Woordenschat les 3

¿Y tú cómo eres?
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

¿Y tú cómo eres?

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen


  • Aan het einde van de les kunnen de leerlingen vertellen hoe iemand eruit ziet

Slide 2 - Tekstslide

Programma
  • voorkennis activeren 
  • opdrachten maken 
  • presentatie 

Slide 3 - Tekstslide


Kun je iemand beschrijven? 

Slide 4 - Tekstslide

Opdracht 1

Slide 5 - Tekstslide

tiene los ojos...
marrones 
azules 
verdes 

Slide 6 - Tekstslide

tiene el pelo...
liso 
crespo 
rizado
Largo 
Corto 
Gris
Rubio 
Negro 
Corto 
largo 
mediano 

Slide 7 - Tekstslide

Los colores
café
naranjado
amarillo
verde 
azul 
morado 
rosado 
rojo
negro 
gris
blanco

Slide 8 - Tekstslide

opdracht 2 

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 3
  1. La chica lleva una falda muy __________.
  2. Mi abuela tiene el pelo __________ y blanco.
  3. Los __________ de nike están muy de moda.
  4. El chico __________ lleva pantalones largos.
  5. Su vestido __________ es muy bonito.
  6. Mi perro tiene un __________ rojo.
  7. Mi hermano es __________, debería bajar de peso.
  8. La niña __________ tiene ojos azules.
  9. Los __________ cortos son ideales para el verano.
  10. Mi abuelo tiene una __________ larga y blanca.
  11. Los zapatos ________ necesitan ser reemplazados.
  12. El bolso __________ es perfecto para viajar.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Presentatie 


Es / Se llama Pepe
Tiene el pelo castaño 
Tiene los ojos azules
lleva gafas

Slide 12 - Tekstslide

Quizlet
Ga naar Quizlet.live 
vul de code in 
code: MPA - 1RF
of 
scan de QR code 

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Descripciones de personas


físico
carácter 
personalidad
estados de ánimo

Slide 15 - Tekstslide

El adjetivo 
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?


plaats van het bijvoeglijk naamwoord

Slide 16 - Tekstslide

Bijvoeglijke nw die achter het zelfst nw staan.

Alle overige bijvoeglijke naamwoorden die GEEN hoeveelheid aangeven komen áchter het zelfst nw. 
Las casas bonitas, las playas grandes etc.
LET OP: muy  is GEEN bijvoeglijk nw, dit is een bijwoord.
Es un chico muy alto. (Hij is een lange jonge) 
Muy zegt iets over guapo en niet over un chico.

Slide 17 - Tekstslide

Mannelijke vorm
Vrouwelijke vorm
alto
alta
bajo
baja
inteligente
inteligente
azul-
azul-
voor het meervoud voeg een + s toe...
Casa -> Casas
of + es als het woord eindigt met een medeklinker
azul -> azules 

Slide 18 - Tekstslide

Bijv nw: Volgorde in de zin
In Nederlands: 
Staat de bijv nm voor de z.n. 
De rode fiets. 
MAAR in het Spaans is het net omgekeerd. 
De bijv nm komt NA de z.n
El libro rojo




El pelo castaño.
De bruine haar. 
Los ojos azules
De blauwe ojen. 
La chica simpática
Het leuke meisje
Los zapatos rojos
De rode schoenen
La ciudad bonita
De mooie stad 
Las ciudades bonitas
De mooie steden

Het goede boek - El libro bueno
De goede boeken - Los libros buenos

Slide 19 - Tekstslide

Bijv nw: Volgorde in de zin
Bijvoeglijke naamwoorden die te maken hebben met hoeveelheid staan vóór de zelfstandig naamwoord.
Tengo mucho pelo
Tienes muchos pantalones 
Tengo demasiados deberes                     
Compras pocas bananas 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

El pelo rizado
Gafas
Los ojos verdes
Gordo
Calvo
Moreno
Delgado
El pelo liso
Los ojos azules
Bajo - alto

Slide 22 - Sleepvraag

Slide 23 - Tekstslide

ww met klinkerwisseling
 O/U -> ue

Slide 24 - Tekstslide

Bron G - Klinkerwisseling
Cap.2     e --- ie: pensar=denken, empezar=beginnen, perder=verliezen, querer=willen/houden van, preferir=liever willen
Cap.3    o/u --- ue:     poder=kunnen/mogen, contar=vertellen, dormir=slapen, mostrar=laten zien, encontrarse=elkaar ontmoeten, volver=teruggaan, jugar=spelen
Klinker wisselt bij alle personen behalve nosotros & vosotros

Slide 25 - Tekstslide

Klinkerwisseling: o/u > ue
De stamklinker "o" of "u" verandert in "ue" bij alle personen behalve bij nosotros en vosotros. 
  • Stap 1: vind de stam van het werkwoord.
                   Hoe?
  • Stap 2: bepaal welke uitgang erachter moet.
  • Stap 3: vervang de "stam o/u" door "ue" 
AR/ER/IR eraf halen

Slide 26 - Tekstslide


WERKWOORDEN MET KLINKERWISSELING

O / U > UE
  • PODER
  • DORMIR
  • VOLVER
  • JUGAR
  • VOLAR

Slide 27 - Tekstslide

pagina 31
Je kan de uitleg pagina 31.

Slide 28 - Tekstslide

Dormir
slapen
Volver
teruggan
Jugar
spelen
Yo
duermo
vuelvo
juego
duermes
vuelves
juegas
Él/ ella/usted
duerme
vuelve
juega
Nosotros
dormimos
volvimos
jugamos
Vosotros
dormís
volvéis
jugáis
Ellos/ellas/ustedes
duermen
vuelven
juegan
pagina 31
Je kan de uitleg pagina 31.
mostrar, encontrarse, poder en contar

Slide 29 - Tekstslide

El adjetivo

Slide 30 - Tekstslide

Mostrar
laten zien
Encontarse
elkaar ontmoeten
Poder
kunnen/mogen
Contar
vertellen
Yo
muestro
me encuentro
puedo
cuento
muestras
te encuentras
puedes
cuentas
Él/ ella/usted
muestra
se encuentra
puede
cuenta
Nosotros
mostramos
nos encontramos
podemos
contamos
Vosotros
mostráis
os encontráis
podéis
contáis
Ellos/ellas/
ustedes
muestran
se encuentran
pueden
cuentan
pagina 31
Je kan de uitleg pagina 31.

Slide 31 - Tekstslide

Pas de 3 stappen toe.
  1. Yo ________________(poder) venir esta tarde.
  2. Mi hermana _________________(dormir) mucho.
  3. ¿Paco y tú____________________(volver) mañana?.
  4. ¿Tú________________(volar) en avión?
  5. Ajax _______________(jugar) contra Feyenoord.

Slide 32 - Tekstslide

Bron K
1. ¿Practicas algún deporte?
2. ¿Cuántas veces a la semana entrenas?
3. ¿Juegas partidos también?
4. ¿Ganas muchos partidos?
5. ¿Tienes consejos para nosotros?


Frases Clave - Bron K

Slide 33 - Tekstslide