This is me
This is me
Open de les eenvoudig: dit hoofdstuk gaat over jezelf voorstellen, informatie begrijpen en korte Engelse zinnen over jezelf maken.
Lesdoel
Ik kan in eenvoudig Engels iets vertellen over mezelf, mijn familie en mijn hobby’s.
Deze slide heeft geen instructies
Welk Engels woord over jezelf ken je al?
Gebruik de woordwolk als start: laat leerlingen woorden noemen zoals name, age, family, hobby, friend, tall of live. Koppel kort terug aan het lesdoel.
Waar gaat dit hoofdstuk over?
In This is me leer je Engels gebruiken voor alledaagse persoonlijke informatie.
Je werkt met:
jezelf voorstellen
familie en vrienden
hobby’s
uiterlijk beschrijven
getallen en basisvragen
Houd het tempo laag. Verwijs eventueel kort naar de hand-out met leerdoelen, maar zet die niet volledig op de slide.
Jezelf voorstellen
Handige zinnen om mee te starten:
My name is ...
I am ... years old.
I live in ...
I like ...
This is my ...
Benadruk dat leerlingen nog geen lange teksten hoeven te maken. Korte, correcte zinnen zijn genoeg.
Persoonlijke informatie begrijpen
In dit hoofdstuk lees, luister en kijk je naar informatie over:
naam
leeftijd
familie
vrienden
hobby’s
Je let op bekende woorden en eenvoudige feiten.
Leg uit dat 'begrijpen' op A1-niveau betekent: de hoofdpunten en simpele informatie eruit halen.
Woorden die je vaak nodig hebt
Belangrijke themawoorden zijn:
woorden voor looks: tall, short, blond, dark hair
woorden voor hobby’s: football, gaming, music, reading
numbers voor leeftijd, telefoonnummer of klas
familiewoorden: mother, brother, sister, parents
Spreek de Engelse woorden hardop uit en laat leerlingen meelezen op de hand-out of in het boek.
Lezen, luisteren en kijken
Je gaat verschillende soorten Engels tegenkomen:
een clip over mensen die persoonlijke informatie geven
een clip over vrienden
een tekst over persoonlijke informatie, hobby’s en families
een tekst over hobby’s
Steeds gaat het om eenvoudige, herkenbare informatie.
Maak duidelijk dat dezelfde woordenschat steeds terugkomt in verschillende vaardigheden: kijken, lezen, luisteren, spreken en schrijven.
Welke zin gebruik je om jezelf voor te stellen?
I live in ...
My name is ...
This is my ...
I like ...
Alle opties komen uit de voorbeelden, maar alleen 'My name is ...' is echt de standaard start om jezelf voor te stellen.
Vul de juiste woorden in
In dit hoofdstuk leer je Engels voor personal information. Je praat over je family en je hobbies. Je let op eenvoudige feiten zoals naam en age.
De woorden sluiten direct aan op de kern van slides 2 t/m 6.
Schrijven en grammatica
Je leert korte zinnen schrijven over:
facts: feiten over jezelf
habits: dingen die je vaak doet
Je gebruikt ook:
personal pronouns: I, me
question words: who, what
Houd het functioneel: leerlingen hoeven nog geen uitgebreide grammaticaregels te kennen, maar moeten de vormen herkennen en gebruiken.
Spreken in het Engels
Aan het eind van dit hoofdstuk kun je:
jezelf voorstellen
iets zeggen over iemand anders
persoonlijke informatie geven
iemand kort beschrijven
Koppel dit aan veiligheid: fouten maken mag. Het doel is durven spreken met eenvoudige zinnen.
Welk woord is een question word?
me
who
facts
habits
Controleer of leerlingen verschil zien tussen question words en andere Engelse woorden uit de les.
Maak de tekst compleet
Je leert korte sentences schrijven over jezelf. Daarbij gebruik je personal pronouns zoals I en me. Aan het eind kun je ook iemand kort describe en in het Engels speak.
De blanks testen de kernwoorden uit schrijven, grammatica en spreken.
Welke info zou jij in 2 Engelse zinnen over jezelf zetten?
Bespreek dat een goed antwoord iets noemt als: naam, leeftijd, woonplaats, hobby of familie. Het gaat om durven kiezen en korte zinnen maken.
Woordenlijst
personal information - persoonlijke informatie
hobbies - hobby’s
family - familie
friends - vrienden
looks - uiterlijk
personal pronouns - persoonlijke voornaamwoorden zoals I en me
question words - vraagwoorden zoals who en what
Deze slide heeft geen instructies
Evaluatiemomentje!
Deze slide heeft geen instructies
FF spiegelen
Evaluatie les
Evaluatie proces
Werkhouding?
Tempo?
Verzorging?
Zelfstandig?
Leerdoelen:
Deze slide heeft geen instructies