Inleiding brugklas

Inleiding geschiedenis

Lees bladzijde 6 en 7 van je leerboek. 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Inleiding geschiedenis

Lees bladzijde 6 en 7 van je leerboek. 

Slide 1 - Tekstslide

1 Tijdvakken + perioden
a Haal bij de docent het knipvel met de tijdvakken.
b Plak de tijdvakken netjes op de eerste bladzijde van je schrift.

Slide 2 - Tekstslide

2 Jaartelling
a Noteer op de volgende bladzijde in je schrift: In bijna alle landen op de wereld wordt de christelijke jaartelling gebruikt.
b Noteer in je schrift met welke gebeurtenis de mensen met deze jaartelling zijn begonnen te tellen.

Slide 3 - Tekstslide

De islamitische jaartelling is begonnen in:
A
365 v. Chr.
B
5
C
622
D
1054

Slide 4 - Quizvraag

De islamitische jaartelling is begonnen met de belangrijke gebeurtenis:
A
de geboorte van Mohammed
B
het ontstaan van de Koran
C
de vlucht van Mohammed van Mekka naar Medina
D
de dood van Mohammed

Slide 5 - Quizvraag

Als de moslims hun jaartelling gebruiken dan leven zij nu in het jaar

Slide 6 - Open vraag

De joodse jaartelling is begonnen te tellen bij de belangrijke gebeurtenis:
A
de geboorte van Jezus
B
de schepping
C
het ontstaan van God
D
de dood van Jezus

Slide 7 - Quizvraag

De joodse jaartelling is begonnen in:
A
3761 v. Chr.
B
1502 v. Chr
C
33
D
478

Slide 8 - Quizvraag

Als de joden hun eigen jaartelling gebruiken dan leven zij nu in het jaar

Slide 9 - Open vraag

Zoek zelf nog een jaartelling. Zet erbij wanneer die is begonnen en met welke gebeurtenis.

Slide 10 - Open vraag

3 Eeuwen
Een eeuw duurt honderd jaar. Als je de eerste eeuw neemt dan begint hij in het eerste jaar en duurt tot het jaar 100. 1e eeuw: 0-100
De tweede eeuw begint in het jaar 100 en duurt tot het jaar 200. 2e eeuw: 100-200
Welk ezelsbruggetje kun je nu gebruiken om de eeuw te geven van een bepaald jaartal? Bijv. het jaar 689= ?eeuw

Slide 11 - Tekstslide

Welke eeuw?
341
1033
1852
2396

Slide 12 - Open vraag

4 De tijdbalk
Lees nogmaals op bladzijde 7 van je leerboek het stukje over de tijdbalk.
Daarna maak je opdracht 7 op bladzijde 7 van je (digitale) werkboek.

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht tijdbalk maken in je schrift.
1 Maak een tijdbalk vanaf het jaar 2005 tot 2025.
2 Elk jaar is  1 cm. 2005, 2010, 2015, 2020 en 2025 zet je boven de tijdbalk.
3 Bedenk 5 gebeurtenissen in je leven en zet die bij het juiste jaar onder de tijdbalk.

Slide 14 - Tekstslide

5 Prehistorie 

Lees de tekst over de prehistorie
Wat is de prehistorie?
De prehistorie is eigenlijk de periode vanaf het ontstaan van de aarde tot aan het begin van de geschiedenis. Maar dat zijn miljoenen jaren! En wanneer begint de geschiedenis? Omdat prehistorie dan een wel erg ruim begrip is, hebben wetenschappers een periode vastgesteld. De prehistorie is de periode vanaf dat de eerste mensen leefden die eruitzagen zoals wij, tot aan de uitvinding van het schrift. Prehistorie betekent letterlijk voorgeschiedenis. Het is dus de tijd vóórdat mensen gingen opschrijven hoe zij leefden. Ze maakten wel rotstekeningen. En archeologen vinden bij opgravingen vaak spulletjes uit die tijd. Bijvoorbeeld pijlpunten, potscherven, munten, werktuigen en sieraden. Deze spullen noemen we; bronnen.  Daardoor weten we toch veel over hoe mensen in de prehistorie leefden.

Slide 15 - Tekstslide

5 Historie

Lees de tekst over de historie
Het maakt veel verschil of archeologen alleen werken met materiële resten of ook kunnen werken met geschreven bronnen. Uit de tijd waarin er nog helemaal geen schrift bestond, zijn natuurlijk ook geen geschreven bronnen over. Die periode wordt prehistorie of voorgeschiedenis genoemd. De prehistorie duurde niet voor alle volken en gebieden even lang. In het Midden-Oosten en Egypte schreven de mensen omstreeks 3000 voor Christus al over zichzelf en anderen.  Dan begint voor deze mensen de historie. De mensen in Nederland leerden pas schrijven na de komst van de Romeinen, omstreeks het begin van de jaartelling. Maar berichten over Nederlanders uit die tijd zijn zeldzaam en bijna altijd door de Romeinen opgeschreven.  Bronnen uit de historie kunnen dus ongeschreven bronnen zijn , maar ook geschreven bronnen.

Slide 16 - Tekstslide

prehistorie
historie
mensen kunnen lezen en schrijven
mensen kunnen niet lezen en schrijven
geschreven  en ongeschreven bronnen
ongeschre-ven bronnen

Slide 17 - Sleepvraag

Noteer in je schrift: prehistorie en historie. Zet daar de juiste antwoorden van de sleepvraag in je schrift. Dit noemen we aantekeningen en zul je moeten leren.
Noteer in je schrift de begrippen prehistorie en historie naast elkaar.
Zet daaronder de juiste antwoorden van de sleepvraag.

We noemen dit aantekeningen en die moet je leren.

Slide 18 - Tekstslide