Zorg 2, les 5: beperking bij kinderen en jongeren 2

Zorg 2
Les 5: 

Beperking bij kinderen en jongeren deel 2

Module 3, hoofdstuk 2.2.4 t/m 2.5
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Zorg 2
Les 5: 

Beperking bij kinderen en jongeren deel 2

Module 3, hoofdstuk 2.2.4 t/m 2.5

Slide 1 - Tekstslide



  • Aanwezigheid


  • Waar is wat te vinden in Teams:


Verborgen kanalen -> Zorg.
Lees berichten voor het te maken huiswerk en eventuele mededelingen.
In bestanden vind je de studiewijzer, links naar lessen in LessonUp en benodigde documenten en materialen.



  • Theorie: beperkingen bij kinderen en jongeren, deel 1:
2.2.4: Niet- aangeboren hersenletsel
2.2.5: Bewustzijnsstoornissen
2.3: Verstandelijke beperkingen
2.4: Meervoudige beperkingen
2.5: Specifieke syndromen

  • Aan de slag:
​ Online opdrachten Traject niveau 4.


Slide 2 - Tekstslide

Terugblik vorige les:
Stoornis: als er sprake is van afwijkingen of beschadigingen van een orgaan of orgaanstelsel of een lichaamsfunctie ontbreekt en leeftijd niet de oorzaak is.

Beperking = een moeilijkheid of onmogelijkheid om bepaalde gangbare menselijke activiteiten uit te voeren.
Zowel lichamelijk (niet kunnen lopen, horen of lezen) als geestelijk (moeite situaties te overzien of beslissingen nemen).

Handicap = sprake van een verlies van mogelijkheden om op gangbare wijze deel te nemen aan maatschappelijk verkeer.

Lichamelijke beperking = een situatie waarbij iemand door een stoornis in de bewegingen of blijvende afwijking in een van de organen, minder mogelijkheden heeft in het functioneren.
Zintuigelijke beperkingen = één of meer zintuigen (horen, zien ruiken, proeven, voelen) werken niet of minder goed.

Beperkingen door inwendige organen = in feite chronische ziekten van nier, lever, darm, alvleesklier, hart, bloed of longen.
Chronische ziekte = een aandoening die een langdurig, vaak langzaam verslechterend verloop heeft. 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Lesdoelen:
Na deze les kan je:

  • toelichten wat verstaan wordt onder niet-aangeboren hersenletsel.
  • uitleggen wat verstaan wordt onder een verstandelijke beperking.
  • toelichten wat een lichte, matige of ernstige verstandelijke beperking inhoudt en hoe je daar rekening mee houdt.
  • toelichten hoe het syndroom van Down en het fragiele-X-syndroom ontstaan en wat daar de verschijnselen/kenmerken van zijn.
  • uitleggen wat een meervoudige beperking inhoudt en wat de gevolgen ervan zijn. 



Slide 5 - Tekstslide

Zoek op en leg uit:
Wat is Niet- aangeboren hersenletsel?
En noem een gevolg daarvan.

Slide 6 - Open vraag

Lichamelijke beperkingen:
Niet- aangeboren hersenletsel = verzamelnaam voor alle beschadigingen aan de hersenen die op latere leeftijd zijn ontstaan. Blijvende hersenbeschadiging door ongeval, trauma (verdrinking, verstikking) of ziekte (hersentumor).

Bewustzijnsstoornissen = bewusteloosheid of verlaagd bewustzijn, oorzaak kan epilepsie zijn.
Epilepsie = een stoornis in de hersenen die kan leiden tot tijdelijke, plotselinge aanvallen van krampachtige bewegingen van de lichaamsspieren en zelfs tot bewustzijnsverlies.
Komt in het pedagogisch werk vooral voor bij kinderen en jongeren met een aangeboren motorische beperking of met een verstandelijke beperking.
Frequentie van aanvallen varieert en een aanval kan er bij iedereen anders uitzien.
Uitlokkende factoren: vermoeidheid, stress, overmatig alcoholgebruik of lichtflitsen.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Verstandelijke beperkingen
Verstandelijke beperking:
Duidelijke beperkingen in zowel de intelligentie  als het aanpassingsvermogen (problemen bij leren, werken en onthouden, communicatie met anderen, het verkeer en zelfredzaamheid).
Komt voor het 18e levensjaar tot uiting.
Belangrijk om het kind te stimuleren. 
Er is extra stimulans en (heel veel) gerichte oefening nodig.
Als PW'er is het heel belangrijk hierin veel geduld te hebben, zorgen voor veel herhaling en vaardigheden in kleine stapjes aan te leren.

Het doel is om een zo groot mogelijke zelfredzaamheid te bereiken zonder te overvragen en te overbeschermen. 

Ook is het belangrijk om geen medelijden te hebben, dan is er kans dat het kind of de jongere niet wordt uitgedaagd en gestimuleerd tot actie.



Slide 9 - Tekstslide

Verstandelijke beperkingen
Er is sprake van onderverdeling naar niveau van functioneren in licht, matig en ernstig.
De verschillen zijn altijd groter dan de overeenkomsten.
Doel van de indeling is om een idee te krijgen van de mogelijkheden en onmogelijkheden bij een bepaald niveau van functioneren.
- Lichte verstandelijke beperking:
iemand maakt vertraagde ontwikkeling door en kan zelf (meestal met begeleiding) vorm geven aan zijn eigen leven.

- Matige verstandelijke beperking:
iemand heeft eenvoudig inzicht in zichzelf, in anderen en in de situatie en is in staat een redelijke mate van zelfstandigheid te ontwikkelen.

- Ernstige verstandelijke beperking:
 iemand is weinig zelfredzaam door een onvermogen om zaken met elkaar in verband te brengen. 
Leeft in zijn eigen wereld en ervaart de wereld vooral door zijn lichaam.


Slide 10 - Tekstslide

Verstandelijke beperkingen
Werk in een drietal.
Verdeel jullie over lichte, matige en ernstige verstandelijke beperking en zoek ieder op: 

  • een kenmerk van het niveau van de beperking
  • hoe daarbij te handelen.

Deel de antwoorden met elkaar en schrijf dit op, op een A3.
Daarna bespreken we het klassikaal.


Slide 11 - Tekstslide

Verstandelijke beperkingen
Werk in een drietal.

Verdeel jullie over lichte, matige en ernstige verstandelijke beperking en zoek ieder een kenmerk op van het niveau van de beperking en hoe daarbij te handelen.

Deel de antwoorden met elkaar en 1 iemand vult het in.

Slide 12 - Open vraag

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Meervoudige beperkingen:
Een meervoudige beperking houdt in dat iemand twee of meer afzonderlijke beperkingen bezit, die ieder voor zich ernstig, omvangrijk en langdurig zijn.

Het kan een combinatie van een verstandelijke en motorische beperking zijn maar ook om combinatie van doofheid en blindheid. 
Hebben vaak veel individuele ondersteuning nodig dus je komt ze minder vaak tegen in het reguliere onderwijs en wel in de gespecialiseerde opvang en bij scholen voor speciaal onderwijs.

De groep kinderen en jongeren met een meervoudige beperking is heel divers maar er zijn ook  overeenkomsten: 
komt als één beperking tot uiting (beperkingen beïnvloeden elkaar) - communicatieve beperking - geremdheid in totale functioneren - tragere ontwikkeling - gezondheidsproblemen - apparatuur, hulpmiddelen en aanpassingen zijn noodzakelijk.

Voor ieder kind of jongere is een geheel eigen aanpak nodig in ondersteuning.
Als PW'er is het belangrijk om aandacht te hebben voor het totale functioneren -> zelfredzaamheid, welbevinden en communicatie.

Slide 15 - Tekstslide

Specifieke syndromen:
Een syndroom is een vaste combinatie van symptomen, die horen bij een bepaald ziektebeeld, bepaalde afwijking of bepaalde stoornis.

Syndroom van Down: aangeboren afwijking, bepaalde lichamelijke kenmerken en medische problemen komen vaak voor. Oorzaak = een extra chromosoom.
Meestal matige verstandelijke beperking tot gevolg.
Algehele spierslapte die de motorische ontwikkeling afremt.
Belangrijk om met het kind oefeningen te doen gericht op het versterken van de spieren.

Kenmerken: scheve oogstand - aangeboren hartafwijking - verminderde weerstand - afwijkingen aan het gebit - vervroegd verouderingsproces - vriendelijk en sociaal karakter.


Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

Specifieke syndromen
Fragiele-X-syndroom: erfelijke afwijking aan het geslachtschromosoom, die gepaard gaat met een verstandelijke beperking en bepaalde gedragskenmerken, zoals op autisme gelijkend gedrag.

Vrouwen zijn drager maar door een extra X- chromosoom hebben ze er minder of geen last van. Komt dus vooral voor bij jongens/mannen.

Pas vanaf ongeveer 18 maanden blijft de ontwikkeling (motoriek, taal, spraak en spelen) achter.

Kenmerken: verstandelijke beperking die vaak verergert bij het ouder worden - autistische trekjes (angstig en teruggetrokken gedrag, taal- en spraakafwijkingen) - hyperactief gedrag (impulsiviteit, concentratie- problemen, overbeweeglijkheid) - langzamere ontwikkeling van de grove en fijne motoriek.

Belangrijk om de cognitieve ontwikkeling te stimuleren en veiligheid, structuur en regelmaat te bieden.

Slide 19 - Tekstslide

Kahoot


https://create.kahoot.it/details/079c0f64-8470-4d4c-863a-f42e445ed70a?drawer=

Slide 20 - Tekstslide


Aan de slag:

Online leer- en werkomgeving Traject, Gezondheid & Omgeving.
Module 3: Omgaan met ziekten en beperkingen.

Tot nu toe moet gemaakt zijn:
  • Theorie: 1.3 t/m 1.7
  • Opdrachten:
- Verwerkingsopdrachten niveau 3 en 4: 1 t/m 10, 11 t/m 17.
- Verwerkingsopdrachten niveau 4: 1 t/m 5, 6 t/m 13.

  • Theorie: 2.1 t/m 2.2.3
  • Opdrachten: 
- Verwerkingsopdrachten niveau 3 en 4: 1 t/m 10
- Verwerkingsopdrachten niveau 4: 1 t/m 5





Deze week maken: 

  • Theorie: 2.2.4 t/m 2.5

  • Opdrachten:
- Verwerkingsopdrachten niveau 3 en 4: 11 t/m 17
- Verwerkingsopdrachten niveau 4: 
6 t/m 13

Slide 21 - Tekstslide

Afsluiten van de les:
Zijn er vragen?

Nu kan je:
  • toelichten wat verstaan wordt onder niet-aangeboren hersenletsel.
  • uitleggen wat verstaan wordt onder een verstandelijke beperking.
  • toelichten wat een lichte, matige of ernstige verstandelijke beperking inhoudt en hoe je daar rekening mee houdt.
  • toelichten hoe het syndroom van Down en het fragiele-X-syndroom ontstaan en wat daar de verschijnselen/kenmerken van zijn.
  • uitleggen wat een meervoudige beperking inhoudt en wat de gevolgen ervan zijn. 

Slide 22 - Tekstslide