De leefomgeving les 6 en 7

THEMA: De Leefomgeving
Les 6 & 7 Voeding van baby, peuter, kleuter, schoolkind, puber

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
De leefomgevingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

THEMA: De Leefomgeving
Les 6 & 7 Voeding van baby, peuter, kleuter, schoolkind, puber

Slide 1 - Tekstslide

Inhoudsopgave
  1. Voeding baby
  2. Voeding peuter
  3. Voeding kleuter
  4. Voeding schoolkind
  5. Voeding puber

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld van voeding voor de baby

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Slide 9 - Video

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Voeding van schoolkinderen
  • Groep 3: verdwijnt het laatste restje kleuter en worden ze echt schoolkinderen. 
  • Brengen een behoorlijk deel van hun tijd door op school.
  • Leren gaat een steeds belangrijker plek innemen.  
  • Langer stilzitten en een grote ontwikkeling van de cognitieve vaardigheden. 
  • Schoolkinderen hebben goede voeding nodig om te kunnen leren en groeien. 
  • Zeer gevoelig voor invloeden uit hun omgeving. 
  • Geloven gemakkelijk wat reclames hen voorschotelen en ze willen precies hetzelfde eten, drinken, dragen en doen als hun vriendjes en klasgenoten. 
  • Het is belangrijk dat jij als pedagogisch werker weet wat gezonde voeding is. 

Slide 16 - Tekstslide

Ontbijt, een belangrijke start
  • Kinderen die niet ontbijten, kunnen zich op school slecht concentreren en zijn vaak futloos. 
  • De kans is groot dat ze de schade willen inhalen door veel tussendoortjes te eten, vooral zoetigheid of snacks. 
  • Deze leveren veel calorieën, maar weinig voedingsstoffen.
  • Kinderen die consequent het ontbijt overslaan, lopen de kans een tekort aan vitaminen en mineralen te krijgen. 
  • Dat veel kinderen op jonge leeftijd al overgewicht hebben, heeft mede te maken met niet of onregelmatig ontbijten. 
  • Ouders geven vaak zelf het verkeerde voorbeeld. 
  • In de hectiek 's morgens slaan ze zelf het ontbijt over of werken snel een ontbijtreep naar binnen. 
  • Als een kind al wat mollig is, denken ouders vaak onterecht dat niet ontbijten beter is, dat scheelt weer calorieën. Het effect is averechts.
  • Kinderen die niet ontbijten, zijn vaak zwaarder dan kinderen die wel ontbijten
  • Gezond ontbijten zorgt niet alleen voor een gezond gewicht, maar ook voor betere prestaties op school.
  • Kinderen hebben brandstof nodig om te functioneren. 
  • Steeds meer scholen houden zich dan ook bezig met de vraag of kinderen hebben ontbeten voor ze naar school gaan. 
  • Ze doen onderzoek naar en geven voorlichting over gezond ontbijten. Leerkrachten en onderwijsassistenten proberen ouders op het hart te drukken hun kind niet zonder ontbijt uit huis te laten gaan.
Een voorbeeld van een gezond ontbijt is:
pap, gemaakt van halfvolle melk, geitenmelk of sojamelk met een granenproduct, eventueel gezoet met een scheutje diksap;
(volkoren)brood (bevat koolhydraten, voedingsvezels, ijzer, jodium, magnesium en koper, allemaal stoffen die een kind goed kan gebruiken) besmeerd met margarine voor de benodigde vetten en bij voorkeur met beleg dat lange tijd energie geeft, bijvoorbeeld kaas of pindakaas;
halfvolle yoghurt, geitenyoghurt of sojayoghurt met ongezoete muesli;
eventueel fruit als aanvulling.






Slide 17 - Tekstslide

Een voorbeeld van een gezond ontbijt is:

  •  pap, gemaakt van halfvolle melk, geitenmelk of sojamelk met een granenproduct, eventueel gezoet met een scheutje diksap;
  • (volkoren)brood (bevat koolhydraten, voedingsvezels, ijzer, jodium, magnesium en koper, allemaal stoffen die een kind goed kan gebruiken) besmeerd met margarine voor de benodigde vetten en bij voorkeur met beleg dat lange tijd energie geeft, bijvoorbeeld kaas of pindakaas;
  • halfvolle yoghurt, geitenyoghurt of sojayoghurt met ongezoete muesli;
  • eventueel fruit als aanvulling.



Slide 18 - Tekstslide

Voeding voor jongeren



  • Voedsel is brandstof voor het lichaam. 
  • De kwaliteit van de voeding is bepalend voor de gezondheid. 'Je bent wat je eet' wordt er gezegd. 
  • Je gezondheid wordt niet alleen door je voeding bepaald. Ook voor een deel bepaald door genetische, dus aangeboren factoren. 
  • De leefomgeving speelt evenzeer een grote rol. 
  • Er zijn dus veel factoren waar je zelf niet veel aan kan doen, maar andere heb je wel zelf in de hand: leefstijlfactoren. 
  • Je voedingspatroon is misschien wel de belangrijkste leefstijlfactor en is in ieder geval zeer bepalend voor je lichamelijke en geestelijke gezondheid.
  • Samen eten met anderen heeft een sociale functie.
  • Wat, waar, wanneer en met wie je eet, kan beïnvloed zijn door de cultuur waarin je bent opgegroeid of door religieuze voorschriften.

Slide 19 - Tekstslide





  • Tijdens de puberteit ondergaat het lichaam een groeispurt en seksuele rijping. 
  • Gemiddeld gaan meisjes op hun elfde groeien en jongens op hun dertiende.
  • Meisjes groeien ongeveer 6 tot11 centimeter per jaar. Jongens groeien ongeveer 8 tot 12 centimeter per jaar. Daar krijg je honger van!
  • Pubers kunnen heel veel eten. Veel, maar niet alle jongeren kunnen eten wat ze willen zonder veel aan te komen. Tenminste, als ze gezond eten. 
  • Maar jongeren eten niet altijd gezond en regelmatig. 
  • Jongeren hebben vaak een onvolwaardig voedingspatroon: een tekort aan brood, fruit, groente en zuivel. 
  • Zij krijgen te veel suikers en vetten binnen, vooral door overmatig gebruik van frisdranken, koek/snoep en fastfood

Slide 20 - Tekstslide

Aandachtspunten bij voeding



De lichamelijke ontwikkeling van jongeren maakt aandacht voor voeding noodzakelijk. Jongeren hebben in deze periode van groei:

  • extra vitaminen en mineralen nodig;
  • veel energie en bouwstoffen nodig voor de groei van het skelet, spierweefsel en de verdere ontwikkeling van organen, zoals extra eiwitten, calcium (uit melk en andere zuivelproducten) en ijzer;
  • extra ijzer nodig door de toename van bloed en spieren. Menstruerende jonge vrouwen hebben ook meer ijzer nodig. Een ijzertekort kan leiden tot bloedarmoede en vermoeidheid. IJzer zit in graanproducten, groenten en vlees. Het lichaam kan het ijzer beter opnemen als je ook genoeg vitamine C neemt.



Slide 21 - Tekstslide