Functioneel rekenen - TEMPERATUUR

Text

Functioneel rekenen: temperatuur

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorASVBuitengewoon secundair onderwijs

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Text

Functioneel rekenen: temperatuur

Leerdoel van deze lessen

Aan het einde van de les kan je temperatuur aflezen, interpreteren en toepassen in het dagelijks leven.

Wat is temperatuur?

Temperatuur zegt hoe warm of koud iets is.
We meten temperatuur in graden Celsius (°C).

Verschillende gevoelens bij temperatuur

Koud, lauw, warm, heet: deze woorden gebruiken we om te zeggen hoe iets voelt.

Woordenschat oefenen

Verbind de woorden koud, lauw, warm, heet met de juiste situatie en pictogram.

Sorteren: koud naar heet

Knip en plak de temperatuur in de juiste volgorde van koud naar heet.

Actiewoorden bij temperatuur

Kun je smelten, vriezen, koken en dooien bij de juiste pictogrammen omcirkelen?

Temperatuur meten in het dagelijks leven

We meten temperatuur bij eten, in huis, buiten en op het lichaam.

Digitale thermometer gebruiken

Kijk naar het scherm, lees het getal af, noteer de waarde met °C.

Onderdelen van een digitale thermometer

Scherm = blauw, cijfers = rood, symbool °C = groen.

Oefenen: temperatuur aflezen

Lees de temperatuur van verschillende displays af en schrijf het op in °C.

Analoge thermometer aflezen

Zoek de gekleurde kolom, lees het dichtstbijzijnde cijfer, tel de streepjes, noteer de temperatuur.

Oefenen met analoge thermometers

Lees de temperatuur van echte thermometers met tientallen, vijven en per streepje af.

Stijging en daling van temperatuur

Hoeveel graden stijgt of daalt de temperatuur? Vul de verschillen in op de getallenlijn.

Temperaturen herkennen in seizoenen

Verbind de juiste temperatuur met de foto van winter, lente, zomer of herfst.

Kleding kiezen bij temperatuur

Kies passende kleding zoals jas, sjaal, T-shirt, of muts bij de temperatuur.

Handige symbolen

Oefen zelf:

Dit betekenen ze:

Schrijf vijf voorbeelden met de juiste symbolen.

° = graden – = onder nul C = Celsius

Temperatuur in huis en apparaten

Welke temperatuur hoort bij een koelkast, oven of wasmachine? Vink het juiste pictogram aan.

Veiligheid bij hitte en kou

Kijk goed, denk na, kies veilig. Rood = gevaar, groen = veilig. Vraag hulp als het niet veilig is.

Zelf temperatuur instellen

Stel zelf een temperatuur in op een apparaat, teken een draaiknop.

Extra rekenoefeningen stijgen/dalen

Reken uit hoeveel graden een temperatuur stijgt of daalt, ook onder nul!

Evaluatie & reflectie

☑️ Ik kan een thermometer aflezen. ☑️ Ik ken de woorden voor temperatuur. ☑️ Ik kies gepaste kledij. ☑️ Ik herken gevaar bij hitte/kou.