Heffingen door lagere overheden

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
JuridischMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Waarop wordt de onroerendezaakbelasting gebasseerd?
A
Op de WOZ-waarde van de onroerende zaak.
B
Op de verkoopwaarde van de onroerende zaak

Slide 3 - Quizvraag

Wat is een tijdstipbelasting?

Slide 4 - Open vraag

Bram en Gerry hebben het huis op 10 oktober 2017 gekocht van Victor en Marja Reniers. Bram en Gerry zijn eigenaar van het huis geworden op 4 januari 2018. Welk koppel moet de onroerendezaakbelasting over 2018 betalen? Motiveer je antwoord.

Slide 5 - Open vraag

Bezwaar maken tegen een te hoge WOZ-waarde is niet mogelijk, waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Bram en Gerry zijn altijd erg milieubewust geweest. Zij produceren dus erg weinig afval. Zij vragen zich af of zij recht hebben op een lagere afvalstoffenheffing.
Heeft de hoeveelheid afval die zij produceren invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing?

A
Nee. De afvalstoffenheffing wordt bepaald op grond van de gezinsgrootte
B
Ja, afvalstoffenheffing bestaat uit twee delen, een vast en een variabel deel. De variabele kosten worden bepaald door het aantal keren dat inwoners restafval aanbieden.

Slide 8 - Quizvraag

Voor de afvoer van het huishoudelijk afvalwater betaalt men aan de gemeente de afvalstoffenheffing, waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Er zijn nieuwe buren komen wonen in 2021 die zelfs vier honden hebben. De nieuwe buren willen graag weten hoeveel zij aan hondenbelasting verschuldigd zijn.

Slide 10 - Open vraag

Bram en Gerry hebben in 2021 twee honden. Voor de honden moeten Bram en Gerry hondenbelasting betalen. Bereken hoeveel hondenbelasting de gemeente zal heffen.

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Tekstslide

Gerry heeft een baan aangenomen bij café-restaurant De Drie Linden in Molenschot. Haar werkgever klaagt over de zogeheten precariobelasting.
Noem enkele redenen waarom de werkgever van Gerry deze precariobelasting verschuldigd zou kunnen zijn.

A
hij heeft een terras op gemeentegrond
B
hij heeft een luifel boven gemeentegrond
C
hij heeft een uithangbord boven gemeentegrond
D
hij huurt het pand van de gemeente.

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

Zou het café-restaurant waar Gerry werkt ook reclamebelasting verschuldigd zijn voor de folders die de eigenaar bij de plaatselijke winkels laat neerleggen? Motiveer je antwoord.

Slide 15 - Open vraag

Bram heeft een parkeerbon gekregen toen hij zonder te betalen parkeerde om Gerry op te halen bij haar werk.

Is een parkeerbon een strafrechtelijke boete? Ja / Nee + toelichting

Slide 16 - Open vraag


Uit welke twee                        componenten
      bestaat                                      een parkeerbon?

Slide 17 - Open vraag

Het betalen van parkeergeld is een vorm van een gemeentelijke belasting, waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Tekstslide

Bij verblijf in een andere gemeente dan waar men officieel woont, is toeristenbelasting verschuldigd, waar of niet waar?
A
Waar, indien langer dan 90 dagen
B
Niet waar
C
Waar, indien korter dan 90 dagen

Slide 20 - Quizvraag

Als men meer dan zestig keer in één jaar overnacht in een andere gemeente, is forensenbelasting verschuldigd, waar of niet waar?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

Zou je kwijtschelding kunnen krijgen voor hondenbelasting?
A
Ja
B
Nee

Slide 23 - Quizvraag

Slide 24 - Tekstslide

Krijgt iemand met een goed pensioen kwijtschelding voor de afvalstofheffing?
Ja / Nee + toelichting

Slide 25 - Open vraag

1

Slide 26 - Video

02:10
Waarom betaalt een buurman die alleen woont minder waterschapsbelasting dan een gezin?

Slide 27 - Open vraag

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide