Kenmerkende Aspecten Oefenen

Het is handig om te onthouden hoeveel KA's elk tijdvak heeft.
Dan weet je ook of je er nog één vergeten bent van dat betreffende tijdvak
De namen van het tijdvak verwijzen vaak al naar één of twee kenmerkende apsecten. Bijvoorbeeld tijdvak 5 De tijd van ontdekkers en hervormers. Ontdekkers verwijst naar de expansie van overzeese gebiedsdelen. Hervormers naar de reformatie
TW 1 
Kenmerkende Aspecten Oefenen
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Het is handig om te onthouden hoeveel KA's elk tijdvak heeft.
Dan weet je ook of je er nog één vergeten bent van dat betreffende tijdvak
De namen van het tijdvak verwijzen vaak al naar één of twee kenmerkende apsecten. Bijvoorbeeld tijdvak 5 De tijd van ontdekkers en hervormers. Ontdekkers verwijst naar de expansie van overzeese gebiedsdelen. Hervormers naar de reformatie
TW 1 
Kenmerkende Aspecten Oefenen

Slide 1 - Tekstslide


-In bijna elk centraal examen gaan meerdere vragen rechtsstreeks over de kenmerkende aspecten. 
-25% van de vragen gaan over de tijdvakken en de KA's.
-Als je de tijdvakken en KA's goed kent heb je een goed historisch overzicht. Je kunt dan beredeneren in welke tijd zich iets afspeelde
-Elke vraag in het examen is te koppelen aan een of meer KA's
Training over de kenmerkende aspecten en de tijdvakken

Je hebt ze al 2 jaar geoefend, maar ken je ze allemaal?
Waarom zijn de KA's zo belangrijk?:
Als er naar Kenmerkende Aspecten gevraagd wordt in het examen, antwoord dan nooit met een nummer. Dat wordt niet goed gerekend. Altijd de inhoud (mag in eigen woorden) benoemen. 

Slide 2 - Tekstslide

Hoeveel kenmerkende aspecten moet je voor aankomend SE leren?

Slide 3 - Open vraag

KA's zijn moeilijk te onthouden omdat het vaak lange zinnen zijn. Die zinnen zijn vaak ook in moeilijk Nederlands geformuleerd.
Dus moet je bij het leren van de KA's slim zijn.  
In de eerstvolgende dia zie je de volledige tekst van de KA's van tijdvak 9
In de daaropvolgende dia schrijf je de vereenvoudigde versie zelf op. 
Je mag de KA's in je eigen woorden formuleren

Slide 4 - Tekstslide

KA tijdvak 9
37. Het voeren van twee wereldoorlogen
38. De crisis van het wereldkapitalisme
39. Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën: communisme en nationaalsocialisme
40. De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie
41. Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme
42. Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering
43. Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden
44. De Duitse bezetting van Nederland

Slide 5 - Tekstslide

Schrijf van KA 37 t/m 44 versies in eigen woorden.
Je kunt de originele KA-zinnen terug vinden in je boek.
timer
4:00

Slide 6 - Open vraag

37. Twee wereldoorlogen
38. Crisis wereldkapitalisme
39. Totalitaire ideologieën: communisme en nationaalsocialisme
40. Moderne propaganda- en communicatiemiddelen en massaorganisatie
41. Verzet tegen imperialisme
42. Massavernietigingswapens en betrokkenheid burgerbevolking
43. Racisme, discriminatie, genocide
44. De Duitse bezetting

Slide 7 - Tekstslide

1 Het voeren van ...
2 De ... van het wereld...
3 Het in praktijk brengen van de ... ideologieën: ... en ...
4 De rol van moderne ... en ... en vormen van ...

Slide 8 - Open vraag

5 Vormen van ... tegen het ...Europese ...
6 Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door ... en de ... van de burgerbevolking bij ...
7 ...... en .... die leidden tot ...., in het bijzonder op de ...
8 De ... bezetting van Nederland

Slide 9 - Open vraag

Stemmen: Welk Kenmerkend Aspect vinden we het lastigst om te onthouden?
KA 37
KA 38
KA 39
KA 40
KA 41
KA 42
KA 43
KA 44

Slide 10 - Poll

6. In 1916 werd door het gemeentebestuur van Amsterdam een badhuis aan de Zaanstraat geopend, waar mensen voor vijf cent een bad konden nemen. Drie gegevens over dit badhuis:  
 Elk gegeven past bij een ander kenmerkend aspect uit de twintigste eeuw.  Leg voor twee van de gegevens uit, welk kenmerkend aspect uit de twintigste eeuw erbij past.   Let op: je mag een kenmerkend aspect maar één keer gebruiken. 
Let op er blijven er 2 over.
1 In de winter van 1944-1945 werd het badhuis wegens gebrek aan brandstof gesloten.
2 In 1985 werd het badhuis gesloten vanwege sterk teruglopende bezoekersaantallen.
  3 In 1993 werd het gebouw heropend als hammam (een Oosters badhuis).
'het voeren van twee wereldoorlogen'
 'de ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen'
' de crisis van het wereldkapitalisme'
 'de toenemende westerse welvaart vanaf de jaren zestig'
'de eenwording van Europa'

Slide 11 - Sleepvraag

12 Deze poster uit de jaren dertig kan verbonden worden met twee kenmerkende aspecten van de eerste helft van de twintigste eeuw.
Noem twee kenmerkende aspecten die aan deze poster kunnen worden verbonden. (meer info op volgende dia)

Slide 12 - Open vraag

Deze poster van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) verschijnt in de jaren dertig in Nederland
Teksten in de poster 
Albarda zeilt; democratie is bonzenwelvaart; bonzen bouwen gerieflijke kantoren; bonzen dineeren; wij zijn binnen; de leden stempelen; per auto naar de Rivièra; democratie is werkersarmoede; schepen roesten; zij zoeken werk; de middenstand gaat ten onder; zoo wonen duizenden; fabrieken staan leeg; de werkloosheid neemt toe; schippers zoeken vracht. 
Toelichting 
Albarda: fractievoorzitter van de sociaaldemocratische SDAP in de Tweede Kamer. 
Bonzen: invloedrijke, gewichtige personen. 

Slide 13 - Tekstslide

Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
A
De crisis van het wereldkapitalisme
B
De Duitse bezetting van Nederland
C
De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen
D
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme

Slide 14 - Quizvraag

Welk kenmerkend aspect past bij deze afbeelding?
A
De crisis van het wereldkapitalisme
B
De Duitse bezetting van Nederland
C
De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen
D
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme

Slide 15 - Quizvraag

Welk kenmerkend aspect
past bij deze bron?
A
Het ontstaan van het feodale bestuur
B
Discussies over de sociale kwestie
C
Het voeren van twee wereldoorlogen
D
Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme

Slide 16 - Quizvraag

KA's zijn moeilijk te onthouden omdat het vaak lange zinnen zijn. Die zinnen zijn vaak ook in moeilijk Nederlands geformuleerd.
Dus moet je bij het leren van de KA's slim zijn.  
In de eerstvolgende dia zie je de volledige tekst van de KA's van tijdvak 10

In de daaropvolgende dia schrijf je de vereenvoudigde versie zelf op. 
Je mag de KA's in je eigen woorden formuleren

Slide 17 - Tekstslide

KA tijdvak 10
45. De dekolonisatie maakte een eind aan de westerse hegemonie in de wereld
46. De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog
47. De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren '60 van de 20e eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen
48. De eenwording van Europa
49. De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen

Slide 18 - Tekstslide

Schrijf van KA 45 t/m 49 versies in eigen woorden.
Je kunt de originele KA-zinnen terug vinden in je boek.
timer
4:00

Slide 19 - Open vraag

KA tijdvak 10
45. Dekolonisatie, eind westerse hegemonie.
46. twee ideologische blokken, wapenwedloop en atoomoorlog
47. Westerse welvaart  jaren '60, ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen
48. De eenwording van Europa
49. pluriforme en multiculturele samenlevingen

Slide 20 - Tekstslide

Stemmen: Welk Kenmerkend Aspect vinden we het lastigst om te onthouden?
KA 45
KA 46
KA 47
KA 48
KA 49

Slide 21 - Poll

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Let op: Als er een KA gevraagd wordt, geef dan wel altijd antwoord in een hele zin

Slide 24 - Tekstslide

In de 2 slides hieronder dezelfde truc. Nu voor de KA's van tijdvak 8, 9, 10   (de moderne tijd)

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Opdracht:

Leer alle Kenmerkende Aspecten van tijdvak 5 t/m 10 in de verkorte versie. 
Dat hoeft natuurlijk niet allemaal in één keer. Doe  tijdvak 5 op dag 1, het tijdvak 6 op dag 2, herhaal de twee tijdvakken op dag 3 en ga zo door. In een paar dagen ken je zo allemaal.

Slide 28 - Tekstslide

Sommige KA's hebben met elkaar te maken.
Zo is er een serie over hoe mensen denken.

En er is ook een serie over de contacten van Europeanen met de gebieden buiten Europa

Zie de volgende twee slides

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Als je de vorige slide goed bekeken hebt, zie je dat in elk tijdvak één Kenmerkend Aspect over de contacten buiten Europa gaat.
Dus als je een KA vergeten bent, kun je je altijd afvragen, heb ik het al over de situatie buiten Europa gehad?

Slide 32 - Tekstslide

Opdracht:

Op de volgende slide staan begrippen uit tijdvak 5, 6 en 7. 
Maak drie rijtjes en plaats de begrippen bij het juiste tijdvak.

In de daaropvolgende slide staat het antwoord.

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

18. Het begin van de Europese overzeese ...
19. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de ... en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.
20. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke ...
21. De protestantse ... die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
22. Het ... in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

Slide 36 - Open vraag

23. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse ...
24. Wereldwijde handelscontacten, ... en het begin van een wereldeconomie.

Slide 37 - Open vraag

Bij welk KA past de bron?
Giorgio Vasari (1511-1574):
Reeds in het midden van de vijftiende eeuw waren ontwikkelde Italianen ervan overtuigd dat de beeldende kunsten in de middeleeuwen heel erg waren achteruitgegaan, tot ze bijna niets meer betekenden. Pas heel langzaam was, zo dachten ze, in hun eigen tijd de renaissance, de herleving begonnen. [...] Het prachtige beeldhouwwerk en de schilderingen, begraven onder de ruïnes van Italië, bleven verborgen voor de mensen van die eeuwen, maar in de loop van de dertiende eeuw had de hemel medelijden met de fijnzinnige mensen die de boden van Toskane iedere dag voortbracht, en ze geleidde hen naar de oorspronkelijke vormen.
A
De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
B
De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid
C
rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
D
Het veranderende mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

Slide 38 - Quizvraag

Bij welk kenmerkend aspect pas de afbeelding?
A
de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
B
de protestantse Reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had
C
het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat
D
de bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

Slide 39 - Quizvraag

Slide 40 - Tekstslide

Schrijf het KA dat bij het vorige plaatje hoort voluit op.

Slide 41 - Open vraag

Wat is de juiste
chronologische volgorde?
I    De grondwet van Thorbecke 
II   De pacificatie
III  Congres van Wenen
IV  Belgie onafhankelijk

A
I - II - III - IV
B
II - III - IV - I
C
IV - II - III - I
D
III - IV - I - II

Slide 42 - Quizvraag

Slide 43 - Tekstslide

Schrijf het KA dat bij het vorige plaatje hoort voluit op.

Slide 44 - Open vraag

Slide 45 - Tekstslide

Schrijf het KA dat bij het vorige plaatje hoort voluit op.

Slide 46 - Open vraag

Slide 47 - Tekstslide

Schrijf het KA dat bij het vorige plaatje hoort voluit op.

Slide 48 - Open vraag

Wanneer eindigde de Eerste Wereldoorlog?
A
1917
B
1918
C
1919
D
1920

Slide 49 - Quizvraag