2.6 Musik

1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo lwoo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Was machen wir/ machst du heute:

Voorbereiden op de schrijftoets van volgende week: wat moet er allemaal in de tekst staan? --> Neem deze lessonup door en maak een mindmap

Hausaufgaben voor volgende week: 

1. Lever de mindmap in: 
Deadline klas: vrijdag 9 januari 15:30 uur
2. Bereid je goed voor op de schrijftoets van volgende week. Hoe?

-Zorg dat je alle opdrachten in je eigen papieren projectboekje hebt gemaakt en leer de Duitse zinnen die je daar hebt opgeschreven goed uit je hoofd! -->  Leer vooral de Duitse zinnen bij opdracht 6b en 4d en in je mindmap goed uit je hoofd.
-Neem je eigen woordenboek NE-DE mee naar de les maar leer ook de woordenlijst goed (je hebt namelijk geen tijd om alles op te zoeken) Eventueel kan je ze leren met Studygo met https://studygo.com/nl/learn/groups/279271/join?key=a227c3a Tip! Maak van je eigen zinnen ook een eigen Studygo

Slide 2 - Tekstslide

En nu de laatste belangrijke voorbereidingen op de schrijftoets van volgende week:
Tip! Schrijf zoveel mogelijk op in je schrift en/of maak schermafbeeldingen

Opwarmertje:  belangrijke werkwoorden in de  de Perfekt en de tegenwoordige tijd voor je presentatie

Je docent zegt een Nederlands woord, jij moet het Duitse werkwoord in de juiste tijd roepen/opschrijven
Hulpmiddel: blz 7 tm 9

  •  Ik heb bezocht. bezoeken = besuchen
  •  → Ich habe besucht.
  • Ik heb gekozen:  kiezen = wählen 
  • → Ich habe gewählt.
  • Ik vond het leuk → leuk vinden= gefallen 
  • → Es hat mir gefallen.
  • Ik vind het leuk : leuk vinden = gefallen
  • -->Es gefällt mir.
  • Ik ga jullie laten zien :gaan  laten zien = werden zeigen 
  • → Ich werde euch zeigen


Slide 3 - Tekstslide

weil
Zum Beispiel
oder
denn
und 
auch
omdat
of
bijvoor-
beeld
want
en
ook

Slide 4 - Sleepvraag

Woord / wanneer gebruik je het in je presentatie over je muziekervaring?
- auch -->  extra informatie toevoegen over concert, lied of artiest
-und --> onderdelen verbinden, opsomming van ervaringen
- denn --> uitleg geven waarom je het concert leuk vond (normale volgorde)
- oder  --> quizvragen over de inhoud 

zum Beispiel --> een voorbeeld geven van iets
- weil --> uitleg geven waarom je het concert of lied leuk vond (ww achteraan!)

Betekenis woord:

- ook

- en 

 - want 

-  of

- bijvoorbeeld

-omdat



Slide 5 - Tekstslide

Welke aanhef is logisch als het publiek van je presentatie je klasgenoten en je docent zijn?
A
Sehr geehrte Damen und Herren, ich heiße Sie herzlich Willkommen zu dieser Präsentation über meine Musikerfahrung.
B
Hallo, ich bin ... und ich erzähle euch über meine Musikerfahrung.
C
Mein Name ist ..., ich bin ... Jahre alt, ich habe einen Bruder und drei Katzen und ich erzähle heute etwas über meine Musikerfahrung.
D
Liebe Freunde, heute erzähle ich Ihnen etwas über meine Musikerfahrung.

Slide 6 - Quizvraag

Waarom A, C en D fout?
Antwoord A is fout, want deze zinnen zijn veel te formeel -->  Je publiek is je klasgenoten en je docent. Daar zeg je geen sehr geehrte Damen und Herren en Sie (u) tegen.
Antwoord C is fout, want er staat informatie indie niet relevant is , (een broer en 2 katten heeft niets te maken met een muziekervaring)
Antwoord D is fout, want deze aanhef is veel te informeel. Je publiek is je klasgenoten en je docent. Dat zijn niet allemaal vrienden (Freunden) van je.

Slide 7 - Tekstslide

Welke afsluiting is logisch als het publiek van je presentatie je klasgenoten en je docent zijn?
A
Vielen Dank fürs Zuhören. Das was die Presentazione. Bis morgen!
B
Danke
C
Jo, danke, Leute. Bis morgen!
D
Das war die Präsentation über meine Musikerfahrung. Danke für eure Aufmerksamkeit.

Slide 8 - Quizvraag

Waarom A, B en C fout?
Antwoord A:  fout in werkwoordvervoeging: was in het Duits is war & spelfout:  Presentazione in plaat van Präsentation 
Antwoord B: veel te kort voor A2 niveau
Antwoord C: veel te informeel -->"Jo Leute, tschüss betekent Jo mensen!!! Doei!!

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht:  Maak een mindmap van de belangrijkste onderdelen in je schrijftoets:

Stap 1:Neem de volgende bladzijdes goed door een maak daaruit een lijstje van belangrijke onderdelen in de toets.
  •  blz 27&28, &29
  • blz 19 & 20, 
  • blz 16 & 17,  
  • blz 7 tm 9

Stap 2: Maak er een mindmap  van met 3 takken zoals in het voorbeeld hiernaast.






Stap 3:  Schrijf met behulp van de oefeningen in je  boekje en een papieren woordenboek Duitse zinnen bij elk onderdeel  en zorg dat er een verbindingswoord in elk stukje tekst zit
Let op! Bij een papieren woordenboek zoek je bij werkwoorden altijd het hele ww op en vervoeg je zelf later het ww. Bijv. Als je wil zeggen: ik heb gedanst--> zoek op: dansen = tanzen --> zelf vervoegen = ich habe getanzt
timer
20:00

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Stap 5: Check of je alle onderstaande informatie in je mindmap verwerkt hebt, voeg toe wat je niet had en schrijf er opnieuw Duitse zinnen erbij.
 Tak 1 – Opbouw / onderdelen van je presentatie en tips:
• Om in je verhaal je zinnen goed op elkaar aan te laten sluiten gebruik je zoveel mogelijk verbindingswoorden zoals: auch, denn, weil, oder, und, zum Beispiel
• Begin met een informele aanhef + doel  spreek je publiek niet aan met de u-vorm (Sie of Ihnen en/of ww +en) gebruiken maar jij/jullie-vorm (du en euch) en geef duidelijk je doel aan  ich erzähle euch über meine Musikerfahrung (ik vertel jullie over mijn muziekervaring ) Tip!
• Welke muziekervaring je gekozen hebt → gebruik het werkwoord wählen (kiezen) + besuchen (bezoeken) in de goede vorm van de verleden tijd/ Perfekt (zie blz 8 tm 9)
• Mening over deze ervaring + reden: wat je van het concert/festival/voorstelling/ les met muziek vond → gebruik voor wat je leuk of niet leuk vond het werkwoord: gefallen (= letterlijk bevallen) + denn (want) of weil (omdat) om je mening uit te leggen  als je weil gebruikt moet het werkwoord aan het einde van de zin
• Wat is je lievelingslied + waar het over gaat  Schrijf niet: Das Lied geht über maar…Im Lied geht es um …..
• Info over de artiest: Bijvoorbeeld leeftijd, land, beroemd sinds…
• Hoe vaak + wanneer je dit lied/ deze muziek luistert/maakt

• Stel 2 vragen aan de klas over de inhoud van je (A/B of richtig/falsch) Hier kan je het verbindingswoord oder gebruiken
• Informele afsluiting + publiek bedanken:  zorg dat het informeel/ in de jullie vorm is want je publiek is je klasgenoten en je docent. Die spreek je aan met jij.Dus geen Sie + stam van het ww +en of Ihnen, maar ihr +stam van het www +t of euch
• Check nog een keer of je veel verbindingswoorden gebruikt hebt zoals: auch, denn, weil, oder, und, zum Beispiel  let op: de volgorde van de woorden in de zin veranderen dan vaak. Tip! Schrijf in je kladversie de Nederlandse zin erboven en vertaal de zin dan woord voor woord naar het Duits. Een Nederlandse zin heeft bijna altijd dezelfde woordvolgorde als een Duitse zin.

Slide 12 - Tekstslide

Vervolg Tak 1:  Opbouw / onderdelen van je presentatie en tips:
• Info over de artiest: Bijvoorbeeld leeftijd, land, beroemd sinds…
• Hoe vaak + wanneer je dit lied/ deze muziek luistert/maakt
• Introduceer je gekozen muziekfragment en waarom deze gekozen → gebruik het werkwoord werden ( gaan in de toekomst) en niet gehen: Wij gaan/zullen / Jullie gaan/zullen …. = Wir werden/ Ihr werdet … in plaats van Wir gehen ein Fragment hören
• Stel 2 vragen aan de klas over de inhoud van je (A/B of richtig/falsch) Hier kan je het verbindingswoord oder gebruiken
• Informele afsluiting + publiek bedanken:  zorg dat het informeel/ in de jullie vorm is want je publiek is je klasgenoten en je docent. Die spreek je aan met jij.Dus geen Sie + stam van het ww +en of Ihnen, maar ihr +stam van het www +t of euch
• Check nog een keer of je veel verbindingswoorden gebruikt hebt zoals: auch, denn, weil, oder, und, zum Beispiel  let op: de volgorde van de woorden in de zin veranderen dan vaak. Tip! Schrijf in je kladversie de Nederlandse zin erboven en vertaal de zin dan woord voor woord naar het Duits. Een Nederlandse zin heeft bijna altijd dezelfde woordvolgorde als een Duitse zin.

Slide 13 - Tekstslide

 Tak 2 – Grammatik-must-knows

• Gebruik de correcte vorm van de Präsens/ tegenwoordige tijd als het nu is
de tegenwoordige tijd wordt meestal vervoegd met de (fe)e-st-t-en-t-en regel. De werkwoorden haben, sein en werden (gaan/zullen) zijn onregelmatig en moet je uit je hoofd leren.  schrijf deze nog eens uit
• Gebruik de correcte vorm van de Perfekt wanneer iets in de verleden tijd gebeurde
 de meeste werkwoorden in de Perfekt vervoeg je met het werkwoord haben + ge+stam+t
ich habe….. gewählt (ik heb … gekozen) / ich habe ….. besucht (ik heb … bezocht) / es hat mir gefallen (het heeft me bevallen/ ik vond het leuk)
   Sommige met het werkwoord sein  ich bin gegangen (ik ben gegaan), ich bin gewesen (ik ben geweest), ich bin geblieben (ik ben gebleven)
• Bij een zin met weil erin → zet in het 2e gedeelte van de zin het werkwoord achteraan
• Gebruik werden voor toekomstige acties en niet gehen : Bijvoorbeeld: ich werde euch ein Fragment zeigen (ik ga/zal jullie een fragment laten zien) in plaats van ich gehe euch ein Fragment zeigen

Slide 14 - Tekstslide

🌿 Tak 3 – Wortschatz & spelling
  •  Gebruik geen Nederlandse of Engelse woorden --> leer de woordenlijst goed zodat je niet alles hoeft op te zoeken, daar heb je geen tijd voor.
  • Check de spelling van het woord in je woordenboek  let op zelfstandig naamwoorden en de 1e letter vanhet 1e woord van een zin schrijf je in het Duits altijd met een hoofletter
  •  Werkwoorden moet je altijd eerst als heel werkwoord opzoeken in woordenboek en dan zelf vervoegen met de (fe)e-st-t-en-t-en regel in de tegenwoordige tijd of met haben/sein .  Dus als je: “ik dans” zoekt, ga je “dansen” opzoeken en niet “dans” en vervoeg je zelf het werkwoord “tanzen” zelf  ich tanze
  • Vergeet niet zoveel mogelijk verbindingswoorden toe te voegen zodat zinnen aan elkaar verbindt en je tekst goed loopt. Gebruik minimaal: auch, und, oder, zum Beispiel, denn en weil (let bij weil op de woordvolgorde)

Slide 15 - Tekstslide

Tot slot: Wanneer is een tekst op niveau en wanneer onder niveau?
Opdracht: Je krijgt zo twee teksten te zien voor een presentatie van Max over een muziekervaring.
Lees de tekst en bepaal welke tekst op niveau (A2) is en welke onder niveau (A1).
 Leg daarna uit waarom met met minimaal 2 argumenten.
(de uitleg verwerk je in je mindmap)

Slide 16 - Tekstslide

Text 1:
Hallo, ich bin Max und heute erzähle ich euch  über meine Musik-Erfahrung.  Ich habe ein Konzert von Dua Lipa gewählt und ich habe es auch besucht. Es hat mir gefallen, denn die Stimmung war super und alle haben mitgesungen. Dua Lipa kommt aus England und sie ist 30 Jahre alt. Ich habe ihre Musik auf TikTok entdeckt und ich höre sie oft nach der Schule und am Wochenende. Mein Lieblingslied ist Levitating und Im Lied geht es um Freiheit und Spaß. Das Lied gefällt mir, weil es fröhlich ist und kreativ klingt. Ich finde das Lied toll, weil es mich glücklich macht und ich tanzen kann. Wir werden jetzt ein Fragment vom Musikvideo sehen.
Ich habe dieses Fragment gewählt, denn es zeigt die Energie vom Konzert.
Und zum Schluss, stelle ich euch zwei fragen: 
 Frage 1: Kommt Dua Lipa aus Deutschland (A) oder England (B)? Frage 2: Richtig oder falsch? „Im Lied geht es um Freiheit.“ Danke für eure Aufmerksamkeit, tschüss!

Text 2:
Hallo, ich bin Max und heute ich erzähle euch über meine Musik-Erfahrung. Ich war bei einem Konzert von Dua Lipa.  Ich habe das Konzert gekozen und es war in Deutschland. Die Leute haben gesungen und es war laut. Dua Lipa ist 30 Jahre alt. Sie kommt aus England und sie ist sehr berühmt. Sie singt gut. Ich mag singen auch. Ich singe sinds fünf Jahren in einem Chor.  Ich höre ihre Musik oft nach der Schule und am Wochenende. Ich singe oft das Lied Levitating. 
Das Lied „Levitating“ ist very cool und ich mag den Beat. Es geht über Freiheit. Ich finde das Lied cool, weil die Musik klingt gut. Ich habe Dua Lipas Musik im Fernsehen entdeckt und durch meine Freunden. 
Jetzt gehe ich ein Fragment lassen sehen. Das Fragment ist vom Konzert in Deutschland und vom Lied Levitating. Jetzt zwei Fragen. Frage 1: War das Konzert in Deutschland (A) oder in England (B)? Frage 2: Richtig oder falsch? „Levitating geht über Freiheit.“ Danke für Ihre Aufmerksamkeit, tschüss!

Slide 17 - Tekstslide

Welke tekst is "op niveau" dus A2-niveau?
A
Tekst 1
B
Tekst 2

Slide 18 - Quizvraag

Waarom is tekst 1 op niveau en tekst 2 onder niveau?

Slide 19 - Open vraag

Welke fouten zitten er in tekst 2? Bekijk de dikgedrukte woorden en de verbeteringen eronder. Verwerk ze in je mindmap
Hallo, ich bin Max und ich erzähle euch über meine Musik-Erfahrung. Ich war bei einem Konzert von Dua Lipa.
 Ich habe das Konzert gekozen (1) und es war in Deutschland. Die Leute haben gesungen und es war laut. Dua Lipa ist 30 Jahre alt. Sie kommt aus England und sie ist sehr berühmt. Sie singt gut. Ich singe auch. Ich singe sinds (1) fünf Jahren in einem Chor. Ich höre ihre Musik oft nach der Schule und am Wochenende. Ich singe oft das Lied Levitating.
Das Lied „Levitating“ ist very cool (1) und ich mag den Beat. Es geht über (5) Freiheit. Ich finde das Lied cool, weil die Musik klingt gut.(2) Ich habe Dua Lipas Musik im Fernsehen entdeckt und von meine Freunden.
Jetzt gehe ich ein Fragment lassen sehen (3). Das Fragment ist vom Konzert in Deutschland und vom Lied Levitating. Jetzt zwei Fragen. Frage 1: War das Konzert in Deutschland (A) oder in England (B)? Frage 2: Richtig oder falsch? „Levitating geht über (4) Freiheit.“ Danke für Ihre (5) Aufmerksamkeit, tschüss!
1. Nederlandse en Engelse woorden: gekozen = gewählt, very cool --> gefällt mir (bevalt mij)
2. Werkwoordpositie  bij weil…weil es klingt gut in plaats van weil es gut klingt
3. Woordkeus fout: gehe … lassen sehen i.p.v.  ich werde ...... zeigen
4. Woordkeus fout: Das Lied geht über i.p.v. Im Lied geht es um
5.Woordkeus fout:  ihre (uw) in plaats van eure Aufmerksamkeit (jullie aandacht)

Slide 20 - Tekstslide

Waar moet je dus op letten om op niveau te halen?

Slide 21 - Tekstslide

Inleveren:
Maak nu je mindmap helemaal af, maak dan een foto of afbeelding ervan en lever het in het inleverpunt op Itslearning in.
Dit is je laatste X of 
voor je 2 eindmetingen en deze zal ik dubbel meetellen in je beoordeling. Belangrijk: Houd je wel aan de deadline!
Deadline klas: vrijdag 9 januari 15:30 uur

Slide 22 - Tekstslide