing op de planeet
Jupiter


A
Aardse planeet
B
Reuzenplaneet

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk van onderstaande begrippen is van toepassing op de planeet
Venus


A
Aardse planeet
B
Reuzenplaneet

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Reuzenplaneten...
A
bestaan vaak uit gas
B
kun je op landen
C
is een goede atmosfeer in om te leven
D
alles is goed

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke is geen reuzenplaneet?
A
Jupiter
B
Saturnus
C
Neptunes
D
Mars

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Video

Deze slide heeft geen instructies


Op 11 juli werd de eerste foto van een nieuwe NASA telescoop gepubliceerd.
Hoe heet deze telescoop?
A
James Webb telesoop
B
Hubble telescoop
C
NASA telescoop
D
Goddard telescoop

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom zijn telescopen belangrijk?
A
Om het ontstaan van het heelal te begrijpen
B
Sterren te bestuderen
C
Voorwerpen te vergroten
D
Geen idee

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

wat is een telescoop?
A
een fototoestel voor sterren
B
een boek over sterren
C
een verrekijker om sterren te bekijken

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sleep op de juiste plek!
timer
0:25
Kaart
Luchtfoto
Satellietfoto

Slide 44 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Luchtfoto
Satellietfoto

Slide 45 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep het plaatje naar het juiste woord.
Heb jij het goed begrepen?
astronaut
satelliet
spaceshuttle

Slide 46 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Klaar?
Maak nu opdracht 1 t/m 16 in je leerwerkboek op blz. 142 t/m 153.
Kijk daarna je antwoorden na en verbeter met een andere kleur pen.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies