C3 repaso gramática unidad 4

Repaso gramática unidad 4
El subjuntivo 
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Repaso gramática unidad 4
El subjuntivo 

Slide 1 - Tekstslide

1. wens / gevoel / noodzaak 
1. Indicativo (infinitivo): het onderwerp in de hoofdzin en bijzin is hetzelfde.
- Espero (yo) ganar (yo) mucho dinero.
- Queremos (nosotros) comer (nosotros).
2. Subjuntivo: het onderwerp in de hoofdzin en bijzin is NIET hetzelfde.
- Espero (yo) que ganes (tú) mucho dinero.
- Quiero (yo) que comáis (vosotros).
Een wens kan je ook uitdrukken door de volgende constructie te gebruiken:
Ojalá ganes mucho dinero - ojalá + subjuntivo (altijd!)

Slide 2 - Tekstslide

subjuntivo: entender (ie) - tú

Slide 3 - Open vraag

estar - ellos

Slide 4 - Open vraag

trabajar - vosotros

Slide 5 - Open vraag

decir - yo

Slide 6 - Open vraag

escribir - ellos

Slide 7 - Open vraag

dormir - tú

Slide 8 - Open vraag

venir - ustedes

Slide 9 - Open vraag

ser - vosotros

Slide 10 - Open vraag

2. een doel uitdrukken
1. het onderwerp in de hoofdzin en bijzin is hetzelfde:
para + indicativo (infinitivo)
- Estudio (yo) para aprobar (yo) los examenes.
2. het onderwerp in de hoofdzin en bijzin is NIET hetzelfde:
para que + subjuntivo
- Te llamo (yo) para que no olvides (tú) hacer la compra
Let op: para qué (= vragend voornaamwoord) altijd met indicativo!

Slide 11 - Tekstslide

1. Estudio para ... (aprobar (ue)-yo) los exámenes.

Slide 12 - Open vraag

2. Espero ... (recibir - yo) una respuesta.

Slide 13 - Open vraag

3. Quiero que me ... (comprar-tú) ese libro.

Slide 14 - Open vraag

4. Necesita ... (sacar- él) una nota buena.

Slide 15 - Open vraag

Necesito que ... (hacer-él) ese pedido antes de las cinco.

Slide 16 - Open vraag

Lee la gramatica de los verbos regulares e irregulares de la pag. 50 .
Hacer los ejercicios  4 (del 5 al 11) Ejemplo: Mi hermano está estudiando mucho. Espero (aprobar) sus examenes.  
apruebe
Ejercicio 6 Ejemplo:  A maria le gustan los animales (padres/regalar/perro) Maria quiere/espera que sus padres le regalen un perro.
Ejercicio 7: Drie zinnen schrijfven wat je wilt dat jouw vrienden voor jou gaan doen als je jarig bent.

Slide 17 - Tekstslide

Aqui las respuestas

Slide 18 - Open vraag

Audición Ejercicio 1, 2 y 3 pag. 53

Slide 19 - Tekstslide