7.3: de nieren en 7.4 de huid en onderhuids bindweefsel

Planning
  1. Startopdracht+ bespreken
  2. Uitleg BS 7.3
  3. Opdrachten maken
  4. Uitleg 7.4
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Planning
  1. Startopdracht+ bespreken
  2. Uitleg BS 7.3
  3. Opdrachten maken
  4. Uitleg 7.4

Slide 1 - Tekstslide

Startopdracht (herhaling)
  1. Welke stof wordt opgeslagen in de lever?
  2. Welke stof wordt geproduceerd in de lever om vetdruppels kleiner te maken?
  3. Welke giftige stof ontstaat er in de lever door afgebroken eiwitten?
  4. Hoe heet het virus die ontsteking aan de lever veroorzaakt?
Maak de vragen in een schrift
timer
6:00

Slide 2 - Tekstslide

Antwoorden
  1. Glycogeen
  2. Gal
  3. Ureum
  4. Hepatitis

Slide 3 - Tekstslide

huiswerk
Blz. 147-148

Opdracht 6 en 7

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt de delen van de nieren en van de urinewegen noemen met hun functies en kenmerken

Slide 5 - Tekstslide

Wat is de functie van de nieren?
A
Afbreken van alcohol
B
Opnemen van water
C
Uitscheiden van afvalstoffen
D
Bloeddruk bepalen

Slide 6 - Quizvraag

7.3 Nieren
Ligging: bovenin de buikholte achter de lever en de maag

Functie: uitscheiding van overtollig water, afvalstoffen, ureum en schadelijke stoffen

 

dit is een aantekening

Slide 7 - Tekstslide

Opdracht
1. Wat is de functie van de nierschors, niermerg en nierbekken?

2. Wat is het verschil tussen de nierader en de nierslagader?

3. wat is het verschil tussen de urineleider en de urinebuis?
Tip; lees 7.3
timer
1:00

Slide 8 - Tekstslide

Opdracht 1
  • Nierschors: Buitenste laag, vorming van urine
  • Niermerg: middelste laag, vorming van urine
  • Nierbekken: verzamelen urine

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 2
  • Nierader: gezuiverde bloed gaat naar de onderste holle ader
  • Nierslagader: zuurstofrijkbloed stroomt van de aorta naar de nieren

Slide 10 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen de urineleider en de urinebuis?

Slide 11 - Open vraag

Opdracht 3
  • Urineleider: afvoer van urine naar urineblaas
  • Urinebuis: afvoer van urine naar buiten

Slide 12 - Tekstslide

Samenstelling urine

Is wisselend: afhankelijk van de hoeveelheden van de stoffen in het inwendige milieu

Geen bacteriën: urine is steriel
 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Opdrachten maken (GT)
WB: Thema 7.3
Blz. 150-152
Opdracht: 8, 11, 12 en 13

Klaar? Maak flitskaarten van de blauwe woorden in de tekst(10X)

timer
15:00

Slide 15 - Tekstslide

Wat hebben we geleerd?
  1. Uit welke drie onderdelen bestaat een nier?
  2. Welke buis loopt er van de nieren naar de blaas?
  3. Welke buis loopt er van de blaas naar buiten?
Schrijf de antwoorden op, docent vraagt over 5 minuten naar de antwoorden
timer
5:00

Slide 16 - Tekstslide

Leerdoelen 7.4
  • Je kunt de delen van de huid en van het onderhuidse bindweefsel noemen met hun kenmerken en functies.
  • Je kunt beschrijven hoe de lichaamstemperatuur min of meer constant wordt gehouden

Slide 17 - Tekstslide

Bescherming tegen stijging van temperatuur:
  • Bloedvaten in je huid worden wijder
  • De huid wordt roder
  • Zweetklieren produceren meer zweet

Bescherming tegen daling van temperatuur:
  • Bloedvaten in je huid worden nauwer
  • Huid wordt bleker
  • Zweetklieren produceren minder zweet
  • Warmteproductie door verbranding neemt toe (rillen / klappertanden)

Dit is een aantekening

Slide 18 - Tekstslide

Opdracht
1. Waar bestaat de opperhuid uit? (2 dingen)
2. Wat is de hoornlaag? Wat is de functie hiervan?
3. Wat is de kiemlaag?    Wat is de functie hiervan?
4. Wat is de functie van talg?
5. Welke onderdelen zitten in de lederhuid?
6. Wat is de functie van de zweetklieren?
7. Waarom heb je onderhuids bindweefsel?
Tip; lees 7.4
timer
1:00

Slide 19 - Tekstslide

Opdracht 1

Opperhuid: hoornlaag & kiemlaag
  • Liggen geen bloedvaten

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht 2

Hoornlaag: dode cel resten: bescherming tegen beschadiging, uitdroging en ziekte verwekkers

Eelt: een erg dikke hoornlaag

 

Slide 21 - Tekstslide

Opdracht 3

Kiemlaag: (levende cellen): de onderste laag cellen deelt zich steeds. 
Hierdoor wordt de afslijtende hoornlaag aangevuld

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht 4

Haar met talgkliertje.
Talg houdt de haren en de hoornlaag soepel en remt de bacterie groei

Slide 23 - Tekstslide

Opdracht 5

Lederhuid: met zintuigen, zenuwen, haarspiertjes, bloedvaten en zweetklieren

Slide 24 - Tekstslide

Opdracht 6

Zweetklieren: produceren zweet.
  • Het zweet komt uit de poriën op de huid.
  • Door verdamping van zweet koelt het lichaam af.

Slide 25 - Tekstslide

Opdracht 7

Onderhuids bindweefsel:
  • Hierin ligt vet opgeslagen
  • Vet dient als reserve voedsel en heeft een warmte-isolerende werking

Slide 26 - Tekstslide

Lichaamstemperatuur:
  • Constante lichaamstemperatuur door balans tussen warmteproductie en warmte afgifte
  • Warmte productie: verbranding
  • Warmte afgifte: via bloed en zweet


Slide 27 - Tekstslide

Aan de slag
Blz. 155-159
17, 19 en 22
Ben je klaar?
Maak dan opdracht 16 en 18 en leer de samenvatting van thema 7
timer
1:00

Slide 28 - Tekstslide