les 1 Duits

1. Deutschstunde
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

1. Deutschstunde

Slide 1 - Tekstslide

timer
2:00
Schrijf zoveel mogelijk woorden op die je al in het Duits kent of kunt zeggen.

Slide 2 - Woordweb

timer
2:00
Schrijf zoveel mogelijk plaatsen op die jij in Duitsland kent.

Slide 3 - Woordweb

timer
2:00
Schrijf op of je denkt dat je Duits moeilijk of juist makkelijk vindt.
Schrijf ook op waarom.

Slide 4 - Woordweb

Als je in Duitsland Nederlands praat verstaan ze je ook wel.
A
Eens
B
Oneens
C
Geen mening
D
Geen idee

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Link

Vind je Duits nog steeds moeilijk/makkelijk. Denk je er anders over?

Slide 7 - Open vraag

Waarom krijgen jullie het vak 'Duits', waarom leren jullie deze taal denk je?

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Video

4

Slide 10 - Video

00:28
Waar denk jij aan bij Duitsland?

Slide 11 - Woordweb

00:39
Welk wereldberoemde Duitse lied hoor je op de achtergrond?
A
39 Luftballons
B
69 Luftballons
C
89 Luftballons
D
99 Luftballons

Slide 12 - Quizvraag

00:53
Welke vooroordelen ken jij over Duitsland?

Slide 13 - Woordweb

01:01
Wat is de hoofdstad van Duitsland

Slide 14 - Open vraag

Hoe kun je jezelf voostellen in het Duits?

(voorbeeld)

Slide 15 - Tekstslide


Wie stellt man sich vor auf Deutsch?
Je begint met een groet: 

Hallo / Guten Tag 


Slide 16 - Tekstslide


Je vertelt hoe je heet
ich bin ...
ich heiße ...
mein Name ist ...

Slide 17 - Tekstslide


Je vertelt hoe oud je bent

ich bin zwölf/dreizehn/vierzehn Jahre alt 

Slide 18 - Tekstslide


Je vertelt waar je woont

Ich wohne in ...

Slide 19 - Tekstslide


Je vertelt waar je vandaan komt

- Ich komme aus den Niederlanden
- Ich bin in den Niederlanden geboren

Slide 20 - Tekstslide


Je vertelt wat je hobby's zijn
1 hobby: mein Hobby ist ....
Meerdere hobby's: meine Hobbys  sind .... 

Slide 21 - Tekstslide


Enkele voorbeelden
Voetbal= Fußball spielen              gamen= Computerspiele spielen
Volleybal= Volleyball spielen       tekenen= zeichnen
Korfbal= Korbball spielen             schilderen= malen 
Tennis= Tennis spielen                   gitaar spelen= Gitarre spielen
Paardrijden= reiten                          piano spelen= Klavier spielen
Lezen= lesen                                       uitgaan= Party machen
schrijven= schreiben   met vrienden afspreken= Freunde treffen


Slide 22 - Tekstslide