V5 Voorzetsels 3e en 4e naamval

H5V5 - Voorzetsels herhaling
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 3-5

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

H5V5 - Voorzetsels herhaling

Slide 1 - Tekstslide




1) Naamvallen: der-Gruppe en ein-Gruppe 
2) Voorzetsels (+3e & 4e nv)




Benodigde kennis
  • Je kent de der-groep & ein-groep in de 1e, 3e, 4e naamval.
  • Je kent de vaste voorzetsels met de 3e en 4e naamval.

Slide 2 - Tekstslide

Planung
Weißt du es noch? Grammatik: 
  • Präpositionen mit dem 3. und 4. Fall
  • Der-Gruppe 
  • Ein-Gruppe
 
       
Benodigde voorkennis
  • Je kent de vaste voorzetsels met de 3e en 4e naamval.
  • Je kent de der-groep & ein-groep in de 1e, 3e, 4e naamval.

Leerdoel
  • Ik kan de juiste naamvallen in het Duits toepassen

Slide 3 - Tekstslide

Voorzetsels met de 4e naamval:

durch - door
für - voor
gegen - tegen
ohne - zonder
um - om
bis - tot 
entlang - langs
uitleg

Slide 4 - Tekstslide

Voorzetsels met de 3e naamval:

aus - uit                     außer - behalve
bei - bij                      entgegen - tegemoet
mit - met                  gegenüber - tegenover
nach - na + naar
seit - sinds
von - van
zu - naar
uitleg

Slide 5 - Tekstslide

voorzetsels 3e naamval
voorzetsels 4e naamval
mit
entlang
durch
bei
seit
um
gegenüber
bis
von
nach
zu
aus
für
ohne
gegen

Slide 6 - Sleepvraag

der- Gruppe und ein-Gruppe

Slide 7 - Tekstslide

der-Gruppe bestaat uit:
1. de lidwoorden
2. dies-, jen, jed-, manch- welch-, solch-, all-

M
V
O
MV
1e
der 
die 
das 
die 
3e
dem 
der 
dem 
den ... n
4e
den 
die 
das 
die 
Help!
Herhalen ein-Gruppe:<div>zie de les over de 1e naamval &amp; ein-Gruppe</div>
Voorbeelden DER- GRUPPE:
Er geht mit dem Fugzeug (o) nach Spanien.
Sind das die Eintrittkarten für die Vorstellung (v)?
Nach dem Film (m) gehen wir gleich nach Hause. 








Slide 8 - Tekstslide

uitleg
ein-Gruppe bestaat uit: 
mijn - mein   
jouw - dein    
zijn - sein       
haar - ihr 
ons/onze - unser
jullie - euer
hun/uw - ihr / Ihr
(g)een - (k)ein
M
V
O
MV
1e
ein
eine
ein
keine
3e
einem
einer
einem
keinen ... n
4e
einen
eine
ein
keine
Voorbeelden EIN-GRUPPE

Ich gehe mit meinen Freunden (mv) zu einer Party (v). 

Ohne seine Familie (v) hat er eine Reise gemacht. 

Ich muss nachmittags zu einem Kochkurs (m). 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Stappenplan
  1. Bepaal of het voorzetsels +3 of +4 is
  2. Bepaal het geslacht van het zelfst. nw. (m, v, o, mv)
  3. Bepaal of het om een woord uit de der- of ein- Gruppe gaat.
  4. Vul de juiste uitgang in.

Alles dreht sich nur um dein___ Freund.
Mit welch___ Mitarbeiterin hast du gesprochen?

Slide 11 - Tekstslide

Alles dreht sich nur um dein___ Freund.
1. voorzetsel "um" = 4e naamval
2. zelfstandig nw "Freund" = m
3. ein-Gruppe
4. deinen

Slide 12 - Tekstslide

Mit welch___ Mitarbeiterin hast du gesprochen?
1. voorzetsel "mit" = 3e naamval
2. zelfstandig nw "Mitarbeiterin" = v
3. der-Gruppe
4. welcher

Slide 13 - Tekstslide

Ich habe dich mit (de) Hund (m) gesehen.
A
dem
B
der
C
den
D
die

Slide 14 - Quizvraag

Das Buch ist für (de) Mann.
A
der
B
den
C
das
D
dem

Slide 15 - Quizvraag

Zu (het) Haus gehört ein großer Garten.
A
dem
B
der
C
den
D
die

Slide 16 - Quizvraag

Er hat was gegen (haar) Vorschlag (m).
A
ihr
B
ihre
C
ihres
D
ihren

Slide 17 - Quizvraag

Du musst um (het) Gebaüde (o) laufen.
A
das
B
dem
C
den
D
die

Slide 18 - Quizvraag

Und jetzt...

Slide 19 - Tekstslide

Die Mutter gibt (de).... Kindern
eine Banane.

Slide 20 - Open vraag

Alle Herren hatten ein…. schwarzen Anzug (m) an.

Slide 21 - Open vraag

Vater gibt (zijn) ..... Kinder... nur wenig Taschengeld.

(Hilfsmittel S.155)

Slide 22 - Open vraag

Ich habe (mijn) ...... Chef (m) endlich mal (de) ...... Wahrheit (v) gesagt.

Slide 23 - Open vraag

Tschüss!
Übung macht
den Meister!

Oefening baart kunst!

Slide 24 - Tekstslide

Ik kan de Proefwerkstof nu toepassen!
😒🙁😐🙂😃

Slide 25 - Poll

Welke 2 vragen heb je nog?

Slide 26 - Woordweb