BiV vragen en antwoorden Woord voor woord les 9-12

Woord voor woord 
Les 9-12

1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo lwooLeerjaar 1

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Woord voor woord 
Les 9-12

Slide 1 - Tekstslide

Nazeggen

Slide 2 - Tekstslide

Vraag en antwoorden       

Slide 3 - Tekstslide

Opdrachten/handelingen uitvoeren

Slide 4 - Tekstslide

Woorden opzoeken

Slide 5 - Tekstslide

Nazeggen:
1.Welke dag is het vandaag?
2.Het is maandag.
3.Hoeveel dagen heeft een week?
4.De week heeft zeven dagen.
5.Welke dag is het morgen?
6.Morgen is het dinsdag.
7. Een vrouw, zij
8.Een man, hij
9.Zij heet Lara.
10.Dit is een luisteroefening.
11. Hoor je hetzelfde?
12. Nee, niet hetzelfde
13. Ik doe boodschappen bij de supermarkt.
14. Ik koop eten.
15. De boodschappen liggen in de kar.


Slide 6 - Tekstslide

Nazeggen:
1. De kaas, het meel, de kool en de vis liggen in de kar.
2. Wat kost het meel?
3.  Het meel kost 2 euro.
4. Is dat duur?
5. Is dat veel?
6. Nee, dat is niet duur/veel.
7.  de kaas is duur.

9. Vind jij vis lekker?
10.  Ik vind vis lekker.
11.   Ik weet het niet.
12.  Ik ga het vragen.
13.   Nu weet ik het.
14.   Jij weet het ook.
15.   Wat denk jij?
16.  Ik ga het vragen.
17. Wie is dat?
18. Dat is Ege.

Slide 7 - Tekstslide

Nazeggen:
1.  Wat is de datum vandaag?
2. Het is vandaag 31 oktober 2022.
3. Ik schrijf de datum op het bord.
4. Oktober is een maand.
5. Maandag is een dag
6. 2022 is het jaar.
7.Welke datum is het morgen?

9.  Morgen is het 1 november 2022.
10. 31-10-2022
11.  De dag staat vooraan het jaar staat achteraan.
12.  De maand staat in het midden.
13.  Wat is jouw geboortedatum?

15.  Dit is een streep.
16. Ga naar boven- beneden.
17. De streep is kort.
18. Hoeveel thee drink jij?

Slide 8 - Tekstslide

Nazeggen:
1.  Mijn geboortedatum is 21 maart 2009.
2. De maand maart is de derde maand.
3. In welk jaar ben je geboren?
4. In het jaar 2009.
5. In welke maand ben je geboren?
6.  In de maand maart.
10. Uit welk land kom jij?
11.  In welk land ben je geboren?
12.  Ik ben in Marokko geboren.
13. In welk land woon jij?
14.  Ik woon in Purmerend.
15.  Mijn woonplaats is Purmerend.
16. Wat is jouw woonplaats?

Slide 9 - Tekstslide

Nazeggen:
1.  Mijn woonplaats is Purmerend.
2. Wat is jouw telefoonnummer?
3. Mijn telefoonnummer is 06 12345678
4.  Dat is mijn telefoonnummer
5. In welke maand ben je geboren?
6.  In de maand maart.
10. Ik moet op school blijven.
11.  Ik ga mijn moeder bellen.
12.  Ik moet tot 4 uur op school blijven.
13. Ik moet bellen.
14.  Ik moet naar de dokter.
15.  Ik kom niet op school maandag.
16. Kar. Dit woord heeft drie letters.

Slide 10 - Tekstslide

Nazeggen:
1.  06 12345678, dit zijn geen letters, dit zijn getallen.
2. Wat is jouw adres?
3. Mijn adres is landweg 15.
4.  Het huisnummer is 15.
5.  De straat is Landweg.
6.  De straat en huisnummer, samen het adres.
10.  De postcode is 1055MC
11.   Hier-daar
12.  dun-dik
13.  oud-nieuw
14.  blauw, geel en rood
15.  wit, zwart
16.  Het boek heeft bladzijdes
17. de eerste , de laatste
18. Ga luisteren en ga praten.
19. Veel succes.

Slide 11 - Tekstslide

Vragen en antwoord

1.  Ben jij een jongen of een meisje?
2. Wat kost de kaas?
3.  Hoeveel dagen heeft een week?
4. Vind jij kaas lekker?
5. Wie ben jij?
6.  Welke datum is het vandaag?
7.  Wat is jouw geboortedatum?
8. Hoe laat is het?
9. hoe laat is de pauze?

Slide 12 - Tekstslide

Vragen en antwoord

10. Waar ben jij geboren?
11.  Wat is jouw adres?
12.  Kaas. Hoeveel letters heeft het woord?
13. Wat doe ik?
14. Lees jij boeken?
15.  Is dat blauw?
16.  Is dit een letter?
17.   tas. Staat de s vooraan?
18.  Staat de t in het midden?
19. Is dat veel of weinig?

Slide 13 - Tekstslide

Woord voor woord les 9-12
Ken je alle woorden?

Slide 14 - Tekstslide

Zoek de woorden op
groot-klein                                  woonplaats, adres
oud-nieuw                                  bovenaan- onderaan
 schrift                                          Ik maak een oefening.
bladzijde                                      succes
papier                                            maken
eerste- laatste                           denken
een rij                                             gisteren


Slide 15 - Tekstslide