H6 - Nederland en de Wereld


Hoofdstuk 4
Criminaliteit
Nederland is een rechtsstaat
4e jaars:
 lezen van H4 :

Opdracht: Vat de 4 Kenmerken van een rechtsstaat samen
1 / 97
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 97 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 12 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les


Hoofdstuk 4
Criminaliteit
Nederland is een rechtsstaat
4e jaars:
 lezen van H4 :

Opdracht: Vat de 4 Kenmerken van een rechtsstaat samen

Slide 1 - Tekstslide

H6 - Nederland en de Wereld

Slide 2 - Tekstslide

In deze les leer je:
  • Voorbeelden te geven van globalisering
  • Voor- en nadelen noemen van globalisering
  • uit te leggen wat een wereldburger is

Slide 3 - Tekstslide

Op welke manier merken wij dagelijks de invloed van de rest van de wereld?

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Video

Zet de uitspraken hierna voor jezelf in volgorde van belangrijkheid.
Zeer belangrijk
Belangrijk
Neutraal
Onbelangrijk
Zeer onbelangrijk
Ik voel me vooral een wereldburger
Ik voel me vooral een Nederlander
Ik voel me vooral Europeaan
In voel me een inwoner van mijn eigen woonplaats

Slide 6 - Sleepvraag

Wanneer ben je een wereldburger?
A
Als je meer dan één nationaliteit hebt
B
Als je op meer dan 2 continenten bent geweest
C
Als je op meer dan 2 continenten hebt gewoond
D
Als je geïnteresseerd bent en betrokken voelt bij de wereld

Slide 7 - Quizvraag

Wat is globalisering?
A
dat de welvaart stijgt
B
proces dat gebieden op aarde meer verbonden raken
C
dat mensen meer inkomsten krijgen.
D
De welzijnsgraad gaat omhoog

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Geef een voordeel en een nadeel dat wij nu verre reizen kunnen maken

Slide 14 - Open vraag

Slide 15 - Tekstslide

Wat is migratie?
A
verhuizen naar een andere plaats
B
afscheiding van groepen
C
Werken op een andere plaats
D
vluchten voor een natuurramp

Slide 16 - Quizvraag

Wat is 'asiel'?
A
in een ander land bescherming vragen
B
een huis voor oudere mensen
C
in een ander land gaan wonen
D
zo noem je je eigen huis

Slide 17 - Quizvraag

economische migratie
sociale migratie
ecologische migratie
politieke migratie

Slide 18 - Sleepvraag

Wat is een vluchteling?
A
Een gelukszoeker
B
Iemand die vertrekt uit zijn/haar eigen land omdat het daar niet veilig is
C
Iemand die vertrekt uit zijn/haar eigen land om ergens anders werk te vinden

Slide 19 - Quizvraag

Wat zijn de verenigde naties
A
organisatie voor vrede veiligheid en samenwerking
B
Een organisatie die voor vrede samenwerking en handel staat
C
Een organisatie die oorlog veroorzaakt
D
Een organisatie die voor vrede handel en wetten zorgt

Slide 20 - Quizvraag

Wat is terrorisme?
A
Geweld gebruiken om mensen te straffen voor het niet naleven van de regels
B
Nutteloos geweld gebruiken
C
Geweld gebruiken voor tijdverdrijf
D
Geweld gebruiken om een politiek doel te bereiken

Slide 21 - Quizvraag

Wat zijn illegalen ?
A
Mensen die uit andere landen komen
B
Mensen die buiten de EU vandaan komen
C
Mensen die uit andere landen komen zonder asielstatus
D
Mensen die asiel hebben aangevraagd

Slide 22 - Quizvraag

Wat is de Europese Unie?
A
De munt eenheid waar wij mee betalen.
B
Een organisatie van 27 Europese landen die nauw met elkaar samen werken.
C
Alle landen van de wereld die samen werken voor handel.
D
Nederland, België en Luxemburg

Slide 23 - Quizvraag

Wat is soevereiniteit?
A
De vrijheid om zelfstandig het eigen land te kunnen besturen
B
Het recht om zelf, maar met hulp van een Europees land, het eigen land te kunnen besturen

Slide 24 - Quizvraag

Wat zijn NGO's (niet-gouvernementele organisaties)?
A
Overheidsorganisaties
B
Maatschappelijke organisaties zonder commercieel belang
C
Economische organisaties met een commercieel belang
D
Organisaties waarin verschillende landen met elkaar overleggen

Slide 25 - Quizvraag

De NAVO wordt opgericht door de Westerse landen. Wat doet de NAVO?
A
Dit houdt in dat de landen met elkaar samenwerken qua economie
B
Dit houdt in dat de landen met elkaar 24/7 contact houden over de Russen
C
Dit houdt in dat elk NAVO-land zich aan de NAVO-wet moet houden
D
Dit houdt in dat als je een NAVO-land aanvalt je elk NAVO-land aanvalt

Slide 26 - Quizvraag

Benoem welke problemen "grensoverstijgend" zijn.

Slide 27 - Open vraag

Culturele globalisering
Politieke globalisering
Economische globalisering

Slide 28 - Sleepvraag

5

Slide 29 - Video

Vier kenmerken van de rechtsstaat
1. Rechtsgelijkheid
2. Grondrechten
3. Machtenscheiding
4. Legaliteitbeginsel

In de volgende dia's legen we dit uit...  

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Slide 33 - Video

Welke elementen van de rechtsstaat herken je in het filmpje en de toespraak van Amalia?

Slide 34 - Open vraag

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Gezichtsherkenning: handig of een gevaar?

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

Voel jij je veiliger als je weet dat de politie gebruik kan maken van gezichtsherkenning om criminelen op te pakken?
A
Veiliger
B
Niet veiliger

Slide 39 - Quizvraag

§2.1 Vrijheid of veiligheid?
  1. Kenmerken rechtsstaat
  2. Hoe machtssoevereiniteit bijdraagt aan orde en veiligheid
  3. Het dilemma van de rechtsstaat

Slide 40 - Tekstslide


Wat is een rechtsstaat?

Slide 41 - Open vraag

Slide 42 - Tekstslide

10.000 mensen al vermoord wegens 'war of drugs' - RTL LATE NIGHT
Vraag 1
In een rechtsstaat moet de overheid zorgen voor rechtshandhaving en rechtsbescherming. Leg uit dat de overheid in de Filipijnen door het besluit van president Duterte hier niet voor zorgt. Gebruik een voorbeeld uit het fragment in je antwoord. 
Schrijf het antwoord in je schrift. 

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Video

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Vraag 2
Leg uit dat de overheid in de Filipijnen door het besluit van president Duterte de veiligheid van haar burgers niet kan garanderen. Gebruik het begrip ‘geweldsmonopolie’ in je antwoord.
Schrijf het antwoord in je schrift.

Slide 47 - Tekstslide

Wat mag wel en niet in een rechtsstaat?
Er volgen 13 situaties. Mag dit in een rechtsstaat? Wat denk jij?
GROEN = JA
ROOD = NEE
GRIJS = SOMS 

Slide 48 - Tekstslide

1. Protesteren met een grote groep mensen
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 49 - Quizvraag

2. Beledigingen roepen naar de politie
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 50 - Quizvraag

3. Een afspraak maken met een Kamerlid om je mening te geven
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 51 - Quizvraag

4. Een eigen politieke partij oprichten met standpunten die mensen uitsluiten
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 52 - Quizvraag

5. Stemmen op een partij met een extreme mening
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 53 - Quizvraag

6. Rechters die ook gemeenteraadslid zijn
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 54 - Quizvraag

7. Een minister die een wetsvoorstel doet, mag deze ook uitvoeren
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 55 - Quizvraag

8. De telefoon van iemand afluisteren als deze persoon een gevaar kan zijn voor de samenleving
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 56 - Quizvraag

9. Een verdachte een hogere straf geven omdat deze christelijk is
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 57 - Quizvraag

10. Een bijeenkomst organiseren met mensen van hetzelfde geloof
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 58 - Quizvraag

11. Politie die een bijeenkomst beëindigt
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 59 - Quizvraag

12. Een aanslag plegen omdat je vindt dat je grondrecht ‘vrijheid van religie’ wordt aangetast
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 60 - Quizvraag

13. De minister-president die een rechter ontslaat vanwege zijn of haar oordeel in de rechtszaal
A
GROEN
B
ROOD
C
GRIJS

Slide 61 - Quizvraag

Slide 62 - Tekstslide

TRIAS POLITICA
GRONDRECHTEN
LEGALITEITSBEGINSEL
wetgevende macht stelt wetten vast
uitvoerende macht spoort verdachten op en besluit tot vervolging
onafhankelijke rechtsprekende macht oordeelt over  schuld en bepaalt de straf
recht op eerlijk proces
onschuldpresumptie
recht op hoger beroep en cassatie
zwijgrecht
recht op een advocaat
maximumstraf is wettelijk vastgelegd
strafprocedure is gebonden aan wettelijke voorschriften
opsporingsbevoegdheden zijn wettelijk aan grenzen verbonden
ne bis in idem-regel
geen straf zonder schuld
verjaringstermijn is wettelijk vastgelegd

Slide 63 - Sleepvraag

Slide 64 - Video

Dilemma v/d rechtsstaat

Slide 65 - Tekstslide

Opdrachten §2.1

  1. Maak vraag 8 t/m 11 blz. 76-77

Slide 66 - Tekstslide

De grondwet
Scheiding der 3 machten
Nederland is een rechtsstaat. In een rechtsstaat is er scheiding der 3 machten:

1. Wetgevende macht (maken wetten)
Regering, Tweede kamer en Eerste Kamer

2. Uitvoerende macht (dagelijks bestuur)
Regering

3. Rechterlijke macht (rechtspraak)
Onafhankelijke rechters

Slide 67 - Tekstslide

Slide 68 - Tekstslide

Deze les
- Terugblik P1
- Uitleg rechtsstaat
- Zelf aan de slag!

Slide 69 - Tekstslide

Leerdoel
Na deze les weet je wat een rechtsstaat is en welke vier kenmerken een rechtsstaat heeft.

Slide 70 - Tekstslide

Nederland is een rechtsstaat
Een rechtsstaat is een staat waarin vrijheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor de burger heel belangrijk zijn. Bovendien geniet de burger bescherming van zijn rechten en vrijheden, tegen medeburgers én tegen de overheid.

Slide 71 - Tekstslide

De kern van de rechtsstaat
Het allerbelangrijkst is dat burgers worden beschermd tegen té veel macht van de overheid. 

De overheid heeft namelijk best wat macht: ze bedenken wetten en voeren ze uit.

Slide 72 - Tekstslide

Vier kenmerken van de rechtsstaat
1. Rechtsgelijkheid
2. Grondrechten
3. Machtenscheiding
4. Legaliteitbeginsel

In de volgende dia's legen we dit uit...  

Slide 73 - Tekstslide

Slide 74 - Tekstslide

Vier kenmerken van de rechtsstaat
1. Rechtsgelijkheid

Dit betekent dat iedereen in Nederland voor de wet gelijk is. Iedereen heeft dus recht opeen gelijke behandeling door de overheid, de politie en de rechter, ongeacht jouw geslacht, afkomst, geloof, seksuele voorkeur of politieke voorkeur.

Slide 75 - Tekstslide

Slide 76 - Video

Vier kenmerken van de rechtsstaat
2. Grondrechten



Hoofdstuk 1 van de grondwet. Alle burgers hebben grondrechten.. Hierdoor wordt de macht van de overheid dus niet té groot.


Grondrechten voorbeelden:
Vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid, vrijheid van vereniging en demonstratie, en kiesrecht. 

Slide 77 - Tekstslide

Klassieke grondrechten
Bieden de burgers met name bescherming tegen de overheid, zoals het recht van vrije meningsuiting.

Slide 78 - Tekstslide

Sociale grondrechten
Leggen opdrachten voor de overheid vast om voorzieningen te treffen voor het maatschappelijk functioneren van de burger, zoals de zorg van de overheid voor de bescherming van het milieu.

Slide 79 - Tekstslide

Klassiek- of
sociaal grondrecht?
A
Klassiek grondrecht
B
Sociaal grondrecht

Slide 80 - Quizvraag

Klassiek- of
sociaal grondrecht?
A
Klassiek grondrecht
B
Sociaal grondrecht

Slide 81 - Quizvraag

Klassiek-
of sociaal grondrecht?
A
Klassiek grondrecht
B
Sociaal grondrecht

Slide 82 - Quizvraag

Slide 83 - Video

Vier kenmerken van de rechtsstaat
3. Machtenscheiding

In Nederland is er niet één groep mensen met alle macht. De macht is namelijk gescheiden en over drie groepen mensen verdeeld. Rechters zijn bijvoorbeeld onafhankelijk van de overheid, want rechters beoordelen zelf of verdachten schuldig zijn of niet. De overheid mag jou dus niet zonder rechtszaak in de gevangenis zetten. Op deze manier heeft de overheid niet alle macht





Slide 84 - Tekstslide

Montesquieu: Trias Politica

Slide 85 - Tekstslide

Slide 86 - Video

De Trias Politica: machtenscheiding

Slide 87 - Tekstslide

Vier kenmerken van de rechtsstaat
4. Legaliteitbeginsel



Het legaliteitsbeginsel betekent dat alles wat de overheid doet, gebaseerd moet zijn opeen wet. Op deze manier heb je rechtszekerheid: de zekerheid dat je wordt behandeld volgens de wet. 
Je kunt dus alléén ergens voor gestraft worden, als in de wet staat dat je daarvoor gestraft kunt worden. Ook de maximumstraf die een rechter kan opleggen, staat in de wet. Een hogere straf kan nooit gegeven worden.

Slide 88 - Tekstslide

Slide 89 - Tekstslide

Rechtsstaat of niet
Vul het werkblad in met de kennis van deze les. Benoem kort waarom het wel of geen rechtsstaat is.

Slide 90 - Tekstslide

Hebben alle landen een rechtsstaat?
A
Ja
B
Nee
C
Weet ik niet

Slide 91 - Quizvraag

Slide 92 - Video

Landen zonder rechtsstaat?

Slide 93 - Woordweb

De rechtsstaat wereldwijd

Slide 94 - Tekstslide

Slide 95 - Video

Landen onderzoek 
Wat? Kies een land en vul het werkblad in. Je gaat kijken of dat land een rechtsstaat is
Hoe? Je gebruikt je laptop voor onderzoek
Uitkomst? Een ingevuld werkblad
Klaar? Ga verder met je voorblad

Slide 96 - Tekstslide

Slide 97 - Link