h/v3 hfst 2 dekolonisatie Oost-Azie, Midden-Oosten en Afrika

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Lees het stuk tekst door en arceer minimaal vier essentiële zaken/ dingen.
Noteer eerst om welke dekolonisatie gebied het gaat en daarna de hoofdzaken.

Slide 2 - Open vraag

Leerdoelen: 
• Je kan uitleggen hoe de verhouding was tussen Europa en Oost-Azië.
• Je kan uitleggen hoe de verhouding was tussen Europa en het Midden-Oosten.
• Je kan uitleggen hoe de verhouding was tussen Europa en Afrika.
• Je kan uitleggen wie Gandhi was.
• Je kan uitleggen in welke delen van Azië de Europeanen machtig waren.
• Je kan uitleggen waardoor de Congres Partij werd opgericht.
• Je kan uitleggen op welke manier het verzet van Gandhi verschilde met andere verzet.
• Je kan uitleggen waarom de gesprekken tussen de Britten en Gandhi tot niets uit liepen.
• Je kan uitleggen welke gebieden in het Midden-Oosten onder de bestuur stonden van de Britten en Fransen.

• Je kan uitleggen wat de Hadith is.
• Je kan uitleggen wat de sharia is.
• Je kan uitleggen waarom Orthodoxe moslims tegen het bestuur van de Britten en de Fransen waren in het Midden-Oosten.
• Je kan uitleggen wat seculier betekent.
• Je kan uitleggen hoe Turkije een seculiere staat werd.
• Je kan uitleggen wie de Sjah was.
• Je kan uitleggen welk Afrikaans land tot 1936 niet onder Europees bestuur stond.
• Je kan uitleggen waarom Zuid-Afrika veel ‘witte’ bewoners had.
• Je kan uitleggen wie Afrikaners zijn.
• Je kan uitleggen wat een dominion is.
• Je kan uitleggen waarom Zuid-Afrika een uitzondering was op de rest van Afrika.

Slide 3 - Tekstslide

timer
1:00
imperialisme

Slide 4 - Woordweb

Wat zie je op deze spotprent?
timer
1:00

Slide 5 - Open vraag

Slide 6 - Tekstslide

Noem 3 Europese koloniën.

Slide 7 - Open vraag

Slide 8 - Tekstslide

Leg uit wie Gandhi was.

Slide 9 - Open vraag

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Leg uit wat Non-coöperatie is.

Slide 12 - Open vraag

Slide 13 - Tekstslide

welke onderstaande landen zijn veelvolkerenstaten?
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
Ottomaanse rijk
B
Frankrijk
C
Nederland
D
Oostenrijk-Hongarije

Slide 14 - Quizvraag

0

Slide 15 - Video

 


Het Ottomaanse Rijk valt uit elkaar


Na de Eerste Wereldoorlog 1917 valt

Slide 16 - Tekstslide

Centralen
Geallieerden
Duitsland
Frankrijk
Rusland
Oostenrijk-Hongarije
Engeland
Ottomaanse Rijk

Slide 17 - Sleepvraag

Noem 3 voorbeelden van Engelse mandaatgebieden.

Slide 18 - Open vraag

Noem 3 voorbeelden van Franse mandaatgebieden.

Slide 19 - Open vraag

Slide 20 - Tekstslide

Leg uit waarom een aantal orthodoxe moslims tegen mandaatgebieden waren.

Slide 21 - Open vraag

Slide 22 - Tekstslide

Leg uit wie Ataturk was.

Slide 23 - Open vraag

Turkije
  • Kemal Ataturk bracht een einde aan het verval.
  • 1923: 1e president van de republiek Turkije.
  • Vader van alle Turken
Bijna goddelijke status.

Slide 24 - Tekstslide

Leg uit wat een seculiere staat is en waarom Ataturk hier belangrijk in was.

Slide 25 - Open vraag

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Hoe werden de Arabische gebieden van het Ottomaanse Rijk genoemd die voortaan onder Brits en Frans bestuur vielen?

Slide 28 - Open vraag

Midden-Oosten in 1930

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Wat is modern imperialisme?
timer
0:20
A
Veel grond in Europa veroveren
B
Veel kolonies stichten in Zuid Amerika
C
Veel grond veroveren en besturen in Afrika en Azie
D
Veel handelen met kolonies

Slide 33 - Quizvraag

Azië en Afrika
economisch
GB en Frankrijk
invloedssferen
koloniaal
nationalisme
protectoraat
modern imperialisme
superioriteitsgevoel

Slide 34 - Sleepvraag

Leerdoelen: 
• Je kan uitleggen hoe de verhouding was tussen Europa en Oost-Azië.
• Je kan uitleggen hoe de verhouding was tussen Europa en het Midden-Oosten.
• Je kan uitleggen hoe de verhouding was tussen Europa en Afrika.
• Je kan uitleggen wie Gandhi was.
• Je kan uitleggen in welke delen van Azië de Europeanen machtig waren.
• Je kan uitleggen waardoor de Congres Partij werd opgericht.
• Je kan uitleggen op welke manier het verzet van Gandhi verschilde met andere verzet.
• Je kan uitleggen waarom de gesprekken tussen de Britten en Gandhi tot niets uit liepen.
• Je kan uitleggen welke gebieden in het Midden-Oosten onder de bestuur stonden van de Britten en Fransen.

• Je kan uitleggen wat de Hadith is.
• Je kan uitleggen wat de sharia is.
• Je kan uitleggen waarom Orthodoxe moslims tegen het bestuur van de Britten en de Fransen waren in het Midden-Oosten.
• Je kan uitleggen wat seculier betekent.
• Je kan uitleggen hoe Turkije een seculiere staat werd.
• Je kan uitleggen wie de Sjah was.
• Je kan uitleggen welk Afrikaans land tot 1936 niet onder Europees bestuur stond.
• Je kan uitleggen waarom Zuid-Afrika veel ‘witte’ bewoners had.
• Je kan uitleggen wie Afrikaners zijn.
• Je kan uitleggen wat een dominion is.
• Je kan uitleggen waarom Zuid-Afrika een uitzondering was op de rest van Afrika.

Slide 35 - Tekstslide