Nederlands - leesstrategieën - de 4 V's - tekst strafrecht politie

Nederlands - leesstrategieën - de 4 V's - 
tekst strafrecht politie
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Nederlands - leesstrategieën - de 4 V's - 
tekst strafrecht politie

Slide 1 - Tekstslide

Voorkennis gebruiken
 verbanden leggen tussen bekende en nieuwe info

Het leggen van verband tussen je voorkennis (je eigen ervaring en kennis van de wereld) en de tekst en tussen de tekst en de informatie uit een andere tekst. 
Is er iets in deze tekst dat me doet denken aan iets in mijn eigen leven of iets wat ik gelezen heb in een andere tekst?

Slide 2 - Tekstslide

Is er iets in deze tekst dat je doet denken aan iets in je eigen leven of iets wat ik gelezen heb in een andere tekst?

Slide 3 - Open vraag

Voorspellen op weg naar conclusies: 
kruispunt tussen je voorkennis en de (oppervlakkige) info die je uit de tekst hebt gehaald.
Wat kan ik voorspellen op grond van wat ik al weet of  heb gelezen of gezien? 
Hulpmiddelen:• Plaatjes gebruiken• Voorkennis gebruiken• Gebruiken van uiterlijke tekst-kenmerken (plaatjes, kopjes, lay-out, alinea’s)

Slide 4 - Tekstslide

Wat kan je voorspellen op grond van wat je al weet of hebt gelezen of gezien?

Slide 5 - Open vraag

Visualiseren verhogen van je ‘grip’ op de tekst
Bij welke woorden of zinnen in de tekst maakte ik een foto of filmpje in mijn hoofd? Welke beelden zag ik voor me? 
Hiermee: • vergroot je de betekenis uit de tekst door je verbeelding• verbind je jouw voorkennis en ervaringen aan woorden uit de tekst door te visualiseren• kun je je beter inleven in de tekst

Slide 6 - Tekstslide

Bij welke woorden of zinnen in de tekst maakte je een foto of filmpje in je hoofd? Welke beelden zag je voor je?

Slide 7 - Open vraag

Vragen bedenken- de stimulans om verder te lezen
Door eigen vragen te stellen bij de tekst blijf je gemotiveerd om verder te lezen, verhelder je je eigen begrip en ben je bezig om een eigen  ‘betekenis bij de tekst  te maken’. Je gebruikt daarvoor je eigen nieuwsgierigheid.
Is er een stukje tekst waar ik een vraag bij heb? Wat vroeg ik me af bij dit stukje tekst? Waar raakte ik in de war, wat was verwarrend? Welke vraag moet ik hier bedenken?

Slide 8 - Tekstslide

welke vraag roept globaal bekijken van de tekst bij je op. Stel een specifieke vraag. (Dus niet: "waar gaat het over?")

Slide 9 - Open vraag

lees de tekst helemaal
in de volgende slide beantwoord je de vraag of de tekst overeen kwam met je verwachtingen.

Slide 10 - Tekstslide

Paste de daadwerkelijke tekst binnen je verwachtingen? Geef aan wat het verschil is tussen werkelijk en verwacht.

Slide 11 - Open vraag

dus onthouden 
Voorkennis gebruiken
Voorspellen
 Visualiseren 
Vragen bedenken

Slide 12 - Tekstslide