Adjectives, Adverbs,

Adverbs  Adjectives  
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare school

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Adverbs  Adjectives  

Slide 1 - Tekstslide

What do you know about adjectives? (bijvoeglijke naamwoorden)

Slide 2 - Woordweb

Adjective (bijvoeglijk naamwoord)
Zegt iets over een 
zelfstandig naamwoord
  • mens
  • dier
  • plant
  • ding
VB
  • A horrible film
  • That handsome actor
  • The new cinema

In het Engels maar 1 vorm! En die vind je in het woordenboek.  

Slide 3 - Tekstslide

Adverb (bijwoord) 
 
1. Bijwoord zegt iets over een 
werkwoord
dus hoe je iets doet
VB
  • The man drives slowly.
  • The girl sings beautifully.

Slide 4 - Tekstslide

Adverb (bijwoord) 
 
2. Bijwoorden kunnen ook iets zeggen over een bijvoeglijk naamwoord
VB
  • That is an extremely beautiful car. 

Slide 5 - Tekstslide

Adverb (bijwoord) 
 
3. Bijwoorden kunnen ook iets zeggen over een ander bijwoord.
VB
  • She sings really beautifully

Slide 6 - Tekstslide

This movie has a lot of lot of funny scenes.
A
funny = adverb (bijwoord)
B
funny = adjective (bijvoeglijk naamwoord)

Slide 7 - Quizvraag

I used to make myself believe that planet Earth turns slowly.
slowly=
A
adverb (bijwoord)
B
adjective (bijvoeglijk naamwoord)

Slide 8 - Quizvraag

She moves very gracefully.

gracefully =
A
adverb
B
adjective

Slide 9 - Quizvraag

She moves very gracefully.

very =
A
adverb
B
adjective

Slide 10 - Quizvraag

These are really fantastic movies.

Fantastic =
A
adverb
B
adjective

Slide 11 - Quizvraag

These are really fantastic movies.

really=
A
adverb
B
adjective

Slide 12 - Quizvraag

Je maakt een bijwoord MEESTAL door -ly achter het bijvoeglijk naamwoord te zetten
a slow car - My brother drives slowly
The beautiful actrice - sings beautifully


VB

Slide 13 - Tekstslide

Maar soms verandert de spelling..
1
2
3
woorden die op -le eindigen 
woorden die eindigen op medeklinker + y
woorden die eindigen op -ic

Slide 14 - Tekstslide

1
woorden die eindigen op -le: 


-le wordt ly
  • horrible wordt horribly
  • terrible wordt terribly

Slide 15 - Tekstslide

2
Woorden die eindigen op:
medeklinker + y
  • Happy
  • angry
  • lucky
  • hungry

Slide 16 - Tekstslide

2
Griekse y 
wordt -i + ly
  • happily
  • angrily
  • luckily
  • hungrily

Slide 17 - Tekstslide

3
Woorden die eindigen op -ic
  • fantastic
  • comic

Slide 18 - Tekstslide

3
ipv  -ly komt er -ally achter het woord 
  • fantastically
  • comically

Slide 19 - Tekstslide

Billie Eilish is a GOOD singer.    


Billie Eilish sings very goodly???
Nope... 
Dan nog dit..

Slide 20 - Tekstslide

Billie Eilish sings very....

Slide 21 - Open vraag

The irregular adverbs..
  • good –> well   ( She is a good singer - She sings well.)
  • hard –> hard   (He is a hard worker - he works hard.)
  • fast –> fast      (That is a fast car - My sister drives fast.)
  • late –> late      (We had a late lunch - I always eat late.)
  • early –> early  (They had an early meeting - They got up early.)

Slide 22 - Tekstslide


We have a ------- sister.

A
fantastic
B
fantastically

Slide 23 - Quizvraag


Ted acts ---------
A
selfish
B
selfishly

Slide 24 - Quizvraag


Those were some ----- questions.
A
easy
B
easily

Slide 25 - Quizvraag


She is a ------ person.

A
wonderful
B
wonderfully

Slide 26 - Quizvraag


Ariana Grande always performs
-----
A
good
B
well

Slide 27 - Quizvraag


He was a ---- performer.
A
good
B
well

Slide 28 - Quizvraag


His -----songs are all hits.
A
amazing
B
amazingly

Slide 29 - Quizvraag


She climbed up the ladder ------
A
careful
B
carefully

Slide 30 - Quizvraag


The dog is -------
A
angry
B
angrily

Slide 31 - Quizvraag


They studied ----- for their test.
A
hard
B
hardly

Slide 32 - Quizvraag


She speaks English very ------
A
good
B
well

Slide 33 - Quizvraag


I always get up -------
A
early
B
earlily

Slide 34 - Quizvraag