verslaving

1 / 25
volgende
Slide 1: Video
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslide en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Wat legt het filmpje uit?
Omschrijf dit zo uitgebreid mogelijk

Slide 2 - Open vraag

Je bent al verslaafd als je 1 keer cocaïne gebuikt.
A
juist
B
onjuist

Slide 3 - Quizvraag

Al je gewoontes samen noem je:
A
genotmiddel
B
leefstijl
C
verslaving

Slide 4 - Quizvraag

Wat is géén genotmiddel?
A
bier
B
cola
C
water
D
chocolade

Slide 5 - Quizvraag

Als je stopt met gebruiken van een genotmiddel en je krijgt afkickverschijnselen, dan ben je...
A
geestelijk verslaafd
B
sociaal verslaafd
C
lichamelijk verslaafd
D
niet verslaafd

Slide 6 - Quizvraag

Als je denkt dat je niet zonder een genotmiddel kunt, dan ben je...
A
geestelijk verslaafd
B
sociaal verslaafd
C
lichamelijk verslaafd
D
niet verslaafd

Slide 7 - Quizvraag

Wat is niet waar?
A
Tabak werd door de indianen gebruikt als medicijn
B
tabak werd door indianen voor het eerst gebruikt
C
tabak werd vroeger gekauwd, gesnoven en gerookt
D
de meeste tabak wordt verbouwd in Amerika

Slide 8 - Quizvraag

Wat is de verslavende stof in een sigaret?
A
nicotine
B
teer
C
koolstofmonoxide

Slide 9 - Quizvraag

Als je drugs gebruikt om te ontspannen, gebruik je waarschijnlijk:
A
uppers
B
downers
C
trippers

Slide 10 - Quizvraag

Als je drugs gebruikt om te feesten, gebruik je waarschijnlijk:
A
uppers
B
downers
C
trippers

Slide 11 - Quizvraag

waarnemen=
zien, proeven, ruiken, voelen, horen

Slide 12 - Tekstslide

Als drugs je waarneming veranderen, gebruik je waarschijnlijk:
A
uppers
B
downers
C
trippers

Slide 13 - Quizvraag

cocaïne, xtc, speed en cafeïne zijn voorbeelden van:
A
stimulerende middelen (uppers)
B
waarnemings- veranderende middelen (trippers)
C
verdovende middelen (downers)

Slide 14 - Quizvraag

heroïne, slaapmiddelen, morfine, opium en alcohol zijn:
A
stimulerende middelen (uppers)
B
waarnemings- veranderende middelen (trippers)
C
verdovende middelen (downers)

Slide 15 - Quizvraag

Paddo's en LSD zijn:
A
stimulerende middelen (uppers)
B
waarnemings- veranderende middelen (trippers)
C
verdovende middelen (downers)

Slide 16 - Quizvraag

Loop je als je jong bent meer risico bij het gebruiken van drugs en alcohol?
A
ja
B
nee

Slide 17 - Quizvraag

Noem 3 redenen waarom je als je jong bent meer risico loopt bij het gebruiken van drugs.

Slide 18 - Open vraag

Jongeren zijn sneller dronken dan volwassenen
A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Hoe lang doet alcohol erover om je hersenen te bereiken?
A
15 minuten
B
1 uur
C
1 minuut
D
2 uur

Slide 20 - Quizvraag

Via welk orgaan komt de alcohol in je bloed?
A
slokdarm
B
maag
C
lever
D
dunne darm

Slide 21 - Quizvraag

Welk orgaan breekt alcohol af?
A
slokdarm
B
maag
C
lever
D
dunne darm

Slide 22 - Quizvraag

Hoe lang doet je lichaam erover om een glas alcoholische drank af te breken?
A
15 minuten
B
een half uur
C
anderhalf uur
D
3 uur

Slide 23 - Quizvraag

Als je dronken bent, heb je de volgende dag een......
A
een vrolijke stemming
B
een verslaving
C
kater
D
hoofdpijn, dorst, overgeven

Slide 24 - Quizvraag

Wat wordt in NL bedoeld met het gedoogbeleid?

Slide 25 - Open vraag