RO Levensloop 2.12 t/m 2.21

Programma 1 december 2023
  • Terugblik ( quiz)
  • Lesdoelen
  • Theorie en aan de slag
  • Terugblik
  • einde les
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Programma 1 december 2023
  • Terugblik ( quiz)
  • Lesdoelen
  • Theorie en aan de slag
  • Terugblik
  • einde les

Slide 1 - Tekstslide

Bestrijden van averechtse selectie is niet:
A
Collectieve dwang
B
Premiedifferentiatie
C
Bonus-malusregeling
D
Consumenten gedrag

Slide 2 - Quizvraag

Wat is asymmetrische informatie bij verzekeringen?
A
verzekeraar weet meer dan de verzekerde
B
verzekerde weet meer dan de verzekeraar
C
er is geen informatie
D
verzekerde weet evenveel als de verzekeraar

Slide 3 - Quizvraag

De verzekeraar weet niet of de verzekerde het vragenformulier juist heeft ingevuld. Dit is een vorm van:
A
Asymmetrische informatie
B
risico-aversie
C
Averechtse selectie
D
Averechtse informatie

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het resultaat van averechtse selectie als gevolg van asymmetrische informatie?
A
alleen de slechte risico's blijven over
B
alleen de goede risico's blijven over
C
niemand wordt meer verzekerd
D
verzekeraar kiest de verzekerde

Slide 5 - Quizvraag

Eigen risico zorgt voor:
A
Meer moreel wangedrag
B
Meer averechtse selectie
C
Minder moreel wangedrag
D
Minder averechtse selectie

Slide 6 - Quizvraag

Wat is Moral Hazard?
A
een rare gewoonte
B
Een moreel dilemma
C
Je pleegt verzekeringsfraude
D
verzekerde wordt minder voorzichtig

Slide 7 - Quizvraag

Wat is de invloed van een eigen risico op de risico's en premie?
A
risico verzekerde hoger, premie lager
B
risico verzekeraar hoger, premie hoger
C
risico verzekerde hoger, premie hoger
D
risico verzekeraar lager, premie lager

Slide 8 - Quizvraag

Averechtse selectie
  • Goede vs slechte risico's
  • Goede risico's: mensen die weinig schade claimen
  • Slechte risico's: mensen die veel schade claimen
  • Slechte risico's verhogen de premie, goede risico's verlagen de premie. 

Slide 9 - Tekstslide

Averechtse selectie
  • De goede risico's vinden de premie te hoog worden en stoppen met de verzekering.
  • Wat is het gevolg voor de premie?
  • De premie gaat nog verder omhoog, want minder mensen die alleen premie betalen en geen schade claimen. 
  • Wat is het gevolg?
  • Steeds meer mensen vinden de premie niet meer opwegen te het risico en gaan ook weg. 

Slide 10 - Tekstslide

Hoe zou je averechtse selectie tegen kunnen gaan?

Slide 11 - Open vraag

Averechtse selectie bestrijden
Optie 1: 
  • Premiedifferentiatie toepassen. 
  • Verschillende groepen krijgen verschillende premies. 
  • Bepalen door bijvoorbeeld: vragenlijsten, woonplaats, leeftijd, aantal schades in het verleden. 
  • Doel: slechte risico's betalen een hogere premie en goede risico's betalen een lagere premie. 

Slide 12 - Tekstslide

Bonus malus regeling
Is een vorm van premiedifferentiatie. 
Voorkomt dus ook averechtse selectie

Slide 13 - Tekstslide

Averechtse selectie bestrijden
Optie 2: 
  • Vrijwillig eigen risico toepassen
  • Eigen risico: Dan moet je het eerste deel van een schade zelf betalen
  • Goede risico's zullen een hoog eigen risico instellen in ruil voor lagere premie. 

Slide 14 - Tekstslide

Averechtse selectie bestrijden
Optie 3: 
  • De overheid stelt de verzekering verplicht.
  • Welke 2 particuliere verzekeringen zijn verplicht?
  1. Zorgverzekering
  2. WA verzekering motorvoertuigen

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Moral hazard
In het Nederlands: moreel wangedrag

Wanneer mensen zich roekelozer gaan gedragen omdat ze toch wel verzekerd zijn en niet zelf hoeven op te draaien voor de schade. 

Slide 17 - Tekstslide

Op welke manier zou je moreel wangedrag tegen kunnen gaan?

Slide 18 - Open vraag

Moreel wangedrag voorkomen
  1. Eigen risico: het deel van de schade dat de verzekerde zelf moet betalen
  2. Bonus-malus systeem: des te vaker je een schade claimt, des te minder korting / meer opslag je krijgt op de basispremie (malus). Als je juist geen schades claimt, krijg je extra korting (bonus).
  3. Uitsluiten: bepaalde soorten schade gedeeltelijk of geheel uitsluiten van vergoeding
  4. Maximumvergoeding: de schade wordt tot een bepaald maximum vergoed, de rest betaalt de verzekerde zelf

Slide 19 - Tekstslide

Ik begrijp asymmetrische informatie
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 20 - Poll

Ik begrijp averechtse selectie
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 21 - Poll

Ik begrijp moral hazard
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 22 - Poll

Vandaag
Principaal agent-probleem
Collectieve verzekeringen
Zorgverzekering

Slide 23 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Begrijpen hoe het principaal agent probleem wordt veroorzaakt
  • oplossingen kunnen aandragen om principaal agent probleem op te lossen
  • verschillende maatregelen kunnen benoemen Averechtse selectie en Moral hazard te kunnen tegengaan
  • begrijpen hoe een collectieve verzekering Averechtse selectie tegengaat
  • twee voorbeelden kunnen noemen van een collectieve verzekering

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Let bij elk principaal-agent probleem op drie elementen:
1. Wie huurt wie in:
   wie is de principaal en wie de agent?
2. Eigenbelang:
    waarin hebben de twee partijen een
    (conflicterend) belang/doel?
3. Asymmetrische informatie:
    op welke wijze heeft de agent meer 
    informatie dan de principaal? 
Principaal-agent probleem:

Slide 26 - Tekstslide

Principaal-agent probleem

Slide 27 - Tekstslide

Bedenk een voorbeeld van een agent-principaalrelatie hier op school. Wie is de agent en wie de principaal?

Slide 28 - Open vraag

Twee beweringen.
1. In een principaal-agentrelatie heeft de principaal meer informatie dan de agent.
2. Een mogelijke oplossing voor het principaal-agent probleem is een variabele beloning voor de agent.


A
Beide zijn goed
B
1 is goed en 2 is fout
C
1 is fout en 2 is goed
D
Beide zijn fout

Slide 29 - Quizvraag

Bij een baas en zijn werknemer kan een principaal-agent probleem ontstaan. Wie is de principaal?
A
De baas
B
De werknemer

Slide 30 - Quizvraag

Slide 31 - Tekstslide

Principaal
Agent
Asymmetrische informatie
Tegengestelde belangen
Docent
Docent heeft meer info over kwaliteit werk
Rector heeft meer info over kwaliteit werk
Rector
Docent wil luieren en rector wil goed werk
Docent wil veel geld en rector wil weinig betalen

Slide 32 - Sleepvraag

Een principaal-agent probleem kan op twee manieren worden opgelost:
I    Zorg ervoor dat de agent hetzelfde belang krijgt als de principaal
     --> bijv. prikkelcontracten (= contracten die ervoor zorgen dat de
           principaal en de agent dezelfde doelstellingen hebben)
II   Verminder de asymmetrische informatie
      --> als de principaal meer informatie heeft, kan de agent minder
            goed zijn eigenbelang nastreven
      --> bijv. benchmarks (= de gemiddelde prestatie van vergelijkbare
            agenten) of een second opinion (= de mening over de prestatie
            van de agent door een andere agent)
Principaal-agent probleem:

Slide 33 - Tekstslide

Collectieve verzekeringen
  • Verzekeringen die voor iedereen verplicht zijn. Dus geen averechtse selectie. 
  •  De premie is niet afhankelijk van het risico, maar van het inkomen. 
  • Solidariteit is erg belangrijk!
  • Volksverzekeringen: voor iedereen en betaald door iedereen (AOW, WLZ, kinderbijslag)
  • Werknemersverzekering: voor en  door werknemers (WW, ZW en WIA)

Slide 34 - Tekstslide

Collectieve verzekeringen
De sociale verzekeringen in Nederland zijn allemaal collectieve verzekeringen. 
Het kenmerk van collectieve verzekeringen is dat je niet vrij bent om je wel of niet te verzekeren
De overheid dwingt iedereen via de wet tot deelname.

Slide 35 - Tekstslide

Collectieve verzekeringen

Slide 36 - Tekstslide

Zorgverzekering(swet)
Ouder dan 18 jaar verplicht een (basis) zorgverzekering

Acceptatieplicht: Zorgverzekeraars verplicht om  alle mensen te accepteren 

Zorgplicht: Verzekerden moeten toegang krijgen tot betaalbare en kwalitatief goede zorg. 



Slide 37 - Tekstslide

Zorgverzekering
  • Particuliere verzekering die voor iedereen verplicht is. 
  • Basispakket dat is bepaald door de overheid. 
  • Acceptatieplicht voor het basispakket
  • Aanvullende zorg kan je zelf voor kiezen, bijvoorbeeld fysiotherapie of tandzorg. 

Slide 38 - Tekstslide

Een verzekering die niet verplicht is en voor een groep mensen is, heet:
A
Volksverzekering
B
Werknemersverzekering
C
Collectieve verzekering
D
Particuliere verzekering

Slide 39 - Quizvraag

Aanvullende zorgverzekeringen (zoals extra fysio, bril, tandarts) zitten niet in het basispakket en vallen onder..
A
collectieve verzekeringen
B
bonus/ malus systeem
C
particuliere verzekeringen
D
solidariteitsbeginsel

Slide 40 - Quizvraag

Een verzekering voor de wettelijke aansprakelijkheid van automobilisten heeft te maken met een gemiddelde schade van ‚ā¨ 3.000 per gebeurtenis. De verzekeringsmaatschappij heeft 40.000 verzekerden. Per jaar claimt slechts 1 op de 20 verzekerden een schade. Ga er bij de berekeningen van uit dat de maatschappij zelf niets verdient.
Hoe hoog moet de premie per jaar zijn om deze kosten te dekken?
A
‚ā¨ 3.000
B
‚ā¨ 150
C
‚ā¨ 300
D
‚ā¨ 1.500

Slide 41 - Quizvraag

Lesdoelen
  • Begrijpen hoe het principaal agent probleem wordt veroorzaakt
  • oplossingen kunnen aandragen om principaal agent probleem op te lossen
  • verschillende maatregelen kunnen benoemen Averechtse selectie en Moral hazard te kunnen tegengaan
  • begrijpen hoe een collectieve verzekering Averechtse selectie tegengaat
  • twee voorbeelden kunnen noemen van een collectieve verzekering

Slide 42 - Tekstslide

Aan de slag
Maken 2.16 t/m eind
Zachtjes overleggen! / Aan docent vragen
Klaar? Nakijken
Niet af? Huiswerk!


Slide 43 - Tekstslide