In deze les zitten 31 slides, met tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 70 min
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Startklaar
Op je plek zitten (volgens plattegrond)
Telefoon is in je tas, thuis of in de kluis
Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
Schoolspullen op tafel:
timer
3:00
Boek (deel 2)
Schrift (A4 schrift ruit 1cm bij 1cm)
Rekenmachine
Etui met pen, potlood en gum
Geodriehoek
Koershoekmeter
Slide 2 - Tekstslide
1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Terugblik
Schrijf je antwoorden op je wisbordje
Slide 7 - Tekstslide
1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Terugblik
Slide 8 - Tekstslide
1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Icoontjes:
Sla deze slide op in je favorieten of klik op het oog om de slide te verbergen.
Kleurcodes:
De kleurcodes in deze les verschillen per lesfase:
De vorige les hebben we geleerd wat een kijklijn en kijkhoek is. Vandaag gaat de les over aangezichten.
Slide 10 - Tekstslide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Huiswerk bespreken
Pak je huiswerk erbij en om te bespreken en na te kijken
Maken: paragraaf 5.1
timer
3:00
Slide 11 - Tekstslide
1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Leerdoelen
Je leert hoe je met verschillende aanzichten kunt bepalen waar iets staat.
Begrippen:
plaats
aanzichten
aanzichten
Aanzichten zijn verschillende manieren om naar hetzelfde voorwerp of dezelfde plek te kijken.
Bijvoorbeeld: van boven, van de voorkant, of van de zijkant.
Je ziet steeds hetzelfde, maar uit een andere richting.
Slide 12 - Tekstslide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Leerdoelen Burgerschap
Ik kan door verschillende aanzichten te bekijken bepalen waar iets staat, en ik begrijp dat mensen in een verkeerssituatie hetzelfde moment anders kunnen zien.
Praktijksituatie (voorbeeld verkeer):
In het verkeer ziet een fietser iets anders dan een automobilist.
Door meerdere aanzichten te gebruiken (links, rechts, van voren) kun je beter inschatten wat er gebeurt.
Ik leer rekening houden met het standpunt van anderen om veilig en respectvol te handelen.
Slide 13 - Tekstslide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Slide 14 - Video
Deze slide heeft geen instructies
Voorbeelden
Het huis van boven en van voren
Van boven zie je het dak.
Van voren zie je de deur en de ramen.
Door deze twee aanzichten te combineren, weet je waar de deur zit ten opzichte van het dak.
Slide 15 - Tekstslide
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Voorbeelden
Een blokje in een bouwwerk
Op het bovenaanzicht zie je waar het blokje ligt op de grond.
Op het zijaanzicht zie je hoe hoog het blokje is.
Samen vertellen die aanzichten precies waar het blokje staat.
Slide 16 - Tekstslide
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Voorbeelden
Een kast in een kamer
Het vooraanzicht laat zien hoe de kast eruitziet.
Het bovenaanzicht laat zien waar de kast in de kamer staat.
Het zijaanzicht laat zien hoe diep de kast is.
Met alle aanzichten bij elkaar begrijp je de hele plek van de kast.
Slide 17 - Tekstslide
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Voorkennis ophalen
Maak opgave V2 en V3 op bladzijde 10
Slide 18 - Tekstslide
3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.
Instructie
Om te weten waar iets staat, kun je er op verschillende manieren naar kijken. Dit noem je aanzichten.
Je kunt iets zien van:
boven
de voorkant
de zijkant
Elk aanzicht laat een ander deel zien. Als je deze aanzichten samen bekijkt, krijg je een compleet beeld. Je kunt dan precies zien hoe dingen naast, achter of voor elkaar staan.
-Door de aanzichten te vergelijken, kun je ook ontdekken vanuit welke plek een foto of tekening is gemaakt.
Slide 19 - Tekstslide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Voorbeeld een speeltuin
Stel je voor dat je een foto hebt van een glijbaan en een schommel.
In het vooraanzicht zie je dat de glijbaan rechts staat en de schommel links.
In het bovenaanzicht zie je dat de glijbaan dichter bij een hek staat dan de schommel.
Door deze twee aanzichten te combineren, weet je precies waar beide toestellen staan in de speeltuin.
Slide 20 - Tekstslide
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Voorbeelden (samen)
Slide 21 - Tekstslide
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Voorbeelden
Slide 22 - Tekstslide
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Controle
Slide 23 - Tekstslide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Tweetal
Slide 24 - Tekstslide
5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.
Controle (nakijken)
Slide 25 - Tekstslide
4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Begrippen
plaats
aanzichten
Slide 26 - Tekstslide
8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.
Aan de slag
Maken: Doorgaande leerlijn paragraaf 5.2. Als je klaar bent, mag je de uitdagende opdrachten doen.
Weet je het even niet meer?
Lees dan nogmaals het theorieblokje.
Doe dit in alle rust...
KLAAR?? Maken uitdagende opdrachten
timer
20:00
Slide 27 - Tekstslide
6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Exit ticket (maken)
Slide 28 - Tekstslide
6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Exit ticket (nakijken)
Slide 29 - Tekstslide
6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Terugkijken op de leerdoelen
Heb je het doel behaald?
- Schrijf de verschillende aanzichten op?
Vooruitblik (zie periodeplanner P2)
Lees alvast de theorie goed door voor de volgende les:
5.3
Slide 30 - Tekstslide
8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.
Bedankt
Bedankt voor je aandacht
Wees trots op wat je hebt bereikt vandaag
Neem mee wat goed is gegaan
Verbeter zaken indien nodig
Laat je plekje netjes achter
(tafel recht, stoelen aanschuiven en rommel opruimen)