Les 4

les 4
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

les 4

Slide 1 - Tekstslide

Begrippen
Ethiek, goed vs. slecht, moraal, dilemma’s, verstand / rede 

Slide 2 - Tekstslide

Ethiek

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Goed fout

Slide 5 - Tekstslide

Optieken


Een optiek is een benaderingswijze: een manier van kijken naar de werkelijkheid


I

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Normen en waarden

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Dilemma's

Slide 13 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Nadenken
Iedereen heeft andere ideeën over goed en fout. In de wet staat wat wel en niet mag. Blijf binnen jou beroep binnen de wetten maar blijf ook naar jezelf kijken wat kan wel en wat kan niet als dit niet in de wetgeving staat geschreven. 

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

20 jaar gevangenisstraf voor drugshandel op een festival is...
A
Een te lage straf
B
Een terechte straf
C
Een te hoge straf

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Waarschijnlijk kun je zelf ook een aantal ethische dilemma’s bedenken of heb je al met ethische dilemma’s te maken gehad. In deze opdracht gaan we aan de slag met ethische dilemma’s waar je op dit moment mee te maken krijgt, die we voorheen niet tegen kwamen.  

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht 
Ik zit met een dilemma…  
De afkorting MBO staat voor... inderdaad Middelbaar Beroeps Onderwijs, je wordt opgeleid zodat je deskundig wordt in een bepaald beroep. Soms kom je in je werk voor keuzes te staan waarin het lijkt dat de juiste beslissing niet bestaat, maar de keuze moet gemaakt worden. Je gaat een moreel dilemma uit je beroepspraktijk omschrijven. 
Wat ga je doen: 
a) Beschrijf kort een concreet moreel dilemma dat voor zou kunnen komen binnen jouw beroep of die je zelf al heb me gemaakt.  
b) Beschrijf de belangrijkste keuzes die je in dit dilemma had of hebt. Geef daarbij aan welke normen, waarden en/of deugden een rol spelen. 
c) Beschrijf kort je conclusie(s). 

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide