1.1 De samenleving

Welkom bij Maatschappijleer!
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Maatschappijleer!

Slide 1 - Tekstslide

Deze les
-Kennismaken
-Wat is maatschappijleer?
-Paragraaf 1 behandelen
-Paragraaf 1 maken


Slide 2 - Tekstslide

Even voorstellen
Meneer Peters
pth@hetrhedens.nl
of via magister
alle dagen aanwezig

Slide 3 - Tekstslide

Regels in de  les
School regels: 
  • één iemand is aan het woord, wil je iets zeggen? Steek je vinger op. 
  • Respect voor elkaar en elkaars mening
  • Je hebt je spullen op orde
  • Geen eten/ drinken
  • Geen telefoons tijdens de les
  • Aanwezig en op tijd


Hoe heb ik mijn spullen op orde dan? 
  1. Pen en papier
  2. je chromebook/gemaakte huiswerk
Ik geef aantekeningen in de les: neem deze over! 

Slide 4 - Tekstslide

TOETSING
 toetsen, praktische opdrachten, proefwerken
maar ook: Je gemaakte huiswerk telt voor een cijfer! 
dit jaar een werkboekcontrole en cijfer! 
Daarnaast: actualiteitentoetsen

Slide 5 - Tekstslide

Maatschappijleer: Schoolexamen
  • Het cijfer dat je dit jaar voor maatschappijleer behaald staat volgend jaar op je eindlijst
  • 6.5 = 7 = compensatiepunt
  • Belangrijk voor slagingskansen!
  • Dit jaar heel veel problemen met geen compensatie 

Slide 6 - Tekstslide

Thema's bij maatschappijleer
- Wat is maatschappijleer?
-Jongeren
-Politiek
- pluriforme samenleving
-Criminaliteit
-Massamedia
- Relaties
-Werk

Slide 7 - Tekstslide

Wat is maatschappijleer?
1.1 De samenleving

Slide 8 - Tekstslide

Introductie maatschappijleer

Slide 9 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van de les kun je uitleggen waarom het belangrijk is om te weten hoe maaatschappijleer je kan helpen om de samenleving te begrijpen.
Weet je het verschil tussen een gedrags en een wetsregel.
Weet je wie er tot je sociale omgeving behoren.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Woordweb

Slide 12 - Woordweb

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Samenleven
Samenleven doe je dus in het groot maar ook in het klein. Groot in de samenleving, met alle mensen in Nederland bij elkaar maar ook klein, in je gezin of in je klas op school. Maar ook met je vrienden, je sportclub of je bijbaantje.

             Dat noem je je sociale omgeving, dus alle mensen
             die je regelmatig ziet en waarmee je dingen doet

Slide 15 - Tekstslide

Afspraken maken
Iedereen is van elkaar afhankelijk. Daarom moet je afspraken en regels met elkaar maken over hoe we met elkaar samenleven en samenwerken.
Er zijn twee soorten regels: gedragsregels en wetten.

Gedragsregels                     hier hoef je nauwelijks over na te denken, dat gaat
                                                    in de meeste gevallen automatisch, zoals achter 
                                                    aan de rij aansluiten, stil zijn bij Dodenherdenking,
                                                    iemand bedanken die iets voor je doet

Slide 16 - Tekstslide

Wetten
Wetten zijn gedragsregels die we hebben vastgelegd in de wet. Deze worden gemaakt door politici (mensen van de Tweede en Eerste Kamer, het parlement). Hier moeten we ons dus aan houden.
Wetten                 gedragsregels waar je je aan moet houden. Je bent tot 16 
                                 verplicht om alle dagen naar school te gaan, je moet 
                                 belasting betalen als je werkt.
Maar wetten regelen ook dat je ten minste het minimumloon moet verdienen en dat als je werkloos wordt je een uitkering krijgt

Slide 17 - Tekstslide

Leg uit of de maatregel een gedragsregel of een wetsregel betreft.

Slide 18 - Open vraag

De agent controleert een opgevoerde scooter. Met een opgevoerde scooter overtreed je een GEDRAGSREGEL / WETSREGEL, omdat …

Slide 19 - Open vraag

De agent controleert een opgevoerde scooter.Behoort de agent tot de sociale omgeving van de scooterrijder? Waarom wel of niet?

Slide 20 - Open vraag

Bij welk van de onderstaande voorbeelden gaat het heel duidelijk om een gedragsregel?
A
Je gaat naar school.
B
Je moet in het donker met licht aan fietsen.
C
Iemand die van rechts komt, geef je voorrang.
D
In de bus sta je op voor een zwangere vrouw.

Slide 21 - Quizvraag

Je rijdt in een auto en een voetganger staat op het punt om over te steken bij een zebrapad. Je stopt niet. Ben je nu strafbaar?
A
Ja, je overtreedt een wetsregel.
B
Ja, je overtreedt een ongeschreven gedragsregel.
C
Nee, bij zebrapaden ben je niet verplicht om te stoppen.
D
Nee, je overtreedt alleen een gedragsregel.

Slide 22 - Quizvraag

Welke stelling is juist?
1. Bijna alles wat jij dagelijks nodig hebt, is door anderen gemaakt.
2. In de maatschappij ben je van iedereen afhankelijk.

A
Alleen stelling 1 is juist.
B
Alleen stelling 2 is juist.
C
Beide stellingen zijn juist.
D
Beide stellingen zijn onjuist.

Slide 23 - Quizvraag

Welke uitspraak over gedragsregels is juist?
A
Alle gedragsregels worden bepaald door politici.
B
Gedragsregels pas je vaak automatisch toe.
C
Gedragsregels zijn altijd voor iedereen hetzelfde.
D
Als je een gedragsregel overtreedt, ben je ook altijd voor de wet strafbaar.

Slide 24 - Quizvraag

Wat leer je bij maatschappijleer?
  • je leert hoe de samenleving in elkaar zit
  • welke regels er zijn
  • hoe mensen die regels aanleren
  • wat er mis kan gaan in de maatschappij
  • hoe de politiek die problemen probeert op te lossen
  • dat er meerdere kanten aan een probleem zijn

Kortom: je wordt voorbereid op deelname aan de samenleving waar ook jij deel van uit maakt!

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Huiswerk
Maken paragraaf 1

Slide 27 - Tekstslide