Havo 3 préparation au test chapitre 2 et passé composé

Préparation au test toetsweek 2
Chapitre 2: voca van reg A B E F blz 86 en 87
phrases-clés C en G blz 88 (kunnen schrijven wat je leuk vindt om te doen) 
Grammatica D en H blz 89 (ook de passé composé van deze werkwoorden)
De passé composé van regelmatige werkwoorden eindigend op -er.
(bijvoorbeeld het werkwoord regarder = nous avons regardé
En de uitzonderingen van faire, être, avoir (j' ai fait - tu as été, ils ont eu)
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Préparation au test toetsweek 2
Chapitre 2: voca van reg A B E F blz 86 en 87
phrases-clés C en G blz 88 (kunnen schrijven wat je leuk vindt om te doen) 
Grammatica D en H blz 89 (ook de passé composé van deze werkwoorden)
De passé composé van regelmatige werkwoorden eindigend op -er.
(bijvoorbeeld het werkwoord regarder = nous avons regardé
En de uitzonderingen van faire, être, avoir (j' ai fait - tu as été, ils ont eu)

Slide 1 - Tekstslide

0

Slide 2 - Video

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

C' est l' entrée ---- collège
A
des
B
de la
C
du

Slide 5 - Quizvraag

Je vais --------mer
A
à la
B
au
C
aux
D
à l'

Slide 6 - Quizvraag

Je vais ---- club de foot
A
au
B
à l'
C
à la
D
aux

Slide 7 - Quizvraag

vertaal:
ik ben op school

Slide 8 - Open vraag

Vertaal:
het is de jurk van het meisje

Slide 9 - Open vraag

Regelmatige werkwoorden 
op IR
Je
Tu
Il
Nous
Vous
Ils
ISSONS
ISSEZ
ISSENT
IT
IS
IS

Slide 10 - Sleepvraag

Het voltooid deelwoord van een werkwoord op ir
A
é
B
i
C
u
D
e

Slide 11 - Quizvraag

Regelmatige werkwoorden 
op IR
Je
Tu
Il
Nous
Vous
Ils
ISSONS
ISSEZ
ISSENT
IT
IS

Slide 12 - Sleepvraag

Quelle est ta série préférée?

Slide 13 - Open vraag

Qu'est-ce que tu fais le weekend?

Slide 14 - Open vraag

faire les magasins

Slide 15 - Open vraag

Faire la vaiselle

Slide 16 - Open vraag

Wat hoort er op de ---- te staan
Je ----------ranger ma chambre
A
suis
B
déteste
C
sors
D
j' en ai assez

Slide 17 - Quizvraag

Antwoord in het Frans:
Pourquoi tu aimes aller au cinéma?

Slide 18 - Open vraag

Zet in de passé composé
Je choisis le français

Slide 19 - Open vraag

vous ----------avec nous?
A
sortons
B
sortez
C
sortent
D
sort

Slide 20 - Quizvraag

Qu' est-ce que vous aimez faire?

Slide 21 - Open vraag

Hoe maak je passé composé?
Regel voor passé composé
Hoe maak je passé composé?

Slide 22 - Open vraag

(faire, passé composé) Vous ................
(avoir, passé composé) Tu ................

Slide 23 - Open vraag

choisir, je (passé composé)

Slide 24 - Open vraag

danser, je (passé composé)

Slide 25 - Open vraag

De passé composé heeft er altijd....
A
1 ; werkwoord
B
1 ; voltooid deelwoord
C
2 ; hulpwerkwoord en voltooid deelwoord
D
2 ; heel werkwoord en voltooid deelwoord

Slide 26 - Quizvraag

Tu (manger = eten, passé composé)

passé composé
A
as mangé
B
a mangé
C
est mangé
D
es mangé

Slide 27 - Quizvraag

Wat is een passé composé?
A
trouvé
B
a trouvé
C
a
D
trouvait

Slide 28 - Quizvraag

ik ben geweest (passé composé)
A
je suis été
B
j'ai été
C
j'ai êtré
D
je suis êtré

Slide 29 - Quizvraag

Wat ging er goed?
Wat begrijp ik nog niet?
Waar moet ik nog meer aandacht aan besteden?

Slide 30 - Open vraag