Maandag 5 januari 2026

Maandag 5 januari 2026
HUISWERK????
09.15 uur 10.00 uur NT2  Engels met mevrouw Mieke
12.35 - 13.05 uur  PAUZE
10.00- 10.45 uur NT2  BOEK LEZEN + hoe was je weekend
Schrijf 3 activiteiten op waarvan 1 niet echt is. De klas moet raden welke niet klopt.
13.05 - 13.50 uur  NT2 TAALCOMPLEET : opdrachten afmaken in je boek of op de laptop.
10.45 - 11.05 uur  PAUZE 
13.50 - 14.35 uur  TYPEN
11.05 - 11.50  uur TAAL COMPLEET thema 1: VERHUIZEN
WOORDENSCHAT
11.50- 12.35  uur NT2 OPDRACHTEN UIT JE BOEK 
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Maandag 5 januari 2026
HUISWERK????
09.15 uur 10.00 uur NT2  Engels met mevrouw Mieke
12.35 - 13.05 uur  PAUZE
10.00- 10.45 uur NT2  BOEK LEZEN + hoe was je weekend
Schrijf 3 activiteiten op waarvan 1 niet echt is. De klas moet raden welke niet klopt.
13.05 - 13.50 uur  NT2 TAALCOMPLEET : opdrachten afmaken in je boek of op de laptop.
10.45 - 11.05 uur  PAUZE 
13.50 - 14.35 uur  TYPEN
11.05 - 11.50  uur TAAL COMPLEET thema 1: VERHUIZEN
WOORDENSCHAT
11.50- 12.35  uur NT2 OPDRACHTEN UIT JE BOEK 

Slide 1 - Tekstslide

Engels
Met mevrouw MIEKE

Slide 2 - Tekstslide

Hoe was je weekend?
We gaan elkaar vertellen hoe het weekend was en wat we hebben gedaan.
Daarna gaan jullie lezen in je leesboek.
Als er nog vragen zijn, hoor ik ze graag!

Slide 3 - Tekstslide

Pauze
  • Waar is de pauze?
  • Wat mag wel en wat mag niet in de pauze?
  • Waar mag je buiten zijn in de pauze? 

Slide 4 - Tekstslide

Les 1.1
We starten vandaag met het TAAL COMPLEET boek A2.

THEMA 1
"VERHUIZEN"
Elke les zullen we nieuwe woorden leren en gaan jullie opdrachten maken in het boek en op de laptop.
Ook krijgen jullie extra opdrachten die bij elk thema horen.

Slide 5 - Tekstslide

NT2 - boek thema 1, les 1.1
We starten samen met:
  • Oefeningen 1, 2, 3 en 4.
  • Daarna ga je zelf de andere oefeningen maken. De docent vertelt welke oefeningen je moet maken. Klaar met het boek? Ga dan verder op de laptop met de opdrachten bij 1.1.
  • Werk NIET verder in het boek of op de laptop!

Slide 6 - Tekstslide

NT2 - boek - oefening 1
Je hebt nieuwe buren. Ze komen zich voorstellen
  • Welke vragen stel je?
  • Wat vertel je over jezelf?

Slide 7 - Tekstslide

NT2 - boek - nieuwe woorden
  • de buren
  • ontmoeten
  • voor het eerst
  • de oudste
  • de jongste
  • wordt (worden)
  • geboren 

Slide 8 - Tekstslide

NT2 - boek - nieuwe woorden
  • al
  • zwanger
  • bevallen
  • pas
  • de hamer
  • lenen
  • succes 

Slide 9 - Tekstslide

Woordenschat
Vandaag nieuwe woorden bij het thema Verhuizen 
Schrijf het woord op en ook de betekenis.

Slide 10 - Tekstslide

de buren
  • de mensen die naast je wonen
  • het kan een gezin zijn
  • het huis naast je 
  • of de huizen in je straat
  • Zin: Wij hebben hele leuke buren naast ons wonen. Ze zijn heel vriendelijk.

Slide 11 - Tekstslide

ontmoeten
  • met iemand kennismaken en een gesprek voeren
  • Zin: "Hij wilde graag het leuke meisje ontmoeten, maar durfde haar niet op te bellen."
  • iemand onverwacht tegenkomen; tegenkomen; treffen; toevallig tegenkomen
  • Werkwoord: ik ontmoet, jij ontmoet, hij/zij ontmoet, wij/jullie/zij ontmoeten

Slide 12 - Tekstslide

voor het eerst
  • de eerste keer
  • nog nooit eerder gezien
  • tegenstelling: het laatst
  • Zin: In september hebben wij elkaar voor het eerst ontmoet.
  • Zin:

Slide 13 - Tekstslide

de oudste
  • iemand die de hoogste leeftijd heeft
  • 15  16  18
  • het kan met leeftijd, maar dingen kunnen ook de oudste zijn.
  • Zin: Ik heb 4 broers en zussen, mijn oudste zus is 23
  • Zin: Van mijn 5 broeken is dit de oudste broek. Deze heb ik al 3 jaar.

Slide 14 - Tekstslide

de jongste
  • iemand met de laagste leeftijd
  • 18  16  15
  • het kan met leeftijd, maar dingen kunnen ook de jongste zijn.
  • Zin: Zijn jongste broertje is nog maar een jaar oud.

Slide 15 - Tekstslide

worden
  • werkwoord
  • ik word, jij wordt, hij/zij wordt (enkelvoud)
  • wij worden, jullie worden, zij worden ( meervoud)
Zin: Zij wordt morgen 17 jaar, dat gaan we vieren.
  • ik werd, jij werd, hij/zij werd  ( enkelvoud)
  • wij werden, jullie werden, zij werden ( meervoud)
Zin: Hij werd gisteren gevraagd om mee te gaan naar een feestje.

Slide 16 - Tekstslide

geboren
  • ter wereld gebracht of ontstaan
  • werkwoord
Zin: Volgende week wordt als het goed is mijn broertje of zusje geboren.
Met het hulpwerkwoord zijn:
  • ik ben geboren, jij bent geboren, hij/zij is geboren
  • wij zijn geboren, jullie zijn geboren, zij zijn geboren
Zin: Jullie zijn geboren op dezelfde datum.

Slide 17 - Tekstslide

In welke zin wordt het woord
ontmoeten
goed gebruikt?
A
Wij hebben elkaar gisteren geontmoet
B
Jullie ontmoet elkaar in de kantine.
C
Wij ontmoeten een keer buiten school.
D
Vorig jaar hebben zij elkaar ontmoet.

Slide 18 - Quizvraag

Op welke foto staat een oude man?
A
B

Slide 19 - Quizvraag

In welke zin wordt het woord
de buren
goed gebruikt?
A
Mijn buren wonen 3 straten verder.
B
Onze buurman woont naast ons.
C
De buren is maar één persoon
D
Zij is onze buren.

Slide 20 - Quizvraag

Maak een zin met het woord:
de jongste

Slide 21 - Open vraag

Opdracht: welk woord hoort in de zin?
Welk woord hoort in de zin? Schrijf alleen het woord op, niet de hele zin!

Slide 22 - Tekstslide

Wij hebben elkaar twee jaar geleden................ .

Slide 23 - Open vraag

Jij hebt nog nooit pindakaas gegeten, dat was vandaag .......... ........ .............. .

Slide 24 - Open vraag

...... ...................... van de jongens is 16 jaar, de anderen zijn 11 en 8.

Slide 25 - Open vraag

Het is vandaag 5 januari, vanmorgen is mijn neefje ........................... .

Slide 26 - Open vraag

De mannen die naast ons wonen, zijn onze ......................... .

Slide 27 - Open vraag

Zinnen maken

Het rad draait een naam. Zie je jouw naam? Dan maak je een zin met 1 van de woorden.
De woorden: geboren, de buren, voor het eerst, ontmoeten, worden, de jongste, de oudste

Slide 28 - Tekstslide

Pauze
  • Waar is de pauze?
  • Wat mag wel en wat mag niet in de pauze?
  • Waar mag je buiten zijn in de pauze? 

Slide 29 - Tekstslide

TAAL COMPLEET 1.1 Verhuizen
Jullie gaan de opdrachten van het thema "verhuizen" , 
op de computer of uit je boek.

Je mag NIET verdergaan met het volgende hoofdstuk.

Slide 30 - Tekstslide

 TYPEN
Ga door waar je bent gebleven, heb je vragen kom gerust!

Slide 31 - Tekstslide