Bespreken werkblad

Wat zijn de drie eigenschappen van het deeltjesmodel?
1 / 22
volgende
Slide 1: Open vraag
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

Wat zijn de drie eigenschappen van het deeltjesmodel?

Slide 1 - Open vraag

Moleculen in een gas hebben een kleine/grote onderlinge afstand
A
kleine
B
grote

Slide 2 - Quizvraag

Daarom is hun onderlinge
aantrekkingskracht groot/klein en kunnen ze veel/weinig bewegen
A
groot
B
klein
C
veel
D
weinig

Slide 3 - Quizvraag

Moleculen in een vaste
stof daarentegen, hebben een kleine/grote onderlinge afstand.
A
kleine
B
grote

Slide 4 - Quizvraag

Daarom is hun onderlinge
aantrekkingskracht groot/klein en kunnen ze veel/weinig bewegen.
A
groot
B
klein
C
veel
D
weinig

Slide 5 - Quizvraag

Vul in: a) Gas dat in een ruimte zit opgesloten, oefent …….. uit op de wanden van die ruimte.

Slide 6 - Open vraag

b) Als de temperatuur van het gas stijgt, gaan de moleculen …….. bewegen.

Slide 7 - Open vraag

c) De moleculen botsen daardoor …….. en met een grotere …….. tegen de wanden.

Slide 8 - Open vraag

d) Het gevolg is dat de gasdruk ……..

Slide 9 - Open vraag

Leg uit waarom dit fout is: a) In een ijsblokje bewegen de moleculen niet.

Slide 10 - Open vraag

b) Als ijs smelt, veranderen de ijsmoleculen in watermoleculen.

Slide 11 - Open vraag

c) Als de temperatuur van een stof toeneemt, worden de moleculen groter.

Slide 12 - Open vraag

d) Tussen de moleculen van een gas zit veel lucht.

Slide 13 - Open vraag

. Gassen kun je gemakkelijk samenpersen. Dat merk je bijvoorbeeld als je een band oppompt.
De samengeperste lucht geeft de band zijn stevigheid.
a) Hoe komt het dat je gassen gemakkelijk sterk kunt samenpersen?

Slide 14 - Open vraag

b) Waardoor lukt dat niet met een vaste stof of een vloeistof?

Slide 15 - Open vraag

6. Als je een deo fles blijft verhitten, knalt deze op een bepaald moment uit elkaar (hiervoor
moet deze wel heeel warm zijn, dus niet thuis proberen). Leg met behulp van het
deeltjesmodel uit waarom dit zo is.

Slide 16 - Open vraag

Als je water kookt, gaat het borrelen. Dit komt omdat het water onderop de pan het heetst
wordt, en als eerst van vloeistof naar gasvorm gaat.
a) leg uit waarom dit zorgt dat het water borrelt.

Slide 17 - Open vraag

Dit gebeurt normaal bij een temperatuur van 100 graden. Maar, als je heel veel druk zet op
het water, gaat het water nooit koken. In een onderzeeërs of kernreactoren bijvoorbeeld,
gebruiken ze water in een vat onder hele hoge druk (155 keer de normale luchtdruk) om zo
water van wel 300 graden celcius vloeibaar te houden!
b) leg met het deeltjesmodel uit waarom het water niet kookt. Leg vervolgens uit wat er
gebeurt als er een klein gaatje komt in het vat waarin het water zit.

Slide 18 - Open vraag

a) Hoeveel Kelvin is 0 graden Celsius? En 20 graden Celsius?

Slide 19 - Open vraag

b) Hoeveel graden Celsius is 280 graden Kelvin? En 0 graden Kelvin?

Slide 20 - Open vraag

0 graden Kelvin is de allerlaagste temperatuur mogelijk.
c) Leg aan de hand van het deeltjesmodel uit waarom er een allerlaagste temperatuur
bestaat; waarom kan een stof niet nog kouder zijn?

Slide 21 - Open vraag

Heeft iemand nog vragen over de stof?

Slide 22 - Open vraag