Les 4

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Kantoor en Techniek-2Tertiary Education

In deze les zitten 32 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 7: Externe communicatie

Slide 2 - Tekstslide

Inhoud 
  • 7.3 Representatie
  • 7.4 Perscontacten

Slide 3 - Tekstslide

§ 7.3 Representatie

Slide 4 - Tekstslide

§ 7.3 Representatie
Hier belichten we de keuze en aanschaf van relatiegeschenken en de sponsoring en donatieactiviteiten.


Slide 5 - Tekstslide

Relatiegeschenk
Objecten die zijn bedoeld om cadeau te worden gegeven op een speciale gelegenheid, meestal met een inscriptie aangaande de gever, de ontvanger en-of de gelegenheid.
   
Het gaat om:
• het imago
• de naamsbekendheid

Voorbeelden:
  • zilveren of gouden munten
  • gegraveerde penhouder

Slide 6 - Tekstslide

Keuze van relatiegeschenk
  •  is afhankelijk van de relatie die het bedrijf heeft met de desbetreffende klant/leverancier/zakenrelatie. Hoe duurder de prijs = hoe beter de relatie.





Slide 7 - Tekstslide

Soorten relatiegeschenken:
1. Give-aways & Premiums=weggeefartikelen het een relatief goedkope waarde (goedkoop)
Hierdoor kan er dus ruimschoots uitgedeeld worden.
    
Voorbeelden:
petjes, kalenders, pennen, kleine blocnotes, 
aanstekers, ballonnen, tasjes etc.



Slide 8 - Tekstslide

Soorten relatiegeschenken:
2. Hoger prijsniveau:

Voorbeelden: paraplus, golfclubs, golfballen, luxe pennenset,
lerenschrijfmappen.



Slide 9 - Tekstslide

Soorten relatiegeschenken:
3. Bijzonder relatiegeschenk:
Voorbeelden: herdenkingsboek, speciaal vervaardigd kunstwerk of producten die sterk in relatie staan tot de bedrijfsactiviteiten van een organisatie.

Denk hierbij aan de volgende voorbeelden: 
- aluminiumproducent -> aluminium geschenken
- papierfabriek -> cadeaus van papier
-elektriciteitsproductiebedrijf-> een geschenk met
elektriciteit 

Slide 10 - Tekstslide

Waar moet je aan denken als je een relatiegeschenk aanbiedt:


  • Zorg dat de ontvanger NIET het gevoel krijgt dat hij/zij gemanipuleerd wordt (omgekocht wordt) dus zich NIET gedwongen voelt om een tegenprestatie te leveren.
  • Ga na of de betrokken  relatie nog in functie is
  • Weet wie de ontvanger is (de persoon en zijn/haar karaktereigenschappen)
  • Een niet passend geschenk (bijvoorbeeld een aansteker voor een niet-roker) kan een probleem veroorzaken
  • Breng in kaart wie de relaties zijn en breng in kaart de rangen en standen. (klanten, leveranciers etc)
  • Overhandig het geschenk openlijk
  • Het kan thuis afgeleverd worden
  • Begeleid het geschenk altijd met een BOODSCHAP

Slide 11 - Tekstslide

Sponsoring
de onderneming stelt voor een bepaald evenement GELD OF GOEDEREN beschikbaar waar een TEGENPRESTATIE
voor wordt verlangt

Slide 12 - Tekstslide

Soorten Sponsoring
1. Geld in ruil voor reclame: voorbeeld een bedrijf koopt uniforms voor een voetbalteam en zijn naam komt op het shirt te staan.

2. Goodwilladvertenties: sponsoring advertenties (die het bedrijf betaald) voor in
jubileumbladen, clubbladen, lustrumboeken van studentenverenigingen of sportverenigingen.  


Slide 13 - Tekstslide

Soorten Sponsoring
3. Sponsoring in natura: het ter beschikking stellen van vlaggen, serviesgoed, geluidsapparatuur, vervoersfaciliteiten of ingehuurde artiesten. Het gebruik van VIP plaatsen etc.

Slide 14 - Tekstslide

Donaties
Donatie: de onderneming stelt voor een bepaald evenement GELD OF GOEDEREN beschikbaar waar GEEN TEGENPRESTATIE voor wordt verlangt.

Meestal worden donaties aangevraagd voor goede doelen.
Let op!
- Zorg dat donaties en sponsoring altijd op papier
vastgelegd worden (en niet mondeling) zodat je er
zeker van bent dat je het wel of niet krijgt.

Slide 15 - Tekstslide

§ 7.4 Perscontacten

Slide 16 - Tekstslide

§ 7.4.1 Nieuws
Wat is nieuws:
- Een gebeurtenis die onverwacht of ongewoon is
- Een gebeurtenis die eerder plaatsvind dan ver weg
- Een gebeurtenis die opmerkelijk is
- Een gebeurtenis die nieuw is
- Een gebeurtenis die nog onbekend is
- Een gebeurtenis die een herkenbaar menselijk element bevat (human interest)


Slide 17 - Tekstslide

§ 7.4.2 Media
De schrijvende pers omvat:
1. Dagbladen
2. huis-aan-huisbladen
3. tijdschriften/vakbladen

Slide 18 - Tekstslide

Kenmerken dagbladen: 

- Dagelijks nieuws
- Snelle productie en nieuws
- Dagelijkse deadline voor inleveren van stukken
- Heeft een grote oplage
- Voor de meeste kranten moet je betalen
Indeling dagbladen:

- Regionale indeling (landelijk, regionaal, lokaal)
- Naar geestelijke of maatschappelijke stroming (kerkelijke krant)
- Naar intellectueel niveau (populaire bladen en kwaliteitsbladen)
- Naar verschijningstip (ochtendblad of avondblad of zondagblad)

Slide 19 - Tekstslide

Kenmerken huis-aan-huisbladen
-Ze worden huis aan huis verspreid
- Ze zijn gratis
- De redactionele meerwaarde is klein
- Veel mensen lezen ze (show y mas)

Slide 20 - Tekstslide

Kenmerken tijdschriften en vakbladen
:

- Tijdschriften hebben verschillende achtergronden
- Er zijn meer dan 5000 verschillende soorten
tijdschriften in Nederland
- Tijdschrift heeft een bescheiden oplage

Indeling tijdschriften:

- Naar verschijningsfrequentie
- Naar publieksgroep
- Naar onderwerp
- Naar inhoudelijke strekking
- Naar afzender

Slide 21 - Tekstslide

Radio en televisieomroepen

- Commerciële zenders                    commercieel
- Niet commerciële zenders           publieksgroepen (overheidsgeld)
- Lokale / regionaal omroepen       lokaal /regionaal nieuws

Slide 22 - Tekstslide

§ 7.4.3 Vormen van perscontacten
4 manieren om contact te hebben met de pers:
1. Persbericht
2. Persconferentie
3. Persbezoek
4. Interview 

Slide 23 - Tekstslide

1. Persbericht
Het is actueel nieuws dat toegespitst is op een doelgroep. Kijk goed naar welke media je het opstuurt (de media die klopt met je doelgroep).

Slide 24 - Tekstslide

2. Persconferentie
• Doe je alleen als je werkelijk iets BELANGRIJKS te vermelden hebt
• Georganiseerd door de PR afdeling
• Het maken van persmappen voor de uitgenodigde pers met alle informatie erin
• Kan op een externe locatie georganiseerd worden

Slide 25 - Tekstslide

3. Persbezoek

• Zal in het bedrijf plaatsvinden
• Dit doe je om iets persoonlijks aan de pers te laten zien (misschien een nieuw idee/ ontwerp van de fabriek/product)
• Of als er een negatieve opinie heerst
• De vakpers wordt hierbij uitgenodigd

Slide 26 - Tekstslide

4. Interview 
• Bespreek de bedoelingen vooraf altijd met de journalist
• Bespreek volgorde en inhoud zodat je je kunt voorbereiden

Slide 27 - Tekstslide

§ 7.4.4 Enkele journalistieke begrippen
Journalistieke begrippen:
• Primeur: Als een journalist ALS EERSTE een belangrijk nieuwfeit publiceert

• Embargo
Dit wil zeggen dat je de journalist verzoekt om het nieuws NIET EERDER dan een bepaald tijdstip te publiceren. (Het is een afspraak tussen journalist en de zender van de boodschap)


Slide 28 - Tekstslide

§ 7.4.4 Enkele journalistieke begrippen
• Off the record
Als iemand tijdens een interview iets wil zeggen en NIET wil dat de journalist dit opschrijft. Een journalist kan dit negeren.

• Auteursrecht
Je kan nooit gebruik maken van andermans producten. Fotografen, vormgevers (designers), schrijvers, illustratoren en componisten zijn tegen betaling bereid om gebruik te laten maken van hun creaties.

Slide 29 - Tekstslide

§ 7.4.4 Enkele journalistieke begrippen
• Free Publicity
Het nieuws dat de pers van bedrijven, instellingen en overheden ontvangt en vermeld ZONDER BETALING. De pers besluit wat en hoeveel hij weergeeft


Voordelen Free publicity:
o Het is gratis
Nadelen Free Publicity:
o Het kan zijn dat de pers maar een gedeelte weergeeft en hierdoor het publiek verkeerd wordt geïnformeerd.

Slide 30 - Tekstslide

vragen
VRAGEN? 

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide