Week 16 - Rekenen gewicht/wegen

Gewicht/wegen
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Gewicht/wegen

Slide 1 - Tekstslide

Waar denk je aan bij
de woorden
gewicht/wegen

Slide 2 - Woordweb

Hoe noemen we dit apparaat?
A
weegschaal
B
personenweegschaal
C
maatbeker
D
keukenweegschaal

Slide 3 - Quizvraag

Hoe noemen we dit?
A
lepels
B
maatlepels
C
lepelset
D
bestek

Slide 4 - Quizvraag

Wat voor soort weegschaal is dit?
Kies twee antwoorden.
A
keukenweegschaal
B
digitale weegschaal
C
personenweegschaal
D
analoge weegschaal

Slide 5 - Quizvraag

Verschillende materialen 
Zoals jullie hebben gemerkt, door het antwoorden van de vorige vragen, zijn er verschillende soorten weegschalen of manieren om iets af te meten. 

Een personenweegschaal 
keukenweegschaal  
Maatlepels 

Slide 6 - Tekstslide

Lees af
A
B
C
D
95 kg
81 kg
85 kg
99 kg

Slide 7 - Sleepvraag

Welke weegschaal zou je gebruiken?
Keukenweegschaal
Personenenweegschaal
Maatlepels

Slide 8 - Sleepvraag

Wat is de afkorting van kilogram?
A
kilo
B
gram
C
g
D
kg

Slide 9 - Quizvraag

Wat is zwaarder?
A
zak appels
B
pak melk

Slide 10 - Quizvraag

Welke product weegt 120 gram?
A
Chips
B
Boterhamworst
C
Fles cola
D
Pak koffiebonen

Slide 11 - Quizvraag

Zet de voorwerpen op volgorde van licht naar zwaar.
A
reep, stiften, puntenslijper
B
puntenslijper, stiften, reep
C
puntenslijper, reep, stiften
D
stiften, puntenslijper, reep

Slide 12 - Quizvraag

Zet de voorwerpen op volgorde van zwaar naar licht.
A
fiets, laptop, spacescooter
B
laptop, spacescooter, fiets
C
laptop, fiets, spacescooter
D
fiets, spacescooter, laptop

Slide 13 - Quizvraag

Er zijn deze week 3 baby’s geboren. Mike, Sophie en Willem.
Mike weegt 3150 gram
Sophie weegt 2930 gram
Willem weegt 3050 gram

Wie weegt het meest?

A
Mike
B
Sophie
C
Willem

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Video

Koppel de gewichten aan de goede benaming
Pond
Kilo
Ons

Slide 16 - Sleepvraag

1 ons =
A
1000 gram
B
500 gram
C
100 gram

Slide 17 - Quizvraag

1 pond =
A
1000 gram
B
500 gram
C
100 gram

Slide 18 - Quizvraag

1 kilo =
A
1000 gram
B
500 gram
C
100 gram

Slide 19 - Quizvraag

Wat weegt 1 kg?
A
1,5 liter cola
B
pak suiker
C
koffiepads
D
zak chips

Slide 20 - Quizvraag

Wat weegt ieder product? 
Sleep het naar het goede begrip. 
Kilo
Pond
Ons

Slide 21 - Sleepvraag

Wat weegt ongeveer 1 kilogram?
A
Kuikentje
B
Laptop
C
Fiets

Slide 22 - Quizvraag

Wat weegt ongeveer 1 gram?
A
Punaise
B
Tekkel
C
Ananas

Slide 23 - Quizvraag

Is de weegschaal in balans?
A
Ja
B
Nee

Slide 24 - Quizvraag

Welk gewicht moet er
op de weegschaal?
A
28,50 KG
B
0,258 KG
C
2,850 KG

Slide 25 - Quizvraag

Slide 26 - Tekstslide

1 Kilo bestaan dus uit 1000 gram

Dus 1000 simkaartjes 
weegt evenveel 
als een pak meel 
van 1 kilogram. 

Slide 27 - Tekstslide

Aanvullen tot 1 kilogram (1000 gram)

Je hebt al 260 gram
A
240 gram
B
540 gram
C
740 gram
D
840 gram

Slide 28 - Quizvraag

Aanvullen tot 1 kilogram (1000 gram)

Je hebt al 980 gram
A
20 gram
B
40 gram
C
50 gram
D
30 gram

Slide 29 - Quizvraag

Aanvullen tot 1 kilogram (1000 gram)

Je hebt al 520 gram
A
580 gram
B
80 gram
C
380 gram
D
480 gram

Slide 30 - Quizvraag

Aanvullen tot 1 kilogram (1000 gram)

Je hebt al 150 gram
A
550 gram
B
50 gram
C
850 gram
D
950 gram

Slide 31 - Quizvraag