Controles bij de kraamvrouw

We gaan de kraambedcontroles per punt bespreken. 
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

We gaan de kraambedcontroles per punt bespreken. 

Slide 1 - Tekstslide

Hoeveel dagen neem je de temperatuur op bij de kraamvrouw en op welk moment van de dag
A
3 dagen 'smorgens en 's middags
B
5 dagen 's morgens
C
3 dagen alleen 's morgens
D
5 dagen 's morgens en 's middags

Slide 2 - Quizvraag

Wat is een normale temperatuur
A
Tussen de 36.5-37.5
B
Tussen de 37.2-37.8
C
Tussen de 36.1 en de 37.8
D
Tussen de 36.3-37.8

Slide 3 - Quizvraag

Tellen hartslag/polsslag
A
De normale polsslag is tussen de 60-100
B
De normale polsslag ligt tussen de 100-120
C
De normale polsslag ligt tussen de 80-90
D
De normale polsslag is 60-70

Slide 4 - Quizvraag

De polsslag kan stijgen t.g.v:
Noem 5 redenen

Slide 5 - Woordweb

Hoeveel bloedverlies mag een kraamvrouw hebben na de bevalling
A
200-300 cc
B
300-800 cc
C
600-1000 cc
D
150-400 cc

Slide 6 - Quizvraag

Lochia: Hoe vaak laat je de kraamvrouw haar kraamverband verschonen
A
3x daags
B
Zo nodig
C
om de 3 uur
D
Alleen bij ruim bloedverlies

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een endometritis
A
Ontsteking van het baarmoederslijmvlies
B
Onsteking van de labia
C
Onsteking van de borsten
D
Ontsteking van de ruptuur

Slide 8 - Quizvraag

Vanaf welke dag van de bevalling treden verschijnselen van een endometritis op
A
2e -3e dag pp
B
5e-10e dag pp
C
10-15e dag pp
D
3e-5e dag pp

Slide 9 - Quizvraag

Welke bewering klopt niet
A
Endometritis moet behandeld worden met Antibiotica
B
Endometritis gaat vanzelf over
C
Rust nemen en goede hygiene zijn heel belangrijk
D
Goed drinken is heel belangrijk

Slide 10 - Quizvraag

Waarom bepaal je de stand van de uterus
A
voorkomen fluxus en opsporen endometritis,stolsels
B
Om te checken of de blaas vol is
C
Om te checken of de baarmoeder kleiner wordt
D
Om te checken of iemand meer moet drinken

Slide 11 - Quizvraag

Bij een sectio caesarea controleer je de uterus
A
voorzichting rondom het sectio litteken
B
voel je de uterus niet dat is te pijnlijk
C
wordt dit gedaan door de verloskundige
D
Laat je de kraamvrouw dit zelf doen

Slide 12 - Quizvraag

Naweeen:
Welke bewering is juist
A
zie je vaak na een eerste bevalling
B
zie je vaak na een 2e of 3e bevalling
C
zijn vaak abnormaal
D
bestrijdt je altijd met een warme kruik

Slide 13 - Quizvraag

Controle perineum: wat zijn tekenen van infectie:
A
pijn, roodheid, zwelling, evt. pus
B
pijn en zwelling
C
pijn en pus
D
rood en een hematoom

Slide 14 - Quizvraag

Om te voorkomen dat de kraamvrouw pijn heeft kun je adviseren:
A
Ga zitten op een zacht kussen
B
Ga zitten op een harde platte ondergrond
C
Ga zitten op een bil. Wissel je billen af
D
Er zijn speciale bandjes, hier kun je goed op zitten

Slide 15 - Quizvraag

Waarom controleer je de benen van de kraamvrouw
A
Haar figuur moet snel weer in de normale vorm komen
B
Om te voorkomen dat er spataderen komen
C
Tijdig onderkennen van trombose
D
Tijdig onderkennen van restless legs

Slide 16 - Quizvraag

Trombose been herkennen aan 
  • spataderen                
  • tromboflebitis
  • oedeem
  • roodheid
  • rode plekken
  • warmteverschil
  • de glans van de huid
  • pijn bij opstaan en lopen.

Slide 17 - Tekstslide

Wanneer moet de kraamvrouw na de bevalling plassen
A
binnen 12-24 uur
B
3- 4 uur na de bevalling
C
binnen 24 -36 uur
D
8-6 uur na de bevalling

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de belangrijkste reden dat je de kraamvrouw voor de voeding laat urineren
A
Dan heeft ze geen last van het gevoel te moeten plassen
B
Het wordt gewoon tijd om te plassen
C
Dan kun je gelijk het bloedverlies benoemen
D
De baarmoeder kan dan goed samentrekken

Slide 19 - Quizvraag

Welk advies geef je de kraamvrouw t.a.v. de ontlasting.
Noem twee adviezen

Slide 20 - Open vraag

Pre-eclampsie:
Wat zijn je observatiepunten waarbij je alert bent hierop
A
misselijkheid en braken, duizelig
B
verdrietig zijn emotioneel
C
obstipatie
D
koorts

Slide 21 - Quizvraag

psychosociaal welbevinden observeren wat is normaal
A
huilbuien 3e tot 10e dag
B
Slaap twee uurtjes per etmaal
C
nervositeit en slaap te kort
D
moeheid en continue slapen. 15 uur per dag.

Slide 22 - Quizvraag

Kernsymtomen bij postpartum depressie
A
depri gevoel
B
Lusteloos en neerslachtig
C
continu moe
D
Overdreven enthousiast

Slide 23 - Quizvraag

Voor adviezen rondom de borstvoeding gebruik ik bij voorkeur
A
Internet. Wikepedia
B
La leche leaque
C
KCKZ borstvoeidingsprotocol
D
Borstvoeding.com

Slide 24 - Quizvraag