Week 40 en 41 klas 2B

Allereerst...
  • Is iedereen aanwezig?
  • nieuwe indeling 
  • iPad, A-4 schrift, oortjes , boek , pen , parafenkaart
  • vorige les  :   uitleg  grammatica zinsdelen 

week 40 /1 
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Allereerst...
  • Is iedereen aanwezig?
  • nieuwe indeling 
  • iPad, A-4 schrift, oortjes , boek , pen , parafenkaart
  • vorige les  :   uitleg  grammatica zinsdelen 

week 40 /1 

Slide 1 - Tekstslide

Wij bakken vandaag een taart voor oma bij Tim
                                              Hoeveel zinsdelen ?
                         pv = ...
                      ow =
                                gezegde =
1 pv = 
2
3
4
5
6

Slide 2 - Tekstslide

Wij bakken vandaag een taart voor oma bij Tim
                                               Hoeveel zinsdelen ?
                                      pv =  bakken 
                           ow = 
                                   gezegde =
1 pv = bakken
2 wij 
3 vandaag 
4 een taart 
5 voor oma 
6 bij Tim 

Slide 3 - Tekstslide

 


Nederlands:
 
week 38 is  vandaag af 
t/m woordenschat 

week 39 is morgen af 
t/m grammatica blok 1 



Taal:                               
                                      vandaag af t/m 10 



morgen   af t/ m 13   

 Planning voor deze week:  It's Learning : Ne2KB week 40 
 Planning voor deze les :     Parafencontrole tm week 38 

Slide 4 - Tekstslide

Allereerst...
  • Is iedereen aanwezig?
  • nieuwe indeling 
  • iPad, A-4 schrift, oortjes , boek , pen , parafenkaart
  • vorige les  

week 40 /2 

Slide 5 - Tekstslide

planning deze les 
  • toets terug 

  • Wat is weektaak voor week 40 ? 
Taalverzorging grammatica : samengestelde zinnen 
maken 1, 2 en 3  en trainingsopdrachten 

Slide 6 - Tekstslide

Samengestelde zin ? 
       persoonsvorm
ow
gezegde 
Hij rent. 
Hij heeft haast .

Slide 7 - Tekstslide

Samengestelde zin
Hij rent. 
Hij heeft haast .

Slide 8 - Tekstslide

uitleg video over
Persoonsvorm en onderwerp vinden in een samengestelde zin.

Slide 9 - Tekstslide

zelfstandig aan het werk 
vragen /parafen  

Slide 10 - Tekstslide

Allereerst...
  • Is iedereen aanwezig?
  • nieuwe indeling 
  • iPad, A-4 schrift, oortjes , boek , pen , parafenkaart
  • vorige les  

week 40 /2 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Deze les 
Kinderboekenweek 2021 : thema ? 

-Kijken van fragment Jeugdjournaal   
- vragen bij filmpje 
- (samen) 1 opdracht maken 
- aan het werk /parafen/Taal/                          Lezen 




Slide 13 - Tekstslide

Allereerst...
  • Is iedereen aanwezig?
  • iPad, A-4 schrift, oortjes , boek , pen , parafenkaart
  • vorige les  : toets 

week 41/3

Slide 14 - Tekstslide

Deze les 
  • journaal met 2 stellingen 
  • wat is weektaak 41 ?

  • uitleg bij weektaak 41 (vervolg )

  • aan het werk/parafen 




Lezen : tekst met vragen over Par. Lezen : opbouw van een tekst : het onderwerp en de deelonderwerpen van een tekst.
Woordenschat : kennen en toepassen van de woorden van de woordenlijst Hoofdstuk 1

Slide 15 - Tekstslide

JOURNAAL 
 2 STELLINGEN 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

KIJK JIJ WEL EENS FILMS WAAR JE OUDER VOOR MOET ZIJN (bv SQUID GAME)
JA
NEE

Slide 18 - Poll

kijkwijzer voor youtube ?
ja
nee

Slide 19 - Poll

ZOU JIJ KONING /KONINGIN WILLEN WORDEN
(ALS DAT KON)
JA
NEE

Slide 20 - Poll

week 41

Slide 21 - Tekstslide

werkwoordspelling 

  • wat zijn werkwoorden ?
  • wat is de persoonsvorm in de zin ? 
  • wat is de stam van een werkwoord ?
  • wat is de tegenwoordige tijd - wat is de verleden tijd?  
  • wat zijn sterke werkwoorden en wat zijn zwakke werkwoorden?


Ik fietst en hij fiets vandaag naar school.
Fietst jij ook vandaag of fietste jij gisteren ?  

Slide 22 - Tekstslide


Hoor ik een -t, dan schrijf ik een -t!
Zit er al een -d in het hele werkwoord? Dan krijg je -dt.

Slide 23 - Tekstslide

tegenwoordige tijd 
verleden tijd

ik loop
ik   vind 
jij loop t
jij   vind   t
hij loop t
hij   vind  t 
wij lopen
jullie lopen
zij lopen 
sterk
zwak 
zwak 
ik liep
ik fietste 
ik hoorde 

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

werkwoordspelling
A
hij bediend
B
hij bedient

Slide 26 - Quizvraag

Hij (branden) zich aan het vuur.
A
brant
B
brand
C
brandt
D
brande

Slide 27 - Quizvraag

(branden) jij je ook aan het vuur?
A
brant
B
brand
C
brandt
D

Slide 28 - Quizvraag

1.welke zinnen zijn samengestelde zinnen? 
2. persoonsvorm(en) in zin 1, 2 en 3 ? 

Slide 29 - Tekstslide

Deze les 
  • wat is weektaak 41 ?

  •  morgen : deeltoets Lezen en Woordenschat H1 
uitleg en 12 vragen maken van de oefentoets 

  • aan het werk/parafen 




Lezen : tekst met vragen over Par. Lezen : opbouw van een tekst : het onderwerp en de deelonderwerpen van een tekst.
Woordenschat : kennen en toepassen van de woorden van de woordenlijst Hoofdstuk 1

Slide 30 - Tekstslide

(de) aanrader = advies, aanbeveling

absoluut = zeker weten
dienen = moeten
koppelen = stevig vasthaken
(de) gelegenheid = mogelijkheid
gezamenlijk = samen
ideale = zo goed of fijn als je maar kunt wensen
indien gewenst = als je dat wilt
(de) instructeur = iemand die (voor zijn beroep) uitleg geeft
(de) instructie = uitleg
de smaak te pakken krijgen = het zo leuk vinden dat je er bijna niet mee kunt ophouden
maximale = hoogste
(de) medische verklaring = verslag waaruit blijkt dat je gezond bent
(het) panorama = uitzicht naar alle kanten
uitgebreid = uitvoerig
een stap in de goede richting zetten = dichter bij een oplossing komen
met beide benen op de grond staan = je doet en denkt ‘gewoon’; je doet of denkt niet zoals je misschien in je dromen doet















Slide 31 - Tekstslide

opdracht oefentoets 
maak de eerste 12 vragen van de proeftoets 
vragen lezen en woordenschat 


15 minuten 
bespreken 
timer
15:00

Slide 32 - Tekstslide

vandaag:  startopdracht taalverzorging 
1. hoe noem je deze stukjes ? 
2. maak zoveel mogelijk zinnen waarin je alle kaartjes gebruikt
3.  welk woord ligt op de tweede of de eerste plaats? 
4.  hoeveel werkwoorden ? 
5. wat is de persoonsvorm?

Slide 33 - Tekstslide

vraag 
Onze hond is vanaf de steiger in het water gevallen. 

pv =  
gezegde = 

tijdproef
vraagproef 

Slide 34 - Tekstslide

aan het werk 
taakwerk week 37
  •   Lezen en Kijken en Luisteren. 

taakwerk week  38  
  • Woordenschat :  

  • taakwerk week 39 : H1  taalverzorging                      

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide