Thema 6: Farmacologie en dringende medische hulpverlening hoofdstuk 9: geneesmiddelen bij het hormonaal stelsel

Thema 6: Farmacologie en dringende medische hulpverlening

Hoofdstuk 9: geneesmiddelen bij het hormonaal stelsel

Sylvester Vanden Eede

21/04/2026

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerpleegkundeHoger onderwijsStudiejaar 3

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Thema 6: Farmacologie en dringende medische hulpverlening

Hoofdstuk 9: geneesmiddelen bij het hormonaal stelsel

Sylvester Vanden Eede

21/04/2026

Deze slide heeft geen instructies

9.1 Corticosteroïden

  • Onderdrukken ontstekingsreacties

  • Auto-immuun ziekten of inflammatoire ziekten bijv. Crohn, reuma, astma...

  • Immunosuppressie na transplantatie

  • Bijv. Medrol, Solu-cortef

Deze slide heeft geen instructies

9.1 Corticosteroïden

Nevenwerkingen

  • Slapeloosheid

  • Depressie

  • Oedeem

  • Huidatrofie

  • Hyperglycemie

  • ...

Deze slide heeft geen instructies

9.2 Geneesmiddelen bij diabetes

Probleem:

Te hoge bloedsuiker

Behandeling:

  • Dieet

  • Medicatie

Deze slide heeft geen instructies

9.2.1 Orale antidiabetica

Behandeling diabetes: 4 peilers:

  1. Beweging

  2. Educatie

  3. Dieet

  4. Medicatie:

    1. De metformines

    2. Sulfamiden

    3. Gliniden

    4. Incretines

    5. SGLT-2 inhibitoren: per oraal

Medicatie is de laatste optie! Eerst zal geprobeerd worden om de levensstijl aan te passen!

9.2.1.1 De metformines

  • Verbetert gevoeligheid voor insuline

  • Eerste keuze therapie bij DM2

Voordelen:

  • Geen hypoglycemie

  • Geen gewichtstoename

Nadelen:

  • Maag-darmstoornissen (misselijkheid, maagpijn, metaalsmaak, flatulentie, diarree...)

  • Niet innemen indien NI

Deze slide heeft geen instructies

9.2.1.1 De metformines

Deze slide heeft geen instructies

9.2.1.2 Sulfamiden

  • Stimuleren insulinesecretie ter hoogte van de bètacellen van de eilandjes van langerhans in de pancreas

  • Opgestart indien onvoldoende effect met Metformines

Nadelen:

  • Hypoglycemie

  • Gewichtstoename

  • Interacties met andere medicijnen bijv. corticosteroïden

Deze slide heeft geen instructies

9.2.1.2 Sulfamiden

Deze slide heeft geen instructies

9.2.1.3 Gliniden

  • Stimuleren eigen insulineproductie

  • Snel- en kortwerkend ==> enkel innemen bij maaltijd

Voordelen:

  • Geen interacties met andere medicijnen

  • Lager risico op hypoglycemie

  • Minder gewichtstoename

Deze slide heeft geen instructies

9.2.1.4 Incretines

  • Natuurlijke hormonen in de darm die actief zijn bij voedselpassage

  • Hebben effect op:

    • Bètacellen van de pancreas (meer insulineproductie)

    • De alfacellen (minder glucagonproductie)

    • Verzadigingsgevoel

  • Kortwerkend door afbraak (darmenzymen)

  • DM2: minder productie van deze hormonen en minder insulineafgifte ==> dus enkel bij DM2 voorgeschreven

  • Alternatief voor insuline

Deze slide heeft geen instructies

9.2.1.4 Incretines

Voordeel:

  • Geen hypoglycemie

Nadeel:

  • Kostprijs ==> DUUR

Deze slide heeft geen instructies

9.2.1.4 Incretines

Twee klassen:

Incretine mimetica (GLP1-analogen): subcutaan

  • Bootsen de werking van de menselijke incretines na

    • Zelden hypoglycemie

    • Gewichtsverlies

Deze slide heeft geen instructies

9.2.1.4 Incretines

Twee klassen:

DPP-4 remmers: per os

  • Enzyme DPP4 blokkeert aanmaak incretines

    • Geen hypogevaar

Deze slide heeft geen instructies

9.2.1.5 SGLT-2 inhibitoren: per oraal

  • Werken op de nieren

  • Glucose wordt uitgescheiden met de urine

Nadeel:

  • UWI

Deze slide heeft geen instructies

9.2.2 Insulines

  • Snelle evolutie de laatste jaren

    • Snelwerkend

    • Intermediair

    • Mengsels snelwerkend en intermediair

    • Ultrakortwerkend

    • Langwerkend

Deze slide heeft geen instructies

9.2.2.1 Snelwerkende insulines

  • Werking 20' na toediening

  • Piek werking na 1u à 1u30

  • Toediening vlak voor maaltijd

Deze slide heeft geen instructies

9.2.3 Intermediair werkende insulines

  • Middellangwerkend

  • Werkingsduur: tussen de snelle maaltijd insuline en de ultralangwerkende insuline

Deze slide heeft geen instructies

9.2.3.1 Mengsels van kort- en intermediair werkende insuline

Mengsels in verschillende verhoudingen van snelle en intermediair werkende insuline

Deze slide heeft geen instructies

9.2.3.2 Ultrakortwerkende insuline

Insuline spuiten = ETEN

Deze slide heeft geen instructies

9.2.3.3 Langwerkende insuline

  • Bereiken geen piek

  • Voorziet basale insulinebehoefte

  • Wordt gecombineerd met maaltijdinsuline of orale medicatie

  • Begint 1u30 tot 2u na inspuiten met werken

  • Meestal om de nacht te overbruggen

Deze slide heeft geen instructies