cross

Lessen klas 1 tot aan de vakantie

Planning
Week 22: Presentaties / werklessen ELO
Week 23:(H) Leven met elkaar herhaling H1 + H2 + H6
Week 24: Humanisme Hoofdstuk 1 + 2
Week 25: Humanisme Hoofdstuk 6
Week 26: Uitlooples + Leerlinggestuurde lessen
Week 27: Vanaf woensdag toetsweek
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdienstMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Planning
Week 22: Presentaties / werklessen ELO
Week 23:(H) Leven met elkaar herhaling H1 + H2 + H6
Week 24: Humanisme Hoofdstuk 1 + 2
Week 25: Humanisme Hoofdstuk 6
Week 26: Uitlooples + Leerlinggestuurde lessen
Week 27: Vanaf woensdag toetsweek

Slide 1 - Tekstslide

Wat te leren voor de toetsweek?
Klas 1: 
Boekje: Leven met elkaar  H1 + H2 + H6
Boekje: Humanisme H1 + H2 + H6
Groene slides NIET!

Slide 2 - Tekstslide

Leitner Flashcards
Leren volgens de bewezen methode van Leitner. 
Voordelen handgeschreven kaartjes: 
- Veel herhaling
- Actief leren
- Motiverend
- Kost weinig oefentijd

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Cornell Lesnotities

Houd in de lessen goed je schrift en papier bij de hand.

Het maken van aantekeningen helpt je met het onderscheiden van hoofd- en bijzaken en zo behoudt je een goede focus in de les
 

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Uit de vorige les(sen) weet ik nog dat...

Slide 7 - Woordweb

Week 23
Herhaling van het boekje "Leven met elkaar"
Hoofdstuk 1 + 2 + 6

Huiswerk voor deze week:
Herhaal hoofdstuk 1, 2 en 6 van het boekje Leven met elkaar. 
Vat deze kort samen volgens de Cornell methode.  Bereidt eventuele vragen voor. 



Slide 8 - Tekstslide

Ik voel me vandaag aan het begin van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 9 - Poll

Doelen
- Je kan twee kenmerken van levensvragen noemen
- Ja kan de 2 karakteristieken van levensvragen in eigen woorden uitleggen
- Je kan uitleggen wat jaloezie is
- Je kan vertellen wat angst en jaloezie met elkaar te maken hebben 
- Je kan globaal aangeven wat de grondwet inhoudt 
- Je kan uitleggen wat de 3 hoofdwaarden in onze maatschappij zijn 


Tip! Maak van elk doel een vraag, zo kan je jezelf overhoren.

Slide 10 - Tekstslide

Aantekening bij Hoofdstuk 1
Levensvragen hebben 2 kenmerken:
1. Ze hebben géén vaststaand antwoord
> Inter-persoonlijk: tussen personen wijkt het antwoord af
> Intra-persoonlijk: het antwoord kan voor één persoon veranderen 
2. Gaan over de belangrijke dingen in jouw leven, want verandert het antwoord, dan verandert jouw leven. 

Slide 11 - Tekstslide

Als we zeggen dat levensvragen over de belangrijke dingen in het leven gaan, wat bedoelen we dan?

Slide 12 - Open vraag

Aantekening bij Hoofdstuk 2
Jaloezie = afgunst, iemand anders iets niet gunnen. Vaak komt dit voort uit een bepaalde onzekerheid/angst. Dit kan zich uitten in woede. 

Slide 13 - Tekstslide

Jaloezie of afgunst is vaak verbonden met andere negatieve emoties, welke?
A
Vreugde
B
Onzekerheid
C
Boosheid
D
Teleurstelling

Slide 14 - Quizvraag

Ben je zelf wel eens jaloers geweest?

Slide 15 - Open vraag

Aantekening bij §6.1
  • Grondwet= hierin staan de rechten en plichten* van de overheid en van de burgers

*Rechten= dit mag je verwachten
*Plichten= dit wordt van je verwacht

Slide 16 - Tekstslide

Waar denk je aan bij het begrip "grondwet" zoek een toonbare foto.

Slide 17 - Open vraag

Aantekening bij §6.2 
Wat mag iemand in Nederland allemaal doen en denken?
1. Vrijheid van geloof: iemand mag zelf bepalen welk geloof je hebt
2. Vrijheid van meningsuiting: je mag zeggen, denken en schrijven wat je wilt. 
3.  Vrijheid van levensstijl: je mag zelf kiezen hoe je jouw leven inricht
4. Vrijheid van vereniging: je mag een eigen partij of verenging oprichten
5. Zelfbeschikkingsrecht: je mag over je eigen leven/lichaam beslissen

Slide 18 - Tekstslide

Kies het best passende item: Ik mag een eigen carnavalsclub oprichten, want ik heb vrijheid van...
A
meningsuiting
B
geloof
C
levensstijl
D
vereniging

Slide 19 - Quizvraag

In Nederland mag de krant alleen schrijven wat van de overheid mag
A
Juist
B
Onjuist

Slide 20 - Quizvraag

Aantekening bij §6.3
Gelijkwaardigheid= 
  1. Met gelijkwaardig bedoelen we niet dat alle mensen hetzelfde zijn.
  2. Ieder mens is anders maar alle mensen zijn evenveel waard.
  3. Iedereen moet op een gelijkwaardige manier behandeld worden.  > Dus verbod op discriminatie op grond van geloof, herkomst, levensstijl of geaardheid. 

Slide 21 - Tekstslide

Ieder mens is gelijk dat betekent dat je allemaal net zoveel waard bent
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quizvraag

Dat ieder mens gelijk is betekent iets anders dan dat ieder mens gelijkwaardig is
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Aantekening bij §6.4 
  • Solidariteit= rekening hou den met elkaar. Dit is een deugd, waarbij je mensen helpt die dat nodig hebben en hen niet in de steek laat. 
  • Belasting= deel van een bedrag dat je aan de overheid moet betalen. Zo moet je een deel van je salaris afstaan, maar ook bij producten die je koopt. 
  • Bestaanszekerheid= 'drempelwaarde' > zekerheid die je hebt op fatsoenlijk onderdak, werk, gezondheidszorg en onderwijs.

Slide 24 - Tekstslide

Extra achtergrond slide voor vWo
Bestaanszekerheid is een groot thema in de Ethiek(de vraag naar goed en kwaad). Want bewijs maar eens dat mensen hier eigenlijk recht op hebben? 
Martha Nussbaum probeert vermogen te formuleren waar iedereen recht op heeft(vanuit de theorie van Rawls). Ter inspiratie van de mensenrechten. 

Slide 25 - Tekstslide

Extra achtergrond slide voor vWo
Deugd(Aristoteles)= een kwaliteit die je instaat stelt om de levenspraxis op excellente wijze uit te oefenen

Praxis= een handeling die het doel inzicht heeft (tegenovergestelde van een poiësis: waar het doel buitenzichzelf ligt)

Slide 26 - Tekstslide

Bestaanszekerheid wordt in de slide een drempelwaarde genoemd, waarvoor is dit een drempel?

Slide 27 - Open vraag

Ik voel me vandaag aan het einde van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll

Week 24
Start met boekje "Humanisme"
Hoofdstuk 1 + 2 

Huiswerk voor deze week:
Lees hoofdstuk 1, 2  van het boekje Humanisme. 
Vat deze kort samen volgens de Cornell methode. Bereidt eventuele vragen voor. 

Slide 29 - Tekstslide

Ik voel me vandaag aan het begin van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 30 - Poll

Doelen
- Je kunt uitleggen waar het woord humanisme vandaan komt
- Je kunt uitleggen wat het betekent dat de mens centraal staat 
- Je kunt vertellen welke vijf uitgangspunten het humanisme kent
- Je kunt humanisten indelen als atheïst, antitheïst of agnost




Tip! Maak van elk doel een vraag, zo kan je jezelf overhoren.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Aantekening bij H1
  • (modern) humanisme= Geloof waarin de mens centraal staat, vandaar human-isme > humanus= mens
  • Vijf uitgangspunten van humanisme:
  1. De mens staat centraal
  2. Menselijke moraal
  3. Appèl op Kennis > redelijkheid in hoog aanzien
  4. Expressie 
  5. Geen geloof in een 'hogere macht' 


Slide 33 - Tekstslide

Inzoomen op punt 5
Geen geloof in een 'hogere macht' , maar niet alle humanisten geloven precies hetzelfde. We onderscheiden twee soorten:
  1. Atheïsme: humanisten zijn vaak atheïstisch. Ze geloven niet(A) in een God(Theos). Wanneer een humanist twijfelt noemen we hem/haar agnost: iemand die twijfelt aan het bestaan van God(en)
  2.  Antitheïsme: Er bestaat ook antitheïsme. Antitheïsme= tegen(anti) God(Theos). Zij zien liever geloof verdwijnen. 

Slide 34 - Tekstslide

Extra achtergrond slide voor vWo
  • Bij kenmerk 2: Menselijke moraal
Moraal = bestand van praktische overtuigingen dat mensen over het juiste handelen hebben. 
  • Bij kenmerk 3: Appèl op Kennis > redelijkheid in hoog aanzien. Lezen we terug bij grote denkers als Kant en Rawls. 
Deze aanspraak op de redelijkheid  reciprocitief. Ik veronderstel het vanzelf en dus ook van de ander. Kritiek: Er bestaan ook domme/beperkte wezens, wat dan?
  • Bij kenmerk 4: expressie is een soort zelfverwezenlijking. Dit zien we terug bij Aristoteles tot vandaag de dag in de levenskunst. Kritiek: Hebben we een doel?

Slide 35 - Tekstslide

Humanisme stamt af van welk woord?

Slide 36 - Open vraag

Lees de bron en geef de passende definitie aan: "Mijn naam is Simone ik vind geloof niet in God." Simone is...
A
Theïst
B
Atheïst
C
Agnost
D
Antitheïst

Slide 37 - Quizvraag

Lees de bron en geef de passende definitie aan:"Of ik in God geloof? denk je dat ik gek ben. Ik haat geloof" Dit is een..
A
Theïst
B
Atheïst
C
Agnost
D
Antitheïst

Slide 38 - Quizvraag

Ik voel me vandaag aan het einde van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 39 - Poll

Week 25
Verder met boekje "Humanisme"
Hoofdstuk 6

Huiswerk voor deze week:
Lees hoofdstuk 6 van het boekje Humanisme. 
Vat deze kort samen volgens de Cornell methode. Bereidt eventuele vragen voor. + Mk. opdr.2 + 7. 1A / 7.2 A+B 

Slide 40 - Tekstslide

Ik voel me vandaag aan het begin van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 41 - Poll

Doelen
- Je kunt de achtergronddenkers van het humanisme (Socrates, Spinoza, Erasmus, Darwin en Marx) in historische context plaatsen
- Het verschil aangeven tussen bijbelhumanisme en modern humanisme



Tip! Maak van elk doel een vraag, zo kan je jezelf overhoren.

Slide 42 - Tekstslide

Aantekening bij Hoofdstuk 6
Niet al het humanisme is hetzelfde! 
  • Bijbels humanisten: Erasmus van Rotterdam
Hartstikke gelovige mensen die de bijbel vertalen
  • Moderne Humanisten vanaf 19e eeuw
  • Korte 'geschiedenis' waar we elementen van het humanisme terug vinden:
Socrates > Erasmus/ Spinoza > Darwin > Marx

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Video

Grieken en Romeinen
Renaissance en de 17e eeuw
18/19e eeuw
20e eeuw
Darwin
Socrates
Erasmus
Marx
Evolutie theorie
Bijbel

Slide 45 - Sleepvraag

Ik voel me vandaag aan het einde van de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 46 - Poll