- Woordbenoeming: aanwijzende voornaamwoorden en samengestelde zinnen;
- Spelling: Start Thema 5;
- Nieuwsbegrip.
1 / 52
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlands8th Grade
In deze les zitten 52 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Onderdelen in deze les
Les van 8 april
Wat gaan we doen?
- Dictee;
- Woordbenoeming: aanwijzende voornaamwoorden en samengestelde zinnen;
- Spelling: Start Thema 5;
- Nieuwsbegrip.
Slide 1 - Tekstslide
Dictee
We sluiten Thema 4 van spelling af met een dictee.
We doen dat zoals we dat altijd doen: ik lees alles eerst voor en jij typt alle woorden en zinnen en daarna druk je op 'send'.
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Open vraag
Dictee
Bij het dictee horen nog twee andereoefeningen.
Hier komt de eerste:
Welke woorden horen erbij?
Zet het in zowel de tegenwoordige tijd (t.t.) als de verleden tijd (v.t.)
Slide 4 - Tekstslide
kleden Hij ....... (t.t.) Hij ....... (v.t.)
Slide 5 - Open vraag
ontleden Hij ....... (t.t.) Hij ....... (v.t.)
Slide 6 - Open vraag
groeten Hij ....... (t.t.) Hij ....... (v.t.)
Slide 7 - Open vraag
houden Hij ....... (t.t.) Hij ....... (v.t.)
Slide 8 - Open vraag
proeven Hij ....... (t.t.) Hij ....... (v.t.)
Slide 9 - Open vraag
Dictee
Hier komt de tweede oefening:
Welke woord hoort erbij?
Slide 10 - Tekstslide
bonzen Ik heb........
Slide 11 - Open vraag
waxen Ik heb........
Slide 12 - Open vraag
dansen Ik heb........
Slide 13 - Open vraag
ontmoeten Ik heb........
Slide 14 - Open vraag
erkennen Ik heb........
Slide 15 - Open vraag
Woordenschat
We gaan kijken naar de woordenschatwoorden bij de tekst "Word jij onze nieuwe mysteryshopper?"
Slide 16 - Tekstslide
Woordenschat
Ga naar blz. 22 van je nieuwe Taalboek Thema 6 en maak oefening 1.
Slide 17 - Tekstslide
Woordenschat
Ga naar blz. 23 van je nieuwe Taalboek Thema 6 en maak oefening 2.
Slide 18 - Tekstslide
Woordenschat
Welk woord past bij de zin?
Slide 19 - Tekstslide
Zie je sportschoenen die je graag wilt hebben?
A
overschrijden
B
iets van je gading
C
zonder blikken of blozen
Slide 20 - Quizvraag
Na tien jaar werken werd mijn vader directeur.
A
de bonus
B
de opslag
C
de promotie
Slide 21 - Quizvraag
Woordenschat
Maak oefening 3 op blz. 23 verder af.
Slide 22 - Tekstslide
Woordbenoeming
Wat is een aanwijzend voornaamwoord (anvw) ook alweer?
Slide 23 - Tekstslide
Woordbenoeming
Een aanwijzend voornaamwoord (anvw) wijst iets aan?
- deze,
- die,
- dit,
- dat,
- zulke,
- zo’n
Slide 24 - Tekstslide
Woordbenoeming
Welke bank vind je mooier?
Deze hier vooraan of die daar in de hoek?
Welke trui vind je beter bij mij passen: zo’n blauwe of deze witte?
Slide 25 - Tekstslide
Woordbenoeming
Ga naar blz. 7 van je nieuwe Taalboek Thema 6 en maak oefening 1.
Slide 26 - Tekstslide
Woordbenoeming
Maak vervolgens op dezelfde blz. oefening 2.
Slide 27 - Tekstslide
Woordbenoeming
Wat is een samengestelde zin ook alweer?
Slide 28 - Tekstslide
Woordbenoeming
Laten we beginnen met wat een enkelvoudige zin ook alweer is.
Dat is een zin:
- zonder voegwoord
- met maar 1 persoonsvorm (pv)
- en maar 1 onderwerp (ow)
Slide 29 - Tekstslide
Woordbenoeming
Wat is een voegwoord ook alweer?
Een voegwoord plakt twee zinnen aan elkaar:
en, of, want, maar, omdat , terwijl, aangezien etc.
Slide 30 - Tekstslide
Woordbenoeming
Hierbij een voorbeeld van een enkelvoudige zin:
Daan ging vanmorgen trainen in het zwembad
Voegwoord: geen
Pv: ging
Ow: Daan
Slide 31 - Tekstslide
Woordbenoeming
Een samengestelde zin bestaat uit twee zinnen die met elkaar zijn verbonden door:
- een voegwoord
- er zijn dus ook 2 pv's
- en 2 ow's
Slide 32 - Tekstslide
Woordbenoeming
Daan ging vanmorgen trainen in het zwembad, omdat hij graag mee wil doen aan belangrijke wedstrijden.
Wat zijn hier de twee zinnen?
Slide 33 - Tekstslide
Woordbenoeming
Hoofdzin: Daan ging vanmorgen trainen in het zwembad
Bijzin: omdat hij graag mee wil doen aan belangrijke wedstrijden.
Voegwoord: omdat
Pv: ging, mee wil doen
Ow: Daan, hij
Slide 34 - Tekstslide
Woordbenoeming
Ga naar blz. 16 van je nieuwe Taalboek Thema 6 en maak
“eerst proberen” en daarna oefening 1.
Slide 35 - Tekstslide
Spelling
We beginnen nu met Thema 5
Slide 36 - Tekstslide
Klein dictee
We gaan weer even een klein dictee doen. We gaan kijken wat je al weet van dit nieuwe thema (Thema 5). We doen dat zoals we dat altijd doen: ik lees alles eerst voor en jij typt alle en daarna druk je op 'send'.
Slide 37 - Tekstslide
Slide 38 - Open vraag
Spelling
Uitzoeken wat hier nieuw wordt geleerd
Slide 39 - Tekstslide
Nieuwsbegrip
Je hebt de nieuwe tekst gelezen over "De wolf in Nederland".
Wat vond je ervan?
Slide 40 - Tekstslide
Nieuwsbegrip
Heb je alles begrepen?
Waren er in de tekst nog moeilijke woorden?
Slide 41 - Tekstslide
Nieuwsbegrip
We gaan weer verder met de wolf. Er is een nieuw filmpje: