Toetsvragen mens en activiteit

Wat is een subjectieve mening?
A
een mening gebaseerd op feiten
B
een mening die achteraf gegeven wordt
C
een mening die je voor jezelf houdt
D
een mening met een persoonlijk oordeel
1 / 24
volgende
Slide 1: Quizvraag
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Wat is een subjectieve mening?
A
een mening gebaseerd op feiten
B
een mening die achteraf gegeven wordt
C
een mening die je voor jezelf houdt
D
een mening met een persoonlijk oordeel

Slide 1 - Quizvraag

Ruis
Storing in communicatie
A
Juist
B
Onjuist

Slide 2 - Quizvraag

Non-verbale communicatie
A
Hard op praten en met verschillende gezichtsuitdrukking
B
Geen woorden gebruiken maar je lichaamshouding en gezichtsuitdrukking
C
Geen woorden gebruiken maar ignoreren
D
Fluisteren

Slide 3 - Quizvraag

Verbale communicatie
A
Dit is door middel van geen woorden te gebruiken
B
Dit is door middel van je handen te gebruiken
C
Dit is door middel van observeren
D
Dit is door middel van gesproken of geschreven woorden

Slide 4 - Quizvraag

Zelfredzaamheid

Slide 5 - Woordweb

Wat is zelfregie
A
zelf bepalen over de hoeveelheid zorg die je wilt krijgen
B
regie over eigen leven laten behouden war mogelijk, zorgvrager is de vormgever aan zijn eigen leven
C
beide
D
geen van beide

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Zelfredzaamheid is afhankelijk van:
Lichamelijk functioneren:  de cliënt moet de handeling aankunnen. 

Verstandelijk functioneren: de cliënt moet beschikken over inzicht in en kennis over de handeling die hij moet uitvoeren. 

Psychisch functioneren: de cliënt moet het nut van een handeling inzien en het vertrouwen hebben dat hij die handeling kan uitvoeren. 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Zelfredzaamheid: 
Betekent dat iemand zichzelf kan redden.
Voor zorgvragers in verpleeghuis, verzorgingshuis en thuiszorg betekent dit:

Het vermogen van mensen om zichzelf te redden op alle levensverrichtingen met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg. 

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Waarom is hygiëne in de keuken belangrijk?
A
Wanneer je met eten werkt is dit altijd belangrijk, anders kan je ziek worden
B
Anders smaakt het eten vies
C
Je hoeft alleen voor schone handen te zorgen, de rest is niet belangrijk.
D
Dat is helemaal niet belangrijk.

Slide 12 - Quizvraag

Voor ik ga koken moet ik:
A
Mij handen wassen
B
Mijn handen wassen en lange haren in een staart
C
Alleen handen wassen als ik iets maak wat niet warm wordt.
D
Niets, ik kan meteen beginnen

Slide 13 - Quizvraag

Welke kleur plank gebruik ik voor
A
B
C
D

Slide 14 - Quizvraag

receptionist

Slide 15 - Woordweb

Back- frontoffice

Slide 16 - Woordweb

Backoffice

Geen direct contact 
Op de achtergrond van het kantoor/bedrijf


Frontoffice 

Veel en direct contact 
Op de voorgrond van het kantoor/bedrijf

Slide 17 - Tekstslide

Verbale communicatie
A
Dit is door middel van geen woorden te gebruiken
B
Dit is door middel van je handen te gebruiken
C
Dit is door middel van observeren
D
Dit is door middel van gesproken of geschreven woorden

Slide 18 - Quizvraag

Democratische opvoedstijl
  • Kost veel tijd/energie
  • Iedereen heeft inbreng
  • In gesprek (wensen)
  • Kind en zelfontplooing
  • Duidelijke regels
  • Autoritatief/ vanuit gezag niet macht.

Slide 19 - Tekstslide

Wat zou het gevaar van deze opvoedstijl kunnen zijn?

Slide 20 - Open vraag

Autoritaire opvoedstijl
  • Als basis; regels
  • Ouders bepalen
  • Verwachtingen kind
  • Straf
  • Machtpositie;
    Gehoorzamen, aanpassen en  luisteren
  • Geen onderhandeling
  • Geen keuzes, geen mening

Slide 21 - Tekstslide

Wat zou het gevaar van deze opvoedstijl kunnen zijn?

Slide 22 - Open vraag

Wat is een formele leider

Slide 23 - Open vraag

Wat is een informele leider?

Slide 24 - Open vraag