VEI M2 2.1 Voedingsmiddelen 2022

Welkom bij deze les!
Boeken, pen, schrift en laptop (dicht) alvast op tafel leggen
Welkom bij biologie!
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij deze les!
Boeken, pen, schrift en laptop (dicht) alvast op tafel leggen
Welkom bij biologie!

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen Thema Voeding en vertering
Je kunt de functies van voedingsstoffen en voedingsvezel in voedingsmiddelen noemen.
Je kunt zes groepen voedingsstoffen noemen met hun functies en kenmerken.
Je kunt de functie van vertering, verteringssappen en enzymen beschrijven.
Je kunt de delen van een gebit noemen met hun functie.
Je kunt de werking en functie van de darmperistaltiek beschrijven.
Je kunt in een afbeelding de delen van het verteringsstelsel benoemen.
Je kunt de functies en kenmerken van de delen van het verteringsstelsel noemen.
Je kunt met de Schijf van Vijf adviezen voor een gezonde voeding geven.
Je weet wat een gezond gewicht is en welke keuzen daaraan kunnen bijdragen.
Je kunt mogelijke oorzaken en gevolgen van eetstoornissen noemen en enkele voorbeelden geven.
Je kunt manieren beschrijven om voedselbederf tegen te gaan.
Je kunt uitleggen dat minder vlees eten beter is voor de gezondheid en voor het milieu.

Slide 2 - Tekstslide

Begrippen 2.1  Voedingsmiddelen
voedingsmiddelen              alle producten die men eet of drinkt
voedingsstoffen                   bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen
brandstoffen                          stoffen die energie leveren
bouwstoffen                           stoffen die nodig zijn voor groei, ontwikkeling en                                                            herstel
reservestoffen                      stoffen die worden opgeslagen in het lichaam
beschermende stoffen     stoffen die ervoor zorgen dat je niet ziek wordt
voedingsvezel                       verzamelnaam voor stoffen uit planten die je                                                                    lichaam niet kan verteren

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk in week 40 
Lezen en maken 2.1 en 2.2

Slide 4 - Tekstslide

Bedenk eens een aantal voedingsmiddelen die jij wel eens eet.

Slide 5 - Open vraag

Voedingsmiddelen: alles wat je eet of drinkt
                    Plantaardige                        Dierlijke  
                                      Voedingsmiddelen 

Slide 6 - Tekstslide

  • Voedingsmiddelen: Alles wat je eet en drinkt
  • Voedingsstoffen: de bruikbare bestanddelen in de  voedingsmiddelen.

Slide 7 - Tekstslide

Waarvoor gebruikt je lichaam de voedingsstoffen in de voedingsmiddelen?

Slide 8 - Open vraag

Voedingsstoffen: de bruikbare bestanddelen van                                            voedingsmiddelen
Voedingsstoffen hebben vier functies in je lichaam:
• brandstof
• bouwstof
• reservestof
• beschermende stof 

Slide 9 - Tekstslide

Voedingsvezel: verzamelnaam voor stoffen uit planten die je lichaam niet kan verteren.

Slide 10 - Tekstslide

Leerdoelen Thema Voeding en vertering
Je kunt de functies van voedingsstoffen en voedingsvezel in voedingsmiddelen noemen.
Je kunt zes groepen voedingsstoffen noemen met hun functies en kenmerken.
Je kunt de functie van vertering, verteringssappen en enzymen beschrijven.
Je kunt de delen van een gebit noemen met hun functie.
Je kunt de werking en functie van de darmperistaltiek beschrijven.
Je kunt in een afbeelding de delen van het verteringsstelsel benoemen.
Je kunt de functies en kenmerken van de delen van het verteringsstelsel noemen.
Je kunt met de Schijf van Vijf adviezen voor een gezonde voeding geven.
Je weet wat een gezond gewicht is en welke keuzen daaraan kunnen bijdragen.
Je kunt mogelijke oorzaken en gevolgen van eetstoornissen noemen en enkele voorbeelden geven.
Je kunt manieren beschrijven om voedselbederf tegen te gaan.
Je kunt uitleggen dat minder vlees eten beter is voor de gezondheid en voor het milieu.

Slide 11 - Tekstslide

Je kunt de functies van voedingsstoffen en voedingsvezel in voedingsmiddelen noemen.
Noteer: wat zijn voedingsmiddelen?
de 4 functies van voedingsstoffen
de functie van voedingsvezels

Slide 12 - Open vraag

Wat is een voedingsmiddel?
A
Koolhydraten, vetten en eiwitten
B
Fruit en groente
C
Mineralen, vitaminen en water
D
Alles wat je eet en drinkt

Slide 13 - Quizvraag

Dit voedingsmiddel is...
A
Plantaardig
B
Dierlijk
C
Zowel plantaardig als dierlijk
D
Niet dierlijk of plantaardig

Slide 14 - Quizvraag

Horen vezels bij de voedingsstoffen?
A
Ja, door vezels gaan je darmen goed werken
B
Ja, vezels zuiveren je bloed
C
Ja, door vezels gaan je darmen goed werken
D
Nee, vezels worden niet opgenomen in je bloed

Slide 15 - Quizvraag

Vezels komen voor in:
A
vleesproducten
B
zuivelproducten
C
plantaardige producten
D
vetten

Slide 16 - Quizvraag

Wat voor functies hebben vezels?
A
Het vullen van de maag
B
Het bevat veel energie en daardoor kunnen we goed bewegen
C
verzadigd gevoel geven en werking van darmen stimuleren
D

Slide 17 - Quizvraag

Dit voedingsmiddel is een...
A
Dierlijk voedingsmiddel
B
Plantaardig voedingsmiddel

Slide 18 - Quizvraag

Vezels zijn goed voor de spijsvertering.

Welk voedingsmiddel bevat de meeste vezels?
A
een glas melk
B
een pakje boter
C
een sinaasappel
D
een gebakken kippenpoot

Slide 19 - Quizvraag

Huiswerk in week 40 
In de les maken opdr. 1 t/m 5

Lezen en maken 2.1 en 2.2

Slide 20 - Tekstslide